2012

21 oktober 2012

Tanja is Tanja…

De afgelopen week kwam Tanja Nijmeijer bijna dagelijks in het nieuws. Dit met betrekking tot de vraag of zij eventueel aanschuift bij de vredesonderhandelingen in Cuba. Gisteravond besteedde Brandpunt aandacht aan deze kwestie. Dit onder de haast poëtische titel: Tanja Nijmeijer – terrorist of vredesduif? 

Hoewel ik de ontwikkelingen in Colombia rondom de Farc enigszins gevolgd heb, durf ik inhoudelijk niet op deze kwestie in te gaan. Dit laat ik graag over aan journalisten die er echt iets zinnigs over kunnen zeggen. Wel wil ik het hebben over de vraag hoe Tanja de komende tijd in het nieuws zal komen. Als een gerenommeerd programma als Brandpunt het over Tanja heeft als mogelijke ‘vredesduif’ wordt er een toon gezet die bij mij een alarmbelletje doet rinkelen. Zelf als ik er, gezien de de inhoud van de interviews, vanuit ga dat er enig cynisme in die titel schuil gaat.
Het is nog geen twee weken geleden dat we door de media werden meegenomen in de discussie of College Tour nou wel of niet meedeed aan het toekennen van een heldenstatus aan Willem Holleeder. We raakten al heel snel verstrikt in een kluwen van opgeblazen ‘nieuws over nieuws dat eigenlijk geen nieuws is’. Want wat zijn we met die hele kwestie opgeschoten? Erg weinig, denk ik. Holleeder speelt zijn rol perfect. Van de ware Willem zijn we niets te weten gekomen. Niet tijdens de act die hij heeft opgevoerd toen hij op die stoel zat bij Twan Huys en ook niet door alle andere artikelen die ooit over hem geschreven zijn. Natuurlijk, misschien zijn er nu nog meer mensen die het leuk of spannend vinden om hem tegen te komen in Amsterdam en met hem op de foto gezet te worden. Ik snap niet goed wat hen drijft, maar ik denk dat dezelfde mensen net zo enthousiast op de foto waren gegaan met ‘de Cock, met c, o, c, k’. Fantasie en werkelijkheid liggen soms dicht bij elkaar. Hoe dan ook, Holleeder is nog steeds dezelfde boef, we zijn ruim een week verder en voorlopig zijn we weer even over hem uitgepraat.

Toch zit er wel een kern in die hele kwestie waarvan we iets kunnen vasthouden. Of Tanja ooit nog in Nederland komt, kunnen we ons afvragen. Maar dat het nog vaak over haar zal gaan, staat buiten kijf. Ik denk dat we goed moeten nadenken over de manier waarop we haar in het nieuws, maar ook in ons hoofd willen afschilderen. Tanja is een landgenote, een Nederlandse vrouw met een redelijk mooie buitenkant die op jonge leeftijd bij de Farc terechtkwam – dé ingrediënten voor een spannend emotievol verhaal. Daar komt bij dat we bijna niets weten over wat ze in haar dagelijkse werkelijkheid heeft gedaan en wat er in de afgelopen jaren met haar is gebeurd. Hoe leren we de feiten te onderscheiden van leugens en fantasieverhalen?

We hebben voorlopig maar één feit: Tanja Nijmeijer is lid van de Farc. Een organisatie die meer slachtoffers heeft gemaakt dan we waarschijnlijk ooit zullen weten.

 


17 oktober 2012

Kinderprivacy

Over het algemeen denk ik er niet zo lang over na om mijn mening, twijfels of vragen over een bepaald thema kenbaar te maken. Toch is er iets dat me al langere tijd bezighoudt, maar waarover ik tot nu toe niet heb geschreven. Het gaat om iets waar ik vragen bij wil stellen. Vooraf wil ik luid en duidelijk zeggen dat het geen kritiek is, maar dat het gaat om iets dat bij mij dus twijfels en misschien zelfs bezorgdheid oproept.

Ik zit, behoorlijk beveiligd en afgeschermd, op Facebook. Ik gebruik dit medium om aandacht te vragen voor zaken die ik belangrijk vind. Dit kan variëren van een mooie natuurfoto of een bepaalde gedachte die ik wil delen tot een misstand ergens in de wereld waarvoor ik aandacht wil vragen. Ook wijs ik mijn Facebookvrienden regelmatig op het bestaan van mijn weblog. Dat is mijn manier om deel te nemen aan deze vorm van social-media. Zo zijn er veel manieren. De een publiceert zijn vakantiefoto’s, iemand anders ‘deelt’ foto’s en berichten van ‘all over the world’ die de moeite waard zijn en weer anderen, en daar wil ik het nu over hebben, zijn mensen die via het Facebook foto’s van hun kinderen de wereld insturen.

Foto’s die je op internet zet, zet je erop voor eeuwig en geef je zonder dat je er controle op hebt uit handen. Dat lijkt mij onschuldig als het gaat over foto’s van huisdieren, natuurschoon of objecten die de moeite van het delen waard zijn. Maar kinderen? Hoe zou ik het zelf gevonden hebben als mijn ouders – als het destijds mogelijk was geweest – mijn kinderfoto’s gedeeld hadden met een vrienden, vrienden van vrienden en wie-weet-wie-allemaal- nog-meer? Ik weet het natuurlijk niet zeker, maar ik vind het een rustig idee dat het niet aan de orde is en ik ben blij dat ik er niet over na hoef te denken.

Toen was toen, nu is nu. En straks is straks.

Natuurlijk, foto’s op Facebook hebben vaak geen titel en geven lang niet altijd de echte namen prijs. Dat was ook de reden dat ik mijn verbazing tot nu toe niet publiekelijk heb uitgesproken. Ik schoof mijn bezorgdheid meestal van me af me iets als: ‘misschien ben ik gewoon truttig en uit de tijd’. Maar, sinds kort maak ik gebruik van Picasa, een programma om foto’s op te slaan, bewerken en delen. Dit programma herkent, gezichten. Heb je aan een bepaald gezicht eenmaal een naam gegeven, dan blijft die naam bij dat ene gezicht horen. Combineer ik dit ‘handigheidje’ met de foto’s die trotse ouders op Facebook zetten, dan geeft dat mij geen prettig gevoel.

Hoe vinden die ‘schattige kindertjes van nu’ het ‘straks’ dat er, wie-weet-waar, foto’s van hen opduiken en beschikbaar zijn? Of ben ik truttig en uit de tijd?

 


4 oktober 2012

De kracht van een positief oordeel

Maandagavond kwam ik thuis na een paar heerlijke weken Griekenland en vond Het Vermoeden tussen de post. Een nieuw kwartaalmagazine over levensbeschouwing en spiritualiteit. Natuurlijk, helemaal vergeten, ik had een proefabonnement besteld. Wat een aangename verrassing als je van de Griekse warmte moet omschakelen naar de Nederlandse herfstkou.

Een van de eerste verhalen die ik gelezen heb, is het interview van Jacobine Geel met Annemiek Schrijver. Ik waardeer Annemiek als interviewer van de televisieprogramma’s Het Vermoeden en De Nachtzoen. En een jaar of wat geleden interviewde zij Hein Stufkens bij de presentatie van zijn boek Een ketterse catechismus.

Meteen al in de intro staat een citaat dat mij zeer aanspreekt: ‘Liefde staat niet tegenover haat, maar tegenover angst.’ Een mooie inleiding want Annemiek vertelt over haar zoektocht door het leven, over het schoorvoetend innemen van ruimte, over het omgaan met de agressie die zij tegenkomt en over vertrouwen in haar eigen kracht. Aan bod komen een aantal interessante thema’s: haar ongelukkige kindertijd; hoe ze geleerd heeft dat nabij zijn bij het lijden van een medemens van levensbelang is en dat eenzaamheid hoe dan ook deel uitmaakt van het bestaan. Mooie woorden van een wijze vrouw. Bij één thema bleef ik echter haken. Daar gaat Annemiek in op het ‘oordelen over anderen’. Ze zegt:

Ik wil geen oordelende trut naar anderen zijn, maar ben het natuurlijk soms wel. Sinds kort heb ik dan een trucje. Als ik iemand zie lopen waarvan ik denk: ‘die ziet er niet uit’ denk ik daar direct achteraan: ‘net als ik’.”

Ik begrijp, denk ik, wat ze wil zeggen, maar zou er een paar vragen tegenover willen stellen: Wordt je gedachte over de ander positiever als je ook negatief bent over jezelf? Is het nodig jezelf kleiner of minder mooi te maken om de ander te accepteren? Natuurlijk herken ik wat Annemiek zegt, ook ik oordeel veel vaker dan me lief is. Dan vind ik mensen er stom of lelijk uitzien, gedragen ze zich niet volgens mijn normen of zeggen ze dingen die ik onacceptabel vind. Ik heb geen trucje. Als ik mezelf betrap op een vervelend oordeel probeer ik beter naar die ander te kijken: ‘misschien is ie veel te dik, maar heeft ie hele mooi ogen of een prachtige stem’. Of ik vraag me af wat de oorzaak zou kunnen zijn van dat vreemde gedrag of die rare uitlatingen. Mensen die qua uiterlijk of gedrag buiten onze strenge normen vallen, zijn vaak angstige of zelfs beschadigde mensen. Velen van hen hebben nooit geleerd het mooie en goede in zichzelf te zien.

Annemiek, je bent een wijs en prachtig mens. Juist daarom kunnen anderen, ook deze angstige mensen, zoveel aan je hebben. Maak dat mooie in jezelf niet kleiner dan het is.

 


10 september 2012

Medeleven met slachtoffers, niet met daders!?

Als direct betrokkenen van delicten een dergelijke uitspraak doen, heb ik er begrip voor. Maar als een politieke partij er goede sier mee probeert te maken, heb ik maar één reactie, of eigenlijk drie: kortzichtig, ongenuanceerd en populistisch. Het is een van de leuzen waarmee de VVD campagne voert, te vinden op grote borden langs de snel weg, maar is ook als reclamespotje te zien op tv.

Ik werk met daders, soms zijn dit daders van ernstige delicten. Mannen en vrouwen met een licht verstandelijke beperking en moeilijk verstaanbaar gedrag. Zij hebben dus niet alleen een lager IQ dan gemiddeld maar kampen ook met een gedrags- of persoonlijkheidsstoornis. Daar hebben ze niet voor gekozen, met zo’n beperking en zo’n stoornis word je geboren of die ontwikkelt zich gedurende je leven. Het behoeft, lijkt mij, geen uitleg dat dergelijke beperkingen van grote invloed zijn op belangrijke zaken als schoolprestaties, het  leggen van contact en het maken van vrienden. Voor een niet gering aantal van onze cliënten komt er nog een derde aspect bij. Zij worden geboren en groeien op in een sociaal zwak milieu.

Ik heb het over mensen zoals Ot. Ot is een man van bijna veertig. Veiligheid heeft hij nooit gekend. Zijn moeder dronk, zijn vader was er bijna nooit, bleef vaak nachten achter elkaar weg. Was hij er wel, dan was hij gewelddadig. Zowel Ot, als zijn broertjes en zijn moeder werden regelmatig geslagen. Vader was verslaafd aan cocaïne en kwam vooral thuis als hij geld nodig had. Af en toe, maar wanneer was niet te voorspellen, was hij positief gestemd. Dan bracht hij cadeautjes mee, of hij nam Ot en zijn broertjes mee op stap. Maar ook dat was niet altijd even leuk. Ot vertelde me dat hij op een middag van zijn vader heeft geleerd hoe hij in een winkel kleine kostbare dingetjes kon jatten en hoe trots zijn vader was toen bleek dat de kleine Otje een ‘handige bliksem’ was. Eindelijk was zijn vader trots op hem en zijn moeder was blij omdat Ot al snel voor wat extra inkomsten zorgde. Zo begon de criminele carrière van deze man op zijn achtste jaar. Hij stond zijn geld af aan zijn vader, die steeds meer nodig had. Als vanzelf belandde hij in een straatbende. Om de spanning te hanteren is hij op zijn elfde bier gaan drinken, gevolgd door softdrugs en heroïne. Op zijn veertiende was hij ‘hartstikke verslaafd’. Hij kon niet op tegen de andere jongens, die slimmer waren en Ot inzetten voor allerlei klusjes die ze zelf te gevaarlijk vonden. Ot deed alles wat hem werd opgedragen. Hij was bang. Bang voor de bendeleden, die dreigden hem ‘af te maken’ als hij niet deed wat ze hem opdroegen. En bang voor zijn vader, die hem ‘verrot sloeg’ als hij zonder geld of cocaïne thuis kwam. Hij was trots omdat hij bij de bende hoorde, bendelid zijn, dat betekende iets. Op zijn twintigste was hij uitgegroeid tot een beer van 1 meter 90 en woog hij 110 kilo. Hij had inmiddels een erg kort lontje, was grof in de mond en ogenschijnlijk voor niets of niemand bang. Maar van pure ellende ging hij meer en meer gebruiken want diep van binnen wist hij dat het niemand interesseerde hoe het met hem, met Otje, ging. Hij was alleen met zijn angsten en zijn verlangens. En toen ging het fout. Tijdens een inbraak liep het uit de hand. Samen met drie anderen werd Ot opgepakt en veroordeeld. Gevangenisstraf en TBS.

We zijn nu bijna 20 jaar verder. Zijn straf zit er bijna op. Ot weet dat hij iets heeft gedaan wat heel erg fout is. Dat zal hij zelf nooit goed praten, dat wil ik niet goed praten, dat is niet goed te praten. Wel heeft hij spijt, heel veel spijt.

Inmiddels weten we dat hij het verstandelijk vermogen heeft van een kind van tien. Sociaal-emotioneel functioneert hij als een kleuter. Hij begrijpt niet veel van zijn eigen gevoelens of die van anderen. Als iemand aardig voor hem is, zonder er iets voor terug te verwachten, raakt hij in de war. Hij vertrouwt nog steeds bijna niemand en is niet in staat zich te hechten. Maar hij heeft de laatste tijd  een goede band met zijn persoonlijk begeleider van de beschermde woonvorm waar hij nu woont. In de TBS-kliniek heeft hij een beetje leren lezen en hij kan inmiddels aardig houtbewerken. Hij is opnieuw trots.

Ot is een dader. En zal dat altijd blijven. Dus voor hem geen medeleven?

NB: Ot is slechts een voorbeeld en een fictief persoon, maar de feiten uit dit levensverhaal kom ik dagelijks tegen.

 


25 juli 2012

Denken over de dood op het Jelsumerpad

Vanochtend wandelde ik over het Jelsumerpad, een historisch pad tussen Leeuwarden en Jelsum. Het is nauwelijks 50 cm breed, het leidt over een weiland. Op een goed moment zag ik met een half oog op de grond iets bewegen. Het was klein, maar ik wist dat het geen blaadje of bloemetje kon zijn. Ik weet niet waarom ik dat wist. Misschien was het voor zo’n klein dingetje een nogal ‘zware’ beweging, anders dan iets dat door de wind een stukje wordt meegenomen. Ik ging op mijn hurken zitten en tot mijn verbazing zag ik een nog geen drie centimeter groot beestje. Anderhalf kootje van mijn pink, maar dan dunner. Een muisje of zo. Het spartelde met zijn in verhouding grote pootjes, kronkelde van de ene op zijn andere zij en af en toe verkrampte zijn kleine lichaampje. Ik heb een paar keer tevergeefs geprobeerd hem op zijn pootjes te zetten. Er zat geen greintje kracht in zijn spiertjes. Ik was getuigen van een ware doodstrijd.
Hoe raakt zo’n kruimel zijn familie kwijt? Zonder moedermuis maakt ie geen schijn van kans. Het meest logische zou dus geweest zijn dat ik hem naar de muizenhemel had geholpen. Want waarom zijn lijdensweg nog langer laten duren? Ik heb er echt over nagedacht, maar ik kon het niet. Wat had ik moeten doen? Doodtrappen of iets anders gruwelijks? Het was in dat weiland zo stil dat ik zijn botjes had horen kraken. Ik had er simpelweg het lef niet voor en ik besloot dat dit kleine schepel ook zonder geweld wel aan zijn einde zou komen.
Ik heb hem van het pad afgelegd en wat blaadjes en gras om hem heen gelegd, zodat ie in de schaduw lag. Als ik hem had laten liggen was hij mogelijk wel vermorzeld door een volgende wandelaar, maar ook dat wilde ik niet op mijn geweten hebben. Ik heb ook nog wat water op een blaadje bij zijn hoofdje gedruppeld. Zijn oogjes zaten nog dicht…


9 juli 2012

Gerommel in de Gigastal

In Grubbenvorst wordt een gigastal gebouwd die 1.1 miljoen plofkippen en 35.000 varkens gaat herbergen. Dit staat haaks op de steeds sterkere geluiden vanuit Den Haag dat de al bestaande megastallen in de toekomst moeten verdwijnen. Ook Henk Bleker heeft zich zeer kritisch uitgelaten over deze vorm van veeteelt. Uit onderzoek van Wakker Dier blijkt nu dat, achter de rug van de kamer om, besloten is dat er 2,1 miljoen subsidie is toegekend aan  de bouw van de gigastal.

Vanavond deed Henk Bleker in Nieuwsuur een poging om zijn gezicht te redden. Hij blijft bij zijn standpunt dat we een dergelijk bedrijf in Nederland niet zouden moeten willen. Maar, zo legt hij uit, in deze zaak is de subsidiekraan al jaren geleden opengedraaid. En dat is ook best te begrijpen want het gaat om het ontwikkelen van nieuwe technologie en het vergaren van kennis die weer zal bijdragen aan duurzaamheid en dierenwelzijn. 1,1 miljoen kippen en 35.000 varkens die verblijven in een stel stallen die dichtbij elkaar staan? Dierenwelzijn?

Nadat ik de beelden die het begrip gigastal en de bijbehorende getallen bij me opriepen tot me door had laten dringen, dacht ik aan het radiospotje van Wakker Dier, waarmee zij onlangs op een erg originele manier actie voerde tegen het gebruik van plofkippen in onder anderen babyvoeding en geconserveerde soep. En met succes, want de producenten van de betreffende merken hebben inmiddels laten weten dat zij niet langer plofkippen in hun producten zullen verwerken. Wakker Dier is nu een confronterende tv-campagne begonnen tegen de verkoop van plofkip in de Nederlandse supermarkten.

Ik houd niet van de manier waarop in de VS Republikeinen en Democraten elkaar in campagnetijd via de media te lijf gaan. De verkiezingsstrijd bestaat daar voor een groot deel uit moddergooien en het spelen op de persoon. Daarvoor is politiek te belangrijk. Maar misschien moeten we voor één keer, samen met Wakker Dier, actie voeren om politici die giga-aanrommelen met de feiten uit de Haagse soep te weren?

 


24 juni 2012

Oranje en Tantalus

Oranje is ten ondergegaan aan zelfoverschatting. De vlaggetjes en al die andere versierselen zijn alweer een week uit het straatbeeld verdwenen. De meeste teleurgestelde fans zijn over de schrik heen, maar in de media wordt nu gespeculeerd over de vraag wie verantwoordelijk is of zijn voor deze nederlaag. Want dat er een schuldige aangewezen moet worden, is duidelijk. En dan nog een gepaste ‘straf’.

Als ik het slechte in mezelf naar boven laat komen, denk ik aan een, elfpersoons, oranje geschilderde en versierde schandpaal. Ik zou die plaatsen op de middenstip van een leeg voetbalstadion. Ik zou er een Tantaluskwelling van maken en alle oranje versnaperingen, waarmee de supermarkten geen raad weten, aan hun voetbalvoeten leggen. Ik zou op een megagroot scherm die drie wedstrijden afspelen. Op repeat.

Natuurlijk is dit niet meer dan een flauwe fantasie. Een reactie op de enigszins doorgeslagen gekte rondom het EK. Gelukkig is de werkelijkheid minder sadistisch.

Een paar dagen geleden is er een oproep gedaan aan de supermarkten om de onverkoopbare oranje spullen te doneren aan de voedselbank. Een gezin dat afhankelijk is van voedselhulp is immers blij met ieder extraatje en vindt het niet erg dat de frisdrank, de chips, de koekjes en alle verpakkingen hartverscheurend oranjegekleurd zijn. Onze minderbedeelde landgenoten kunnen zich dan ook eens te buiten gaan aan van die ongezonde, maar verleidelijke extra’s die er normaal gesproken, ondanks de aanhoudende smeekbeden van de kinderen, echt niet inzitten. Zelfs niet als oranje moet voetballen. Als een schoolvoorbeeld van mosterd na de maaltijd zit zo’n gezin straks kauwend, slurpend en een beetje misselijk, op de versleten bank naar de finale van het EK te kijken. Ze hebben ook net een andere tv, een iets betere dan de vorige. Gekregen van de buren die onlangs een mooie grote nieuwe flatscreen hebben gekocht. Met het oog op de wedstrijden, weetjewel.


18 mei 2012

De Nightwalk… een ervaring rijker

“Na een zinderende warming-up in Las Palmas (LPII) in Rotterdam geeft burgemeester Aboutaleb klokslag middernacht het verlossende startschot. Een zwerm lichtjes zet voet op de Erasmusbrug voor de 40 kilometer lange wandeltocht naar Den Haag. Doel is om op deze wijze zoveel mogelijk geld op te halen voor ondervoede kinderen in vluchtelingenkampen.” [Klik hier voor de site van Nacht van de Vluchteling]

Om er zeker van te zijn dat ik niets zou missen van de veelbelovende warming-up en die bemoedigende woorden van Aboutaleb ben ik gisteravond al om 19.15 uur in de trein gestapt. Ruim op tijd was ik in Rotterdam. De sfeer in Las Palmas is het best te vergelijken met die op een vluchthaven. Veel mensen, vrolijk, onrustig of gespannen, alleen of met reisgenoten. Zonder dat je iets van al die anderen weet, heb je hetzelfde doel: op tijd je bestemming bereiken. Ons doel: voor 11.00 uur de volgende ochtend arriveren in Den Haag. Lopend.

Het was gezellig. Ik vond het heerlijk om in mijn eentje samen te zijn met die ruim duizend anderen. Ik loop het prettigst als ik mijn tempo helemaal zelf mag bepalen. Af en toe een stukje alleen en af een tijdje met iemand oplopen, een praatje maken en vergeten hoeveel kilometers nog voor me liggen.
Het was ook bevreemdend. Midden in de nacht, met een grote groep mensen wandelen door het Kralingsebos, een vinexwijk en om goed vijf uur een stel luidruchtig dronken jongeren tegenkomen in het centrum van Delft. Op een bepaalde manier was het zelfs mooi om over een doodstil bedrijventerrein te lopen. Tegen de ochtend merkte ik trouwens niets meer van die grote groep. Omdat ik vrij ver vooraan liep, werd ik vergezeld door een groepje van ongeveer zeven wandelaars.

De slogan op de homepage van De Nacht van de vluchtelingenwerk  “Hoe ver zou jij ’s nachts lopen uit angst voor geweld?” suggereert misschien dat deze nacht ons danig op de proef zou stellen. Nou, dat viel wel mee. 40 kilometer is en blijft een eind, het is af en toe een beetje afzien, maar daar staat tegenover dat we door de organisatoren enorm in de watjes zijn gelegd. Op verschillende rustpunten koffie, thee en broodjes, bemoedigende woorden van vriendelijke mensen en een goed uitgezette route. Niets is aan het toeval overgelaten. Terwijl ik van al die verwennerij genoot, dwaalden mijn gedachten af en toe af naar de vluchtelingen die ik ken, maar vooral ook naar een boek dat ik ongeveer een jaar geleden heb gelezen: Wat is de Wat? Van Dave Eggers.


‘Wat is de Wat’ is het verhaal van Valentino Achak Deng, een jongen die een vluchteling wordt in het door oorlog verscheurde Zuid-Soedan. Zijn reis, van bijna bijbelse proporties, brengt hem in contact met vijandelijke soldaten, rebellen, hyena’s en leeuwen, ziekte en hongersnood, en de dodelijke murahaleen – dezelfden die op dit moment Darfur teisteren. Het biedt een onthullend en ontluisterend portret van een land in staat van bloedige oorlog, en van een jongen die van de ene in de andere onwerkelijke situatie wordt gekatapulteerd. (Lees recensie) (kijk reportage Brandpunt)


Om zeven uur vanochtend arriveerde ik bij het Humanity House in Den Haag. Daar werden de wandelaars ontvangen met een geweldig ontbijt en een heerlijke massage. Met Valentino Achak Deng nog in mijn hoofd voelde ik me een verwend prinsesje.

 


11 mei 2012

Moederdag

Zondag is het moederdag. In ons commerciële landje zal het bijna niemand ontgaan zijn. Etalages, radio, tv en internet attenderen ons al minstens een maand op de prachtigste cadeau’s, omgeven door rode rozen en roze harten, met de boodschap: Houd je van je moeder? Koop!

In mijn kindertijd heb ik met overgave en enthousiasme moederdagversjes voorgedragen. Zondagsochtends, in alle vroegte, in mijn pyama aan het bed van mijn ouders. Later, toen ik druk bezig was volwassen te worden, kwam ik terecht in een wereld die het ‘not done’ vond om aan moederdag te doen. ‘Waarom zou je één dag per jaar uittrekken om stil te staan bij iets dat zo normaal is als het opkomen en ondergaan van de zon?’ zei de een. ‘Als het goed is, is het iedere dag moederdag,’ zei de ander. Ik had in die tijd een ambivalent gevoel bij dit jaarlijkse familiefeest. Van mij persoonlijk hoefde het niet zo nodig, maar mijn moeder dacht daar heel anders over. Zij vond en vindt het wel degelijk belangrijk dat ‘haar dag’ gevierd wordt. Dit maakte dat ik bijna geen moederdag heb overgeslagen. Het ging mijn moeder overigens nooit om grote cadeaus.

Vandaag vroeg ik me ineens af wie het vieren van moederdag eigenlijk bedacht heeft en hoelang dit fenomeen als bestaat. Ik ben er eens op gaan googlen en stuitte op de site leerkacht.nl van de KRO. Ik was blij verrast:

“Moederdag zoals we dat tegenwoordig kennen, werd voor het eerst in de Verenigde Staten gevierd in het begin van de twintigste eeuw. In de staat West-Virginia leefde Anna Jarvis. Zij heeft moederdag als het ware ‘uitgevonden’. Ze was een van de elf kinderen van Anna Reeves Jarvis. Haar moeder had een zwaar leven, omdat zeven van haar elf kinderen op jonge leeftijd stierven. Anna bewonderde haar moeder om de manier waarop ze dit verdriet te boven kwam, namelijk door anderen te helpen. Toen haar moeder in 1906 op de tweede zondag in mei stierf, wilde Anna iets doen om alle moeders te eren. Via de plaatselijke kerk organiseerde ze de eerste moederdag op de tweede zondag in mei in 1907. Op die dag deelde Anna vijfhonderd anjers uit aan alle moeders die in de kerk aanwezig waren.
Anna wilde dat moederdag overal gevierd zou worden. Om dat te bereiken, schreef ze vele brieven en sprak ze met allerlei mensen uit de politiek, het zakenleven en de kerk. Zo werd het gebied waar moederdag werd gevierd steeds groter. Uiteindelijk ging ze met haar idee naar de president van de Verenigde Staten, Woodrow Wilson. Hij riep moederdag uit tot nationale feestdag en sinds 1914 wordt deze dag in de Verenigde Staten gevierd op de tweede zondag in mei. Veel landen hebben het voorbeeld van de Verenigde Staten gevolgd: Denemarken, Italië, Turkije, Australië, België en Nederland, waar sinds 1930 moederdag wordt gevierd op de tweede zondag in mei. Er zijn ook landen waar wel moederdag wordt gevierd, maar op een andere datum. In veel katholieke landen wordt moederdag gevierd op 15 augustus, de dag van Maria-Tenhemelopneming.” [Site bekijken? Klik hier.]

Inmiddels beschouw ik het als een jaarlijks ritueel, een dag waarop ik, misschien meer dan anders, mijn best doe om een gezellige, liefdevolle dochter te zijn. Want eerlijk is eerlijk, moeders en dochters horen bij elkaar en kunnen niet zonder elkaar, maar op de goede manier vormgeven aan die bijzondere relatie, is lang niet zo vanzelfsprekend en eenvoudig als we zouden willen.

Morgen komt mijn moeder bij mij op bezoek, dan vieren we samen moederdag. Wat we precies gaan doen weten we nog niet, dat is niet het belangrijkste. Een ding weet ik zeker, geen anjers, die vinden we allebei vreselijk.

 


3 mei 2012

4 mei en denken over goed en fout…

Mogen we op 4 mei  Duitse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog  herdenken?
Ja!  Oorlogsslachtoffers zijn oorlogsslachtoffers. Niet iedere soldaat die aan Duitse zijde gevochten heeft, koos hier bewust voor of had überhaupt een keus.’ ‘Nee! Er zijn zoveel slachtoffers gemaakt door de Nazi’s. Het is kwetsend voor Joden en andere slachtoffers om op 4 mei ook Duitse oorlogsdoden te herdenken.’ ‘ Nee! De wonden van de oorlogstrauma’s zijn nog niet geheeld. We zijn nog niet zo ver.’

Er zijn veel meningen en evenveel emoties als het gaat over deze kwestie. Ik heb de oorlog niet meegemaakt, maar heb me voldoende in deze en allerlei ander oorlogen verdiept om te weten dat voor veel mensen een oorlogstrauma ongeneeslijk is, verwerken onmogelijk is en vergeven ondenkbaar is. Ik begrijp dit en heb diep respect voor iedereen die dagelijks kampt met dergelijke herinneringen. Dit voorop.

Rond mijn dertigste stuitte ik op de dagboeken van Etty Hillesum. Ik heb ze gelezen, besproken en herlezen. Mede doordat ik Etty’s werk ken, durf ik in de context van 4 mei en de discussie die nu gaande is, te schrijven wat er de laatste dagen door me heengaat.

Ik denk dat de weerstand tegen het breder maken van de 4 mei viering niet alleen gaat over wonden die niet te genezen zijn en beelden die levenslang terugkeren op het netvlies van slachtoffers. Het gaat ook over ons dualistisch denken waar het gaat over goed en kwaad. En dit is niet meer dan menselijk. Het is logisch dat we onszelf en degenen die bij ons horen als ‘goed’ zien en degene of hetgeen dat ons dwars zit of kwaad berokkend als ‘fout’ of ’slecht’ ervaren. Helaas zit de wereld niet zo eenduidig in elkaar. Etty Hillesum leefde in de Tweede Wereld oorlog. Zij was zich bewust van wat er om haar heen gebeurde. Zij dacht na over dit thema en schreef erover in haar dagboek. Hier twee citaten:

‘Men moet met zichzelf leven als leefde men met een heel volk van mensen. En in zichzelf leert men dan alle goede en kwade eigenschappen de mensheid kennen. En men moet zichzelf eerst z’n slechte eigenschappen leren vergeven, wil men anderen kunnen vergeven. Dat is misschien nog het moeilijkst te leren voor een mens.’ (22 sept. ’42)

‘We hebben nog zoveel met onszelf te doen, dat we aan haat tegenover onze zogenaamde vijanden nog niet eens toe zouden moeten komen. We zijn elkaar onderling nog vijand genoeg. En ik ben er ook nog niet mee klaar wanneer ik zeg, dat eronder onze eigen mensen ook beulen en slechte elementen zijn. Ik geloof eigenlijk helemaal niet in wat men noemt “slechte mensen”.’ (23 sept. ’42)

Etty schreef dit terwijl ze wist wat haar te wachten stond. Op 30 november 1943 is ze in Auschwitz vergast. Haar visie was geen gangbare. Nog steeds zijn er mensen die haar veroordelen om haar Jungiaanse manier van denken. Misschien kun je zeggen dat in een oorlog het thema ‘goed en kwaad’ in een uiterst hoge concentratie aan de orde is. De vijand is vaak lijfelijk en zichtbaar aanwezig. Hij belichaamt het kwaad. Etty wist dit, ervoer dit, maar constateerde dat het leed dat de vijand veroorzaakt niet zegt dat de slachtoffers bij voorbaat alleen maar goed zijn. Ieder mens heeft mooie en lelijke, goede en slechte eigenschappen. Het kwaad, het zwarte, het donkere schuilt in ons allemaal.

Als geestelijk begeleider werk ik met mensen die veroordeeld zijn omdat ze een delict hebben gepleegd. Ik praat met hen, of eigenlijk luister ik vooral. We staan stil bij het verhaal van hun leven. Hoe ze zijn gekomen waar ze op dat moment beland zijn en de keuzes of gebeurtenissen die hen daar gebracht hebben. Gaandeweg leer ik deze mannen en vrouwen kennen. Het zijn mensen die,vaak grote, fouten hebben gemaakt. Ze hebben slachtoffers gemaakt en zijn gestraft. Terecht. Wat zij gedaan hebben wil en zal ik nooit goedpraten. Maar dat wil niet zeggen dat zij alleen maar fout zijn. Veel van hen praten over het gemis van de vrijheid nu ze vastzitten, maar ook over hun angst voor het moment dat ze vrijkomen, de angst voor het oordeel van ‘buiten’. En ze praten over hun gevoelens, hun schuld, fout zijn, minderwaardigheid. Gaandeweg leer ik hen kennen. Mensen met een ingewikkeld levensverhaal waarin het thema goed en kwaad een grote rol speelt. Mensen die slechte dingen hebben gedaan, maar ook hele gewone aardige kanten hebben. Als ik iets van hen geleerd heb, is het dat niemand vooraf kan zeggen dat hij nooit een foute keuze zal maken met vreselijke gevolgen. Ieder mens kan in een situatie terecht komen die leidt tot het maken van fouten. Ik ook, jij ook.

Auke schreef hierover een gedicht. Het 4 & 5 mei comité sloot hem in de armen en schoof hem naar voren. Het Auschwitz comité keert zich tegen het idee om Auke zijn gedicht tijdens dodenherdenking voor te laten lezen. Ik begrijp de emoties, maar ik vind het jammer. Ik denk dat Auke heeft begrepen wat ik hier probeer te zeggen.

Foute keuze

Mijn naam is Auke Siebe Dirk
Ik ben vernoemd naar mijn oudoom Dirk Siebe
Een jongen die een verkeerde keuze heeft gemaakt

Koos voor een verkeerd leger
Met verkeerde idealen
Vluchtte voor de armoede
Hoopte op een beter leven

Geen weg meer terug
Als een keuze is gemaakt
Alleen een weg vooruit
Die hij  niet ontlopen kan

Vechtend tegen de Russen
Angst om zelf dood te gaan
Denkend aan thuis
Waar Dirk z’n toekomst nog beginnen moet
Zijn moeder is verscheurd door de oorlog
Mama van elf kinderen, waarvan vier in het verzet zitten
En een vechtend aan het oostfront
Alle elf had ze even lief

Dirk Siebe kwam nooit meer thuis

Mijn naam is Auke Siebe Dirk
Ik ben vernoemd nar Dirk Siebe
Omdat ook Dirk Siebe niet vergeten mag worden.


19 april 2012

IK LOOP THE NIGHTWALK!!


Stichting Vluchtelingenwerk Nederland organiseert

in de nacht van 17 op 18 mei

De Nacht van de Vluchteling 

 

De NIGHTWALK is een nachtelijke wandeltocht van 40 kilometer die begint in Rotterdam en eindigt in Den Haag. Op donderdag 17 mei wordt om 24:00 uur het startschot voor de derde Nacht van de Vluchteling op de Erasmusbrug in Rotterdam gegeven. Op vrijdagochtend 18 mei wacht de deelnemers een warm ontvangst in het experiencemuseum Humanity House in Den Haag.

Deelnemers kunnen individueel of als team meelopen om zo veel mogelijk geld op te halen voor ondervoede kinderen in vluchtelingenkampen. Naast alle deelnemers sluiten ook tal van muzikanten, schrijvers, (ex)politici, sporters en andere betrokkenen zich aan bij de Nacht van de Vluchteling. Onderweg verzorgen zij langs de route een bijzonder nachtprogramma. (Lees meer).

 Ik loop mee!!! En jij mag mij sponsoren. Dat kan door mijn naam (Elsz de Roos) in te vullen in het venster dat je ziet na het aanklikken van deze link: http://www.nachtvandevluchteling.nl/sponsor . De rest wijst zichzelf. Tot nu toe loop ik alleen (nou ja, samen met heel veel mensen die ik nu nog niet ken), maar natuurlijk kun je je aansluiten bij mijn team ‘Zielsveel’. Neem dan even contact met me op.

Ik hoop iets van je te horen en zal de kantjes er niet vanaf lopen.

Alvast bedankt!

 


28 januari 2012

Mark Rutte, speeddating op topniveau


In de rubriek Ondertussen in… van de NRC besteedt Juurd Eijsvoogel vandaag aandacht aan Mark Ruttes deelname aan het World Economic Forum in Davos. Na afloop toont onze Premier zich enthousiast over zijn nieuwe ervaring: “Ik ga hier optimistisch vandaan”. Hij somt op wie hij allemaal gesproken heeft. Dat zijn er nog al wat: “Ik had 25 afspraken in 36 uur. Ik heb hard gewerkt.” Hij lijkt uiterst tevreden met en zeker ook trots op zijn bomvolle agenda. Dat Rutte een harde werker is, had ik al begrepen. Dat hij hoe dan ook optimistisch is en altijd een enthousiaste of opgewekte grijns op zijn gezicht heeft, is algemeen bekend. Maar die 25 afspraken in 36 uur, daar bleef ik toch even bij hangen.

Stel dat hij – want het was ook in de late uurtjes vast en zeker zeer de moeite waard – vier uur heeft geslapen. Laat ik er daarnaast een uur aftrekken voor de tijd die hij op de toilet heeft doorbracht, de momenten die hij nodig had om zich op te frissen en de tijd die het nu eenmaal kost om zijn iPhone te checken. Dan houden we 31 uur over voor die 25 afspraken. Een eenvoudig rekensommetje laat zien dat onze Mark voor iedere ontmoeting iets minder dan 1 uur en 15 minuten beschikbaar had. Dit is dus inclusief het verwerken van alle interessante informatie en de gang van de een naar de andere afspraak. Het is natuurlijk heel goed mogelijk dat hij die nacht in Davos helemaal niet heeft geslapen. Politici slaan hun nachtrust wel vaker over. Ik ga er zonder meer vanuit dat onze minister president op dit gebied een bovenmatige hoeveelheid energie en een groot uithoudingsvermogen heeft. Maar dan nog, of eigenlijk, juist dan.

Hoe scherp en aandachtig ben je nog na de tiende of elfde afspraak? Wat heb je, na pakweg 23 uur meedraaien in een sociale achtbaan op topniveau, nog te bieden aan agendapunt 24 of 25?  Wat zegt het eigenlijk dat iemand als onze minister president – en hij is natuurlijk niet de enige – zo’n idiote  hoeveelheid afspraken achter elkaar afwerkt en dit dan ook nog trots vermeldt in een interview? Het zegt vooral iets over kwantiteit. Misschien verdient Mark Rutte nu een plek in het Guinness book of records? Over kwaliteit, over inhoud, concentratie, scherpte en oprechte interesse zegt het helaas niets.

Het zegt mij vooral iets over de manier waarop wij mensen steeds meer, of eigenlijk, steeds minder met elkaar omgaan; over de manier waarop politici zich profileren en de manier waarop we de ‘toestand in de wereld’ tegemoet treden.