2010

31 december 2010

Tot ergens in 2011!

‘n glimlach in het voorbijgaan
tijd voor even écht contact ‘n
handdruk of spontaan een zoen

geluk is nergens te koop
verdriet neem je niet zomaar weg
wat zeg je bij een groot gemis?

 maar mens zijn onder mensen
is het minste en het mooiste
dat we samen kunnen doen.

Elsz de Roos

08-09 woensdag (34)

22 december 2010

Mijn Kerstverhaal

Als geestelijk begeleider werk ik met mensen met een lichte verstandelijke beperking en risicovol gedrag. Gisteren hadden we een kerst-kooravond. We hebben een jongerenkoor en een ouderenkoor. In de week voor kerst komen zij samen, ik mag erbij zijn en ook de andere cliënten worden uitgenodigd. De collega’s die het koor begeleiden, zorgen samen met de vrijwilligers voor een warm en feestelijk onthaal.

We zingen vooral veel kerstliedjes, maar we staan ook stil bij de hoogte- en dieptepunten van het afgelopen jaar. Cliënten krijgen de ruimte om te zeggen wat er in hen omgaat. Peter vertelt wat hij met kerst gaat doen. Rianne vertelt dat het vandaag de verjaardag van haar overleden moeder is. Jos wenst iedereen een fijne kerst en Titus, een jonge man die nauwelijks heeft meegezongen maar alles goed in zich heeft opgenomen, vertelt dat zijn oma in 1996 is overleden en dat hij nu aan haar moet denken. Er valt even een stilte. Ik sta op en benoem de cliënten van wie we het afgelopen jaar afscheid hebben genomen en we praten even over hen. Vervolgens worden er overleden ouders, familieleden en andere geliefden genoemd. Voor een paar minuten zijn we terug in de sfeer van Allerzielen. Aan de gezichten van de mensen om me heen zie ik dat de herinneringen en emoties komen en gaan. Maar de sfeer blijft hetzelfde: warm, saamhorig en ook een beetje rommelig want zo gaat dat bij ons. Alles mag er zijn: de gezelligheid, het gekeuvel, het kerstverhaal dat ik tussen de bedrijven door heb verteld en ook het gemis en het verdriet. We dragen een kerstliedje op aan iedereen die we deze kerst moeten missen: “Er is een kindeke geboren op aard.” De meesten zingen vol overgave mee.

In de pauze komt Hester bij me uithuilen. Haar vader is dit najaar overleden. Ze is niet verdrietig omdat hij dood is, ze is verdrietig omdat ze in de war is. Ze weet niet wat ze moet voelen bij de dood van de man die haar jarenlang mishandeld en misbruikt heeft. Ik troost haar. We hebben over deze pijnlijke kwestie al veel met elkaar gepraat. Het helpt haar om te weten dat ik haar begrijp en dat alle emoties er mogen zijn.

In mijn kerstverhalen probeer ik een boodschap te verwerken die ook te begrijpen is voor deze prachtige groep mensen. Zondag is het eerste kerstdag. Dan vertel ik een verhaal over de betekenis van kerst. Na een korte uitleg kom ik tot de conclusie dat kerst zoiets is als ‘hopen dat het ooit echt vrede wordt’. En vrede? Vrede is veel meer dan ‘geen oorlog’. Vrede is je veilig voelen, elkaar en onszelf accepteren zoals we zijn, elkaar het beste gunnen. Eigenlijk is vrede zoiets als liefde. Maar van ‘de liefde’, die liefde die losstaat van verliefde of jaloerse hebberigheid, brengen wij mensen nog niet zoveel terecht. Kijk maar om je heen, lees de krant of kijk naar het journaal.

Laten we allemaal samen: ouders, buren, vrienden, mensen die met kinderen of andere kwetsbare mensen werken, van kerst een feest maken waarin liefde centraal staat. Niet alleen omdat er ruim 2000 jaar geleden in een stal in Bethlehem een kindje is geboren, ook niet omdat we een kerstboom in huis hebben en we elkaar prachtige cadeaus gaan geven. Maar simpelweg omdat we nog zoveel kunnen leren als het om liefde gaat.

[Bovengenoemde namen zijn gefingeerd.]

 


9 december 2010

Ik ben er nog…

Hoe ga je om met iemand, een vriend, bekende, collega of familielid, die een dodelijke ziekte heeft? Veel mensen weten het niet, met als gevolg dat ze afhaken op het moment dat ze het hardst nodig zijn. SIRE is een campagne gestart om hier iets aan te doen. Ikbenernog.nl – van Dag tot Dag maakt deel uit van deze campagne. Ik ben er van overtuigd dat deze campagne iets oplevert. Omgaan met ernstig zieken en een naderende dood kun je leren.

Eind jaren 80, aids maakte zijn opmars in Nederland, werd ik buddy, een project van de Hiv-vereniging. Waarom? Ik denk dat ik vooral iets wilde doen tegen het isolement waar mensen met Hiv en Aids in die tijd in terecht kwamen. Ik wilde helpen om het taboe te doorbreken. Ik werd buddy van Jan, een man van 44, hij wist sinds een jaar dat hij Aids had en was al erg ziek toen we elkaar leerden kennen. Het klikte meteen. We hebben veel gepraat. Over zijn leven, mijn leven, zijn ziekte en zijn naderende dood. Maar evenzeer maakten we ons druk over de misstanden in politiek en ruzieden we als we het niet met elkaar eens waren. Zijn naderende dood was de reden waarom we elkaar hebben leren kennen, maar al na een paar weken had hij net zo goed gewoon een vriend of buurman kunnen zijn.

Daarmee wil ik niet zeggen dat het altijd makkelijk was. Ik was 28, wat wist ik nou van sterven en afscheid nemen? Ik was nieuwsgierig naar alles wat met de dood te maken had, maar voelde me maar al te vaak dom en onhandig. Zo herinner me één middag in het bijzonder.

Jan lag in het ziekenhuis. Hij was op dat moment doodziek. Hij had longontsteking, barstte van de pijn, voelde zich zichtbaar doodongelukkig, maar zei geen woord. Toen ik binnenkwam keek hij me even met een donkere blik aan en knikte bijna onzichtbaar. Ik ging bij hem zitten. We zwegen allebei. Na ongeveer een minuut vroeg ik of zijn moeder geweest was. Hij schudde kort zijn hoofd. Ik stelde nog wat vragen, Jan zei niets.
Boven de deur hing een klok; de seconden tikte hoorbaar weg. Nu, meer dan 20 jaar later weet ik nog precies dat het tien over half drie was toen ik er voor de eerste keer op keek. Het was doodstil.  Af en toe keek ik even naar Jan. Hij keek voor zich uit. Soms waren zijn ogen dicht. Ik voelde mijn hart  in mijn lijf kloppen en in mijn hoofd stormde het. Wat moest ik zeggen? Ik wilde hem troosten. Ik wilde een goede buddy zijn… en daar zat ik dan met mijn goede bedoelingen.
De minuten kropen voorbij. Om acht over half drie besloot ik om, hoe dan ook, tot drie uur te blijven. En dat heb ik gedaan. We hebben geen woord tegen elkaar gezegd. Slechts één keer kruisten onze blikken elkaar. Ik heb toen, ik vrees nogal geforceerd, geglimlacht.
Zonder dat ik al te vaak op de klok keek, werd het uiteindelijk drie uur. Een paar seconden later ben ik opgestaan en heb ik gezegd: “Ik ga, ik hoop dat je je snel wat beter voelt. Ik bel je snel.” Hoewel we elkaar al vanaf onze tweede ontmoeting zoenden als we afscheid namen, heb ik alleen het voeteneind van zijn bed even aangeraakt. Dichterbij hem komen durfde ik niet. De tranen brandden in mijn ogen toen ik de deurklink vastpakte. Wat schrok ik toen hij met schorre stem zei: “Elsz, sorry, bedankt, dapper dat je bent gebleven”.

De keer daarop was het weer als vanouds. Gelukkig hadden we hetzelfde gevoel voor humor. “Je hebt die test toen goed doorstaan,” heeft hij later nog wel eens met een knipoog gezegd.

Jan is een half jaar later overleden.
Ga mensen met een dodelijke ziekte niet uit de weg. Nu ze er nog zijn…

 


29 november 2010

Een feestje met daklozen

Gisteren vierde Stichting Het Kruispunt, het straatpastoraat in Nijmegen, haar 12,5 jarig bestaan. Ik was uitgenodigd om bij dit feest aanwezig te zijn. Als geestelijk begeleider in opleiding heb ik mijn stage doorgebracht bij deze bijzondere organisatie.

Het straatpastoraat “beoogt begeleiding te bieden bij zingevingsvragen aan mensen van de straat, (ex) dak- en thuislozen”. Een van de vormen waarin dit gebeurt, is de viering op zondagmiddag. Van deze samenkomsten was ik dusdanig onder de indruk dat ik er tijdens mijn stage een sfeerverslag van geschreven heb. Klik hier, het staat op de site van Het Kruispunt. Minstens even belangrijk is het inlooppastoraat. Tijdens de openingstijden van de Titus Brandsmakapel, de thuishaven, kun je binnenlopen voor een kop koffie en wat gezelligheid. De pastor, die daar aanwezig is, werkt vanuit de presentiebenadering. Hij heeft aandacht als daar behoefte aan is, maar dringt niet aan. Soms is een kop koffie de opening voor een gesprek, maar evengoed blijft het bij die kop koffie en een groet bij binnenkomst. Juist die ongedwongen sfeer is veilig en uitnodigend. Ik heb ervaren hoe er regelmatig iets ontstaat dat wel degelijk verder gaat dan even rustig zitten; even weg zijn uit de kou en in alle rust een sjekkie roken.

Dak- en thuislozen horen in het straatbeeld van bijna iedere stad. We zijn er, min of meer, aan gewend: mensen die in afvalbakken graaien op zoek naar iets eetbaars, de man of vrouw bij de uitgang van de supermarkt die de straatkrant aanbiedt of om wat kleingeld vraagt, en die bekende gezichten, mensen die doelloos door de stad lopen met eenvermoeide of lege blik in hun ogen. We kennen en herkennen er allemaal een aantal, van gezicht. Maar wie groet hen in het voorbijgaan of wie knoopt er zomaar even een praatje met hen aan? Kortom: wie maakt dat zij zich mens onder de mensen voelen? Veel daklozen zijn dag in dag uit op straat, maar leven in een groter isolement dan wie ook.

Voor ik bij Het Kruispunt betrokken raakte, praatte ook ik niet of nauwelijks met daklozen. Ik vond het vaak vervelend als ze me aanklampten en om geld vroegen. Later ontdekte ik dat het mijn eigen onhandigheid was waar ik last van had. De mensen van de straat die ik bij Het Kruispunt heb leren kennen, hebben mij over die angst en weerstand heen geholpen. Die, vaak schuwe en bleke gezichten, werden mensen met een verhaal. Soms moe en chagrijnig, soms opgewekt en in voor een geintje. Maar allemaal even menselijk.

Omdat ik vlak na deze stage verhuisd ben naar een andere stad kom ik de Nijmeegse dak- en thuislozen niet meer als vanzelf tegen. Daarom was het fijn om enkelen van hen gisteren terug te zien. Zo ook Gerard. Hij was dertien jaar geleden betrokken bij de oprichting van het straatpastoraat. Kort daarna nam hij met enthousiasme de rol van koster op zich en dat is hij tot op de dag van vandaag gebleven. Meer hierover… Ik geloof niet dat hij me echt herkende, maar al heel snel was ik weer met hem in gesprek. Trots vertelde hij dat hij zijn levensverhaal op papier heeft gezet en dat dit als boekje is uitgegeven. Of ik het al had gekocht, hij had toevallig nog net één exemplaar in zijn tas. Dat mocht ik best kopen. Het kostte twee euro, maar ik wist nog dat ik best meer mocht geven. Zo was het vroeger ook, als ik de straatkrant van hem kocht.

Gerard is een doorgewinterde dakloze. Met onderbrekingen leeft hij al meer dan 20 jaar op straat. Hij is een van degenen die altijd met veel plezier en verve de straatkrant heeft verkocht. Hij was daardoor een van de straatmensen die wel degelijk contact had met voorbijgangers. Maar dat het leven op straat ook voor hem hard is en enkel en alleen gaat over overleven, is hem aan te zien. Hij vond het geen probleem dat ik hem op de foto wilde zetten. Hij heeft ook wel eens in de Gelderlander gestaan, vertelde hij met een grijns. Ik was opnieuw onder de indruk van zijn vriendelijkheid.

In de trein terug naar huis heb ik zijn boekje gelezen. Ik werd het meest geraakt door wat hij schrijft over zijn vroege jeugd: “Toen mijn jongste broer geboren werd, was ik oud genoeg om het bewust mee te maken. De radio speelde “She loves you” van de Beatles en ondanks dat ik pas vijf jaar was, kon ik het refrein meezingen en wist ik wat het betekende. Eigenlijk was ik toen al voor het eerst dakloos want mijn moeder was heel erg ziek en dus werd ik de hele dag op straat gezet door mijn vader. Dan ging ik naar een speelpleintje verderop met de andere kinderen spelen.”

Gisteren werd tijdens de viering gemeld dat het winterprotocol de dag daarvoor was ingegaan. Extra maatregelen die ervoor zorgen dat niemand de nacht in de openlucht hoeft door te brengen. Maar dan nog is er veel geld en vriendelijkheid nodig om deze mensen de winter door te helpen. Je kunt het werk van Het Kruispunt steunen: klik hier.

 


27 november 2010

De zin van de Top 2000

Het is weer zover, bijna december. Het wordt kouder, het heeft vannacht voor het eerst gevroren, en het is weer normaal om ’s ochtends in het donker de deur uit te gaan en ’s middags in het donker thuis te komen. De winter is niet mijn seizoen, kou en donker kosten me veel energie. Als ik me bij collega’s of vrienden beklaag, krijg ik heel vaak te horen: ‘het heeft toch ook iets heel gezelligs, december?’

En daar ben ik het dan ook wel weer mee eens. Want december is de maand waarin we vaak meer dan anders stilstaan bij het belang van samen zijn, van familie,  van traditie, van gezelligheid, sfeer en, last but not least, muziek. Want in welke maand zijn we meer met ‘speciale’ muziek bezig dan in de laatste maand van het jaar? Vanochtend heb ik met een groep oudere cliënten sinterklaasliedjes gezongen, vanmiddag heb ik alvast de kerstliedjes uitgezocht voor onze kerstviering en daarstraks in de auto heb ik met veel plezier geluisterd naar de Top-2000. En ineens, misschien omdat de sint en het kerstkind nog naklonken in mijn hoofd, begreep ik hoe groot de waarde van dit Nederlandse mediaspektakel is.

Tot en met vandaag kan iedereen deze muzieklijst beïnvloeden door op zijn eigen twintig favoriete nummers te stemmen. Je kiest 15 nummers uit de beschikbare Top 2000-lijst en voegt daar nog eens vijf ‘eigen’ nummers aan toe. Vervolgens kun je aangeven waarom je ieder nummer uitgekozen hebt. En juist daarin zit voor mij die grote waarde van de Top 2000 die in de laatste week van het jaar van voor tot achter wordt gedraaid op Radio 2.

Gisteravond heb ik mijn lijst samengesteld. Terwijl ik probeerde te verwoorden waarom bijvoorbeeld The Rose van Bette Milder  hoog in mijn persoonlijke top-20  staat en wat Wish you were here van Pink Floyd aan herinneringen oproept, drong tot me door dat ik bezig was om aan de hand van mijn persoonlijke muzieklijst,  een stuk van mijn levensverhaal te vertellen. Terwijl ik vanmiddag naar de radio luisterde, drong tot me door dat  ik dit samen met heel veel landgenoten heb gedaan. Uit al die persoonlijke  lijsten, al die levensverhalen, komt de Top 2000 tot stand.

Ik ben er al heel lang van overtuigd dat we op zoek zijn naar nieuwe vormen om bezig te zijn met en uiting te geven aan zingeving.  Steeds minder mensen voelen zich thuis bij de bestaande religies. Maar nog steeds is bijna iedereen op zoek naar de zin van het leven; we vragen ons allemaal wel eens af waarom we de dingen die gebeuren moeten meemaken en we hebben onveranderd behoefte aan (h)erkenning en gezamenlijkheid. We willen onze verhalen delen en bij elkaar horen.

De Top 2000 brengt ons in contact met muziek die ons raakt, teksten waarin we ons herkennen en geeft ons de kans die muziek via de moderne media, met elkaar delen. Ik herken in de Top 2000 een van de eigentijdse wegen naar iets dat echt van ons samen is. Iets dat echt zin heeft.

 


8 november 2010

De betekenis van Niets

Ik kreeg het van een vriendin: Niets, een jeugdboek van de Scandinavische schrijfster Janne Teller. Het gaat over de betekenis van het bestaan. Of het ontbreken ervan. Het verhaal draait om het besluit van Pierre Anthon: ‘Er bestaat niets van betekenis, dat had ik allang door. Daarom heeft het geen zin om iets te doen, dat heb ik net begrepen.’  Hij klimt in een boom en blijft daar de rest van het schooljaar. Zijn klasgenoten gaan op zoek. Zij willen het tegendeel bewijzen. Ze willen hem, en zichzelf, ervan overtuigen dat er wel degelijk iets is dat betekenis heeft. Ze brengen allemaal een offer dat pijn doet. Er ontstaat een enorme berg offers die wel degelijk betekenis heeft. Die betekenis groeit… en verdwijnt. Of juist niet? Een prachtig boekje. Een beetje bizar, misschien zelfs over het randje. Geschreven zonder de pretentie antwoord te geven op de vraag naar de betekenis van het bestaan. Klik hier voor een recensie op vk.nl.

Wat heeft betekenis en waarom? Nadat ik het verhaal had gelezen, viel ik stil. Met een gevoel van onbehagen en fascinatie. Ik was geraakt en werd overspoeld door een storm van gedachten. Betekenis… Zin…  Mijn thema’s. Ik ben er dagelijks op allerlei manieren mee bezig. In mijn werk, privé, als ik om me heen kijk, in het bos loop of de krant lees. Maar juist door dit boek, door die offers stak een betekenisvolle herinnering de kop op.

Een jaar of acht geleden gaf ik Mo, een goede vriend, een T-shirt cadeau met een kunstzinnige afbeelding van het Afrikaanse continent erop. Hij was drie jaar daarvoor gevlucht uit Soedan en wachtte nog steeds op een verblijfsvergunning. Hij had heimwee. Praten over zijn land deed zoveel pijn dat hij er meestal over zweeg. Als hij wel praatte over ‘thuis’ en ‘mama’, klonk zijn stem zacht en leek hij mijlenver weg, zijn ogen werden nog donkerder en staarden ergens in de verte. Soms zong hij zacht in zijn eigen taal. Toen hij het T-shirt zag, zei hij niets, trok het aan en keek me aan. Stralend en gepijnigd tegelijkertijd. Ik was tevreden en blij.
Maar wat was ik teleurgesteld toen ik Ali, een vriend van Mo, amper een maand later in ‘mijn’ T-shirt zag rondlopen. Ik was boos op Mo. Hoe kon hij. Hij was toch zo blij met mijn cadeau? Zoveel betekende het blijkbaar toch niet. Ik sprak hem er op aan. Hij keek mij verbaasd aan en zei: ‘Ik heb het aan Ali gegeven. Hij is uitgewezen, hij krijgt geen verblijfsvergunning. Hij is bang.’ Hij was even stil en zei toen. ‘Hij mist Afrika ook. Ik vergeet jouw cadeau nooit, maar nu is het voor Ali.’


18 oktober 2010

Creatief met as, waarom?

Op Trouw.nl werd op 16 oktober onder de ludieke titel Creatief met as aandacht besteed aan het thema asbestemming: wat doe je met de as nadat een dierbare is overleden? (Artikel lezen? Klik hier.) Hoewel ik de goede bedoelingen van Marion Weijzen, de auteur, waardeer – we kunnen immers niet genoeg over de dood nadenken en praten – is het in mijn ogen een verhaal zonder begin en einde. Weijzen illustreert op een haast luchtige manier de verwarring die heerst rondom het thema asbestemming. Ze wijst op de emoties en vragen waar nabestaanden mee te maken kunnen krijgen. Maar het dieper liggende probleem blijft in de lucht hangen. Wat is er nu echt aan de hand? Waarom weten we niet precies wat we moeten doen met de as van een geliefde dode? En hoe lossen we de problemen die ze aanraakt op? Ik laat mijn gedachten er alvast eens over gaan.

Onze onhandigheid als het gaat om asbestemming heeft te maken met het feit dat we niet terug kunnen vallen op onze traditie als het gaat om cremeren. Nederland kreeg haar eerste crematorium in het begin van de vorige eeuw. De kerken waren fel tegenstander van lijkverbranding en bleven dit tot ver in die eeuw. En juist die kerken waren van oudsher de instituties die zorg droegen voor het ritueel rondom het afscheid van overledenen. Wie koos voor een crematie stond wat betreft de invulling van het afscheid met lege handen. Het ritueel rondom cremeren moest nog bedacht en ‘eigen gemaakt’ worden.
Inmiddels is het uitvaartwezen uitgegroeid tot een enorme bedrijfstak die zich met grote creativiteit, en een vaak even groot commercieel inzicht, over de verzorging van zowel begrafenissen als crematies ontfermt. Dit heeft er gelukkig voor gezorgd dat je al lang niet meer kerkelijk hoeft te zijn of terug hoeft te vallen op een priester of dominee om tot een mooi en passend afscheid te komen. Met de invulling van de crematieplechtigheid zit het dus wel goed. Maar het belang van de juiste aandacht voor de asbestemming is in mijn ogen tot op de dag van vandaag in grote mate onderschat.
Als je iemand begraaft, is het ritueel na de begrafenis af. Hooguit wordt er na een aantal weken of maanden een steen op het graf geplaatst. Voor nabestaanden is het duidelijk; zij hebben de mogelijkheid het graf te bezoeken. Velen van hen vinden er troost of iets van rust. Na een crematie is het afscheidsritueel nog niet af. Als de as na vier weken wordt vrijgegeven volgt de asbestemming. En daar ligt een deel van het probleem. Lang niet iedereen die bewust kiest voor een crematie, kiest even bewust voor de asbestemming. Inmiddels zijn er heel veel mogelijkheden en ideeën als het gaat om de as. Maar waar het bij veel van die vormen van asbestemming aan mankeert, is een diepere blijvende betekenis. Allereerst omdat ze geen ritueel karakter hebben. De meeste vormen van asbestemming die wij kennen, zijn niet verbonden met de traditie die we in onze wortels meedragen. Ze hebben geen ‘betekenis’ zoals oude rituelen rondom begraven dit hebben. Hierdoor bestaat het risico dat we kiezen voor een vorm die ons slechts tijdelijk raakt; iets dat nu heel mooi en goed voelt, maar bepaald wordt door de emotie van dat ene moment of zelfs door het heersende modebeeld.

En los van die traditie is er ook nog iets anders dat we naar mijn mening wel eens uit het oog verliezen. Een afscheidsritueel markeert de grens tussen leven en dood. Het leven van een dierbare is voorbij. Het gaat over eindigheid, over loslaten. Wat gebeurt er dan als je een maand na de crematie van een geliefd persoon, naar het crematorium rijdt om zijn as op te halen? Je had toch afscheid genomen? Je zit in een rouwproces, je bent bezig hem los te laten. Wie begeleid je bij de stappen die volgen; hoe wil je die zetten en wat betekenen die voor je? Deze vragen gelden overigens vooral als je kiest voor iets anders dan het uitstrooien, begraven of bijzetten van de as in een urnenmuur. Wat doet bijvoorbeeld zo’n as-sieraad met je? Welke betekenis heeft het nu en hoe is dat over tien jaar? Wat als je het kwijt raakt of als het gestolen wordt? En waar laat je de rest van de as?  Ik zeg hiermee niet dat ik deze vorm van asbestemming afkeur, wel vraag ik me af hoe en waarom je tot een dergelijke keuze komt. Het is een vorm van materialiseren, je houdt iemand die er niet meer is, een beetje vast. Je neemt iets van hem of haar overal mee naar toe.

En ja, als ik eerlijk ben, heb ik bij al die creativiteit toch ook een ‘maar’. Voor begraafplaatsen geldt er een wet die zegt dat een graf, uit respect voor de dode, de eerste tien jaar met rust gelaten moet worden. We noemen dat grafrust. Dat vind ik mooi en respectvol. Dat nabestaanden zelf een bestemming voor de as van een geliefde kiezen, verdient evenveel respect, maar kunnen we gelijkertijd niet iets van ‘asrust’ afspreken? Wat ik daar precies mee bedoel, weet ik nog niet, maar deze gedachte komt niet voor niets in me op.

 


11 oktober 2010

Jong en dik

De sportschool. Ik moet mezelf er steeds weer heen slepen. Ik weet dat het goed voor me is en eigenlijk wil ik het ook echt. Fysieke inspanning zorgt dat ik me mentaal ontspan en als eenmaal bezig ben, is het ook best lekker om me in het zweet te werken. En het is prettig om te voelen dat mijn conditie een beetje op peil is. Ik begin op de hardloopband, een half uurtje. En daarna werk ik op verschillende toestellen aan de ontwikkeling van allerlei spieren: buik, billen, benen, borst, armen. Ik houd een vaste volgorde aan, dan hoef ik er niet of nauwelijks bij na te denken. Ik probeer mijn hoofd leeg te maken, niet na te denken over wat ik allemaal nog moet. Als dat niet lukt, probeer ik een mooie openingzin voor een gedicht te bedenken of geef ik mezelf een andere denkopdracht.
De digitale desk van mijn loopapparaat gaf aan dat ik veertien minuten en twee kilometer onderweg was toen er twee jongens binnenkwamen. Ze vielen mij op omdat ze erg jong waren in verhouding met het publiek dat je normaal in de sportschool rond ziet lopen. De oudste schat ik een jaar of vijftien en de andere knaap was niet ouder dat twaalf. Mede door het leeftijdsverschil had ik de indruk dat het broertjes waren. Daarnaast hadden ze allebei donkere ogen en donker haar. Maar daar hield het dan ook helemaal op met de overeenkomsten. De oudste, laat ik hem Robin noemen, was slank, bewoog zich soepel en zat zichtbaar lekker in zijn vel. Zijn jongere broertje, voor nu even Erik, zag er een beetje onbeholpen en verlegen uit. Hij was anderhalve kop kleiner en had te kampen met een behoorlijk overgewicht. Hij bewoog zich een stuk trager en wekte bij mij de indruk dat ie nog nooit eerder een fitnesscentrum van binnen had gezien. Terwijl Robin al in hoog tempo aan het fietsen was, probeerde Erik de hoogte van het zadel te veranderen. Toen hij eenmaal op de fiets zat, leek hij grote moeite te hebben de trappers rond te krijgen. Na een paar minuten stapte hij alweer af om een slokje te drinken uit het flesje dat hij even daarvoor op de grond had gezet. Daarna klom hij op een apparaat dat ik ‘de traploper’ noem. Dit hield hij nog geen minuut vol. Een beetje lusteloos keek hij rond, op zoek naar zijn broer die bezig was zijn armspieren te trainen, te druk met zichzelf om oog te hebben voor wie dan ook.

Wat had ik het met deze kleine Erik te doen. Ik heb hem geen moment zien lachen. Toen ik wegging zat hij, een beetje in elkaar gezakt, op een apparaat dat bedoeld is om je buikspieren te trainen, bewegingsloos, zonder op of om te kijken. Wie had besloten dat hij naar de sportschool mocht of moest? Op deze manier krijgt hij er nooit plezier in.
Vanuit de sportschool ging ik nog even naar de supermarkt, nog geen veertig meter verderop. Voor de kassa’s kun je onder andere bloemen, sigaretten en snacks kopen. Bij één van de sta-tafels stonden twee jongetjes van een jaar of twaalf. Even rond als Erik, maar ogenschijnlijk meer in hun element. Ze stonden te smullen van een enorme pizzapunt met een blikje cola.

Er zijn veel kinderen met overgewicht. Wat ze nodig hebben, weten we best: gezonde voeding, een ander eetpatroon en voldoende lichaamsbeweging. Maar dat kunnen ze niet alleen. Kijk maar naar Erik. Hij gaf mij vandaag wel het duwtje wat ik nodig had om eens op internet te kijken wat erover dit treurige probleem gezegd wordt. Er zijn redelijk wat sites die aandacht besteden aan overgewicht en de meesten hebben een speciale tab voor kinderen. Maar, ik kon geen enkele site vinden die zich echt rechtstreeks richt tot kinderen. De GGD Gelre-IJssel biedt wel een lesprogramma aan voor groep zeven van de basisschool. Waarom geen informatiestand in de supermarkt, naast de ballenbak bijvoorbeeld?

 


10 oktober 2010

De verleiding van…

Het was vandaag heerlijk weer. En wat is de herfst dan mooi. Gelukkig had ik tijd om een lange wandeling te maken, in het bos. Omdat ik het best de weg weet in het bos bij Joppe, een dorp vlakbij Zutphen, ben ik daar heen gegaan. De weg weten heeft voor mij te maken met me veilig voelen als ik in mijn eentje wandel. Als ik me niet veilig voel, geniet ik niet half zoveel en ben ik teveel bezig om me te concentreren op  waar-ik-ben. Dit wil niet zeggen dat ik ieder bospad dat ik in sla al eens gelopen moet hebben, daarvoor zijn al die onbekende, vooral smallere en dichtbegroeide paadjes te mooi en te verleidelijk. Zeker als de zon dat najaarsbos met al zijn kleuren in een betoverend schouwspel verandert, zoals vandaag. Waarschijnlijk raakte ik al snel iets teveel in de ban van al moois om me heen want al na een half uur had ik echt geen enkel idee meer waar ik was.

Richtingsgevoel heb ik niet dus ik besloot maar te vertrouwen op mijn intuïtie. Ik had zin om gewoon door te lopen, uiteindelijk zou ik wel weer op bekend terrein uitkomen. Ik heb enorm genoten, ben gewoon mijn neus achterna gegaan, voelde me alles behalve verdwaald en geen greintje angst, integendeel. Wat is het heerlijk om in de natuur te zijn, te ontspannen en mijn gedachten de vrije loop te laten.

En inderdaad, na ongeveer een uur kwam ik uit bij de Zevensprong, een bekend eetcafé waar het terras gezellig vol zat. Daar tegenover staat een oude houten richtingaanwijzer die zegt dat het nog 2,4 km is naar Joppe. Twintig minuten later was ik bij de katholieke dorpskerk. De deur, die toegang geeft tot het Mariakappeltje, stond uitnodigend open. Ik kon het niet laten om daar even binnen te kijken.

Er hangt een icoon van Maria met kind en er staat een beeld van Jozef met Jezus op zijn arm. Er hangen wat ingelijste gebeden. En natuurlijk kun je er een kaarsje opsteken voor iemand die je onder Gods aandacht wil brengen. Een prachtig ritueel, vind ik. Of je nu wel of niet gelooft in God en diens invloed op het ondermaanse, een kaarsje aansteken voor iemand die wel wat extra kracht en liefde kan gebruiken, kan geen kwaad. Toch?
Vlakbij de standaard met kaarsjes ligt een groot boek waarin bezoekers van de kapel iets kunnen schrijven. Hoewel ik het altijd een beetje gênant vind om te lezen wat anderen aan het papier en dus misschien wel aan de Heer toevertrouwen, kon ik de verleiding niet weerstaan. Ik begon onderaan. De laatste zin was vandaag geschreven: “10-10-’10, Help mij om van de drank af te blijven.” Ik werd diep getroffen door zowel de eenvoud als de wanhoop die ik in deze woorden las. De man of vrouw die dit heeft opgeschreven vecht tegen een heel andere verleiding dan die van een mooi bospad of een opengeslagen boek. Vandaag vond hij of zij de moed om hulp te zoeken. Bij God? Bij Maria? Een noodkreet, denk ik. Een smeekbede, zou een christen waarschijnlijk zeggen. Ik heb er even roerloos naar staan kijken en ben toen in mijn rugzak op zoek gegaan naar kleingeld om een kaarsje aan te steken.


26 september 2010

Handgeschreven

“In de huidige digitale wereld worden handgeschreven epistels door computer, e-mail en sms naar de achtergrond verdrongen. Schrijven is op den duur niet meer nodig en blijft hooguit als cultuurverschijnsel bestaan. Waar of niet waar? Kritiek is er vooral op het vroegtijdig schrappen van het schrijfonderwijs.” [Lees verder.]

Met deze inleiding opent René Nijland zijn artikel in de Stentor van zaterdag 25 september jl. Hij gaat in op de vraag of het schrijfonderwijs onder invloed van de digitale vooruitgang een ondergeschoven kindje dreigt te worden. Centraal staat Marsha Koers, een enthousiaste schrijfjuf. Zij vertelt hoe belangrijk ze het vindt dat kinderen op school netjes leren schrijven, of beter, dat ze een handschrift ontwikkelen. Waarom zij dit vindt, blijft onduidelijk. Wel zegt Nijland: ‘Prikkelend is wellicht de stelling van de schriftdeskundigen om jongeren te laten nadenken over hoe ze een individueel handschrift willen ontwikkelen. Handschriften zijn immers heel persoonlijk.’ Hoewel de auteur verder geen aandacht besteedt aan allerlei vragen die over dit boeiende thema gesteld kunnen worden, ben ik voldoende geprikkeld om er op in te gaan.  

Hoewel ik meer dan 90% van alles wat ik schrijf rechtstreeks op mijn pc of laptop neertik, zijn er schrijfsels die ik pertinent uit mijn pen wil laten rollen. Deels om praktische redenen, maar vooral om redenen die te maken hebben met het verbinden van mijn handschrift aan mijn boodschap. Een adres op een envelop bijvoorbeeld. Het zou voor de postbode misschien veel prettiger zijn als ik mijn adressen zou typen en printen, maar door het adres zelf te schrijven, zet ik mijn persoonlijke stempel op mijn poststukken. Dat vind ik prettig, ook als het om een zakelijke brief gaat. Ook sommige brieven schrijf ik liever met de hand. Hoewel ik moet toegeven dat het erg verleidelijk is om deze te tikken, zodat ik mijn zinnen moeiteloos kan corrigeren en veranderen. Helaas wint foutloos het bij mij meestal van handgeschreven.

Dit is echter niet aan de orde als het gaat om mijn dagboek. Ik heb het geprobeerd, een digitaal dagboek. Het leek mij ideaal: alles ordelijk bij elkaar, iedere maand een nieuwe map, keurig geordend op dag en tijd, zonder dat het ruimte inneemt. Maar het werkt niet. Nu werd ik juist vreselijk afgeleid door de deletetoets en al die andere mogelijkheden om mijn verhaal te verfaaien of verbeteren. Ik kreeg geen gedachte meer op papier. Al na drie zinnen begon ik mezelf te verbeteren, vergeten komma’s te plaatsen en na te denken over de juistheid van zinsconstructies.

Dagboek schrijven is voor mij een manier om mijn gedachten te ordenen, mijn emoties te verwoorden en te mijmeren over dingen die mijn bezighouden. Daar horen een goede pen en een schrift met dikke kaft bij. Maar ook de beweging van het schrijven; de pen in mijn hand en het papier waaroverheen ik de pen beweeg. Het gaat ook om dat ritme, dat samenspel tussen hoofd, hart en hand. Hoewel ik in die schriften niet bepaal netjes schrijf, is mijn handschrift altijd herkenbaar en voor mijzelf leesbaar. Anderen zullen niet veel kunnen maken van de sloridige passages waar soms zinnenlang geen interpunctie aan te pas komt. Maar dat is niet belangrijk. Dat dagboek schrijf ik louter en alleen voor mezelf. Juist omdat ik weet dat niemand het leest, kan ik het schrijven zoals ik het schrijf. Er staan tweeënvijftig volgeschreven dagboeken in de kast. Het eerste ben ik begonnen toen ik 20 was. Af en toe lees ik stukken uit een oud dagboek, soms is dat leuk maar vaak tenenkrommend of zelfs beschamend. Hoe dan ook, iedere passage zegt iets over mij, hoe ik was en wie ik ben. Mijn handschrift is er het bewijs van dat alleen ik het geschreven kan hebben, leesbaar of niet.

En eigenlijk is het best een veilig idee dat anderen er geen wijs uit zouden worden. Misschien is dat ook een reden waarom het niet lukte op de laptop. Zo’n helderwit scherm met zijn gelijkmatige drukletters is zo onverdraaglijk zwart op wit. En daar komt dan nog eens bij dat de emoties, die op mijn schots en scheef geschreven dagboekbladzijden juist zo aanwezig zijn, totaal ontbreken. Een computerbestand is te steriel en onpersoonlijk. Ja, zoiets als een dagboek vraagt om een handschrift.


24 augustus 2010

Een verhaaltje voor het slapen gaan…

Voor alle betrokkenen en geïnteresseerden, maar vooral voor deze drie heren.
Uit: EEN HART ONDER DE RIEM, dierenverhalen vol troost van Toon Tellegen.
DE EEKHOORN SCHROK MIDDEN IN DE NACHT WAKKER. Had hij gedroomd? Hij herinnerde zich geen droom, maar hij was wel bang. Hij rilde, terwijl hij het toch niet koud had, en hij voelde koude zweetdruppeltjes op zijn voorhoofd en in zijn hals.
Hij probeerde zich zo stil mogelijk te houden en te luisteren naar geluiden van buiten. Misschien had er iemand geklopt of had er in de verte iemand gegild. Maar hij hoorde niets. Hij ging weer liggen, maar hij kon niet meer in slaap komen. Talloze gedachten gingen door hem heen. Hoe moet dit, en waarom is dat, en wat gebeurt er later? Het waren vragen waar hij geen antwoord op wist, vooral niet op de laatste vraag die maar door zijn hoofd bleef gaan: wat gebeurt er later?

Hij kon niets bedenken wat ook maar leek op een antwoord op die vraag. Wat is later? dacht hij. Hij had het er wel eens met de mier over gehad, maar die had zijn schouders opgehaald en gezegd dat hij nooit van later had gehoord en dat het dus wel niks zou zijn. Maar voor de eekhoorn was dat niet voldoende. De ekster had hem eens verteld dat later het omgekeerde was van vroeger, maar wat was vroeger dan?

Het was een donkere nacht. De eekhoorn deed zijn raam open om de donkere nacht op te snuiven en hier en daar tussen de wolken misschien een ster te zien.
Ik ben alleen maar nu, dacht hij, voor het raam, in de nacht, tegenover de lucht. Misschien heeft de mier wel gelijk, dacht hij verder, en is later niets. Maar wat is het om gekeerde van niets: iets of niets? Bestond vroeger wel of niet? En waarom kon hij eigenlijk niet slapen, terwijl zo te denken iedereen sliep?

Hij zuchtte diep en blies met zijn zucht een blad van de beukenboom de lucht in. Hij hoorde het ritselende blad in de verte wegzweven.

Ik ben alleen maar nu, dacht hij opnieuw. Ik ben nooit later geweest en ik zal nooit vroeger worden. En terwijl hij zijn gedachten, die altijd wijzer waren dan hijzelf, niet langer volgen kon, voelde hij zich weer tevreden worden. Hij ging terug naar bed, stapte onder zijn deken, zei: ‘Nu of nooit’ en sliep op hetzelfde ogenblik in.

 


23 augustus 2010

Anne’s boom

Ze zag hem als ze uit het raam van haar onderduikkamer keek en schreef over ‘onze boom’. Misschien was het voor haar een fijn idee dat iets was buiten het achterhuis dat bij haar hoorde; misschien haalde ze een stukje van de natuur binnen of misschien gaf die groene reus haar een gevoel van veiligheid. Hoe dan ook, ze was zich bewust van zijn schoonheid en volgde aan de hand van zijn kruin de seizoenen. Want natuurlijk zag ze niet veel meer dan zijn kruin. De stam stond ergens onder haar in de grond geworteld. Hij stond daar, al die tijd dat Anne in het Achterhuis verbleef en ook toen zij samen met haar familie weggevoerd werden uit het achterhuis, nadat zij verraden waren door iemand die meer op had met de nazi’s dan met Joden. Hij stond er toen Amsterdam bevrijd werd en overleefde bijna iedereen die de oorlog bewust heeft meegemaakt. Of de boom ook voor Anne symbolische waarde had, weten we niet. Ik denk dat de kans groot is, dat er door buren en fans meer of andere betekenis aan de kastanje wordt gegeven dan hij voor Anne had. Waarschijnlijk willen zij vooral iets in stand houden dat bij Anne Frank en het lot van al die Joden hoort. En dat mag.

Inmiddels komt er een discussie op gang over de zin en onzin van een boom als symbool van… ja, van wat? Wat doet het ertoe? Wat is er mis met het toekennen van emotionele waarde aan een oude of geënte boom. Laat het jonge boompje dat nu geplant gaat worden een symbool zijn van hoop en troost. En als je dat niet begrijpt, respecteer het dan.

“… de kale kastanjeboom aan wiens takken kleine druppeltjes schitterden,

naar de meeuwen en de andere vogels die in hun scheervlucht wel van zilver leken.

Dat alles ontroerde en pakte ons alle twee zo, dat we niet meer konden spreken.”

– Anne Frank –

 


13 augustus 2010

Vrijdag de 13e: de Dag van de Linkshandigen!

 “NIJMEGEN – Vrijdag is het de internationale Dag van de linkshandigheid. De speciale dag voor de linkshandigen bestaat sinds 1992 en is bedacht door een Amerikaan, die vond dat 13 augustus een goede datum was, omdat 13 bekend is als ongeluksgetal en veel mensen denken dat linkshandigen brokkenpiloten zijn.” (Lees verder in de Volkskrant)

Vreemd dat ik nog nooit van deze bijzondere dag gehoord heb. Ik ben namelijk geboren op vrijdag de 13e én linkshandig. Dit laatste uit zich vooral in het schrijven. Gelukkig ben ik op school nooit gedwongen om over te schakelen op rechts. Toen ik in 1968, bijna zeven jaar oud, in de eerste klas kwam, was die regel net afgeschaft. Ik mocht schrijven zoals ik dat van nature wilde. Links dus.

Toch was dat in eerste instantie niet bepaald een pretje. Het lukte mij met geen mogelijkheid om in mijn schoonschrijfschriftje tot enig acceptabel resultaat te komen. We schreven met kroontjespen. De inktpot rechts bovenaan in het bankje. Wat had ik een hekel aan dat krassende pennetje en die blauwe inkt. Ieder woord dat ik met veel moeite en het puntje van mijn tong tussen mijn lippen op papier zette, veegde ik twee woorden later met mijn linkerknuistje uit tot een knoeierige vlek. Ik vond het vreselijk, vooral omdat de juf had bedacht dat kinderen die tien keer zonder fouten en zonder geknoei een bladzijde vol hadden geschreven, één keer met gekleurde ecoline-inkt mochten schrijven. Het is me nooit gelukt om zelfs maar één bladzijde netjes af te leveren. Ik geloof niet dat ik er een trauma aan heb over gehouden, maar als je een kind wilt aanpraten dat het een brokkenpiloot is, was het goedbedoelde beloningssysteem van die juf daar heel geschikt voor. In de tweede klas kreeg ik een balpen en ik was over het algemeen best een blij kind.
Ook mijn geboortedatum heeft daar geen afbreuk aan gedaan. In een of ander jaar was ik jarig op vrijdag de 13e. Een van mijn klasgenootjes vertelde dat het een ongeluksdag was en dat ik dus een ongelukskind was. Een beetje verdrietig kwam ik met dit verhaal thuis. Mijn vader schudde zijn hoofd en nam een slok van zijn borrel om op zijn jongste te proosten en zei: “Welnee joh, de dag waarop jij geboren werd, was de gelukkigste van mijn leven.”


2 augustus 2010

Lekker veel boeken

Morgen wordt er in onze huiskamer een nieuwe vloer gelegd dus alles moet er even uit. Daarom hebben we zaterdag alvast de boekenkasten naar de gang verplaatst: boeken eruit; kast naar de gang; boeken er weer in. En dat vier keer. Echt, ik wist niet dat er zoveel boeken in één ‘Billy’ passen. Terwijl mijn lief en ik samen met dit klusje bezig waren, vroeg ik me af of het een voordeel of juist een nadeel is dat we allebei een even grote liefde koesteren voor literatuur. Want, hoe ziet ons interieur er over twintig jaar uit? Waar laten we de boeken als alle kasten vol zijn en er nergens meer een plank bij kan? Er is geen enkele reden om te denken dat er in ons leven een moment komt dat we uitgelezen zijn. Een ding is duidelijk, in de gang komt geen boekenkast, die ziet er nu uit als een piepklein rommelig boekwinkeltje. En dat verveelt al na een halve dag.

Gisteren was de jaarlijkse boekenmarkt in Deventer. Honderden kramen en evenveel handelaren die op de Brink, langs de IJssel en in allerlei andere straatjes hun boeken aan de man en vrouw brengen. Ook toen ik nog niet in deze stad woonde, kwam ik hier graag om een hele of halve dag onder te gaan in die oase van literatuur en lectuur; eindeloos veel boeken te bekijken en oude vertrouwde exemplaren te herkennen. Er zitten altijd wel een paar auteurs of titels in mijn hoofd die ik graag voor een prikkie zou tegenkomen. En het is bijna even vermakelijk om al die andere rondneuzende mensen te observeren: echte verzamelaars  die vol passie op zoek zijn naar nog één of enkele delen van een serie; mensen die een poging doen toch nog iets af te dingen van de prijs die meestal met potlood voorin het boek is geschreven; en de boekenwurmen die ter plekke helemaal op lijken te gaan in een net ontdekt boek, mensen die de indruk wekken dat ze ter plekke een heel boek uit hun hoofd staan te leren. Ja, de sfeer is altijd weer bijzonder. Er zijn meer dan honderdduizend mensen in de stad en toch is de sfeer uiterst rustig.

Maar gisteren kon ik er mijn draai niet vinden. Ik had geen zin om te snuffelen en genoot niet van het gedoe rondom al die kramen. Voor het eerst ergerde ik me aan de enkeling die voordrong en ik had medelijden met de honden en kleine kinderen die gezellig door baas of ouders waren meegenomen. Nee, ik was niet in de stemming. Al na anderhalf uur stak ik mijn sleutel in het slot van onze voordeur. Bhaamm… !! Ik was even vergeten dat we één van de boekenkasten vlak achter de voordeur hadden gezet. Ik kijk om me heen en haal mijn schouders op. Ik heb een kop koffie gezet en ben met mijn biebboek op de bank gekropen.


25 juli 2010

Haar lippen prevelen een vreemde taal
een lach zacht achter in haar keel
haar ogen wijd open doen niet mee maar
staren versteend naar wat alleen zij ziet
waar denkt ze aan waar komt ze vandaan?

in haar hoofd woedt een oorlog van geluid
stemmen vriendelijk vijandig of wreed
vechten om haar angst haar verlangen haar
kracht en zij bungelt tussen weerloos en wil
zich niet bewust van wereld of waan

vriendinnen kennen haar zo niet want ze
was altijd zo natuurlijk mooi en lief
zo slim gewoon een alfameid met pit
nu zegt ze Maria Magdalena te zijn
en wat heeft ze met haar d’r gedaan?

Elsz de Roos

 


19 juli 2010

Geloofscrisis of gemiste kans?

Refoweb.nl: “Beste ouders, denk toch aan uw doopbelofte. Straks sta je met je kinderen voor Gods rechterstoel. En als je dan te toegeeflijk bent geweest en je hebt je kinderen toestemming gegeven om de brede weg op te gaan, dan zullen uw kinderen tegen u getuigen. De wet en ook het evangelie zal tegen u getuigen. En de Heere zal een rechtvaardig vonnis moeten vellen. De wereld gaat voorbij en haar begeerlijkheid. Maar ook al degenen die van de wereld waren en met de wereld hebben verkeerd, zullen vergaan. (…) En hoe mooi het op zichzelf ook is, en hoezeer je er ook van kunt genieten, het WK-voetbal is zonde.” lees verder

Noordhollands Dagblad“Bisschop Punt van het bisdom Haarlem-Amsterdam heeft in een gesprek met Vlaar donderdag 15 juli hem met onmiddellijke ingang op een zijspoor gezet. Al eerder kreeg Vlaar kritiek op activiteiten om de kerk dichter bij de parochianen te brengen. Zijn ‘Oranje-mis’ van afgelopen zondag was de druppel.” lees verder

Nieuwslijst.nl“Parochianen van de Sint Victor Parochie in Obdam vinden de schorsing van hun pastoor Paul Vlaar omdat hij een viering hield in het teken van het WK, niet alleen ,,buitenproportioneel”, ze voelen zich ook benadeeld door bisschop Jos Punt. ,,De stemming in de parochie is bedrukt.” lees verder      

Eerst een alinea uit het betoog van ds. M. A. Kempeneers waarin hij ouders adviseert om hun kinderen te verbieden naar de WK te kijken. Vervolgens het ingrijpen van de bisschop van Haarlem-Amsterdam. Hij heeft pastoor Paul Vlaar uit zijn ambt ontheven omdat hij zijn oranjegevoel uitbundig met zijn parochianen gedeeld heeft. En tot slot de reactie van de parochianen van Paul Vlaar.

Ik ben absoluut geen voetbalfan en met een aantal kanttekeningen die de dominee plaatst bij de afgelopen WK in Zuid-Afrika ben ik het zeker eens. Maar moet je het plezier dat mensen ontlenen aan een dergelijk spektakel dan veroordelen door er een zonde van te maken? En dan pastoor Paul Vlaar. Hij doet enorm zijn best om de boodschap van de kerk te verbinden aan wat er in de mensen omgaat. Je kunt je natuurlijk afvragen  of een oranje kazuifel en een bloemstuk met voetballen erin verwerkt dé manier is om zo’n thematische viering vorm te geven, maar is dat belangrijk? Ik ga er vanuit, of hoop in ieder geval, dat deze pastoor wel degelijk een inhoudelijke en christelijke boodschap aan  zijn uitbundigheid verbonden heeft. Daarover lees je niets in al die artikelen over deze kwestie. Terwijl het daar in mijn ogen juist over gaat.

Waarom lijkt het voor zowel de gereformeerde als de rooms-katholieke kerk zo ingewikkeld  om de kleine of grote dingen van alledag, triviaal of niet, aan te grijpen om dichter bij de mensen te komen? Dat zie ik als een gemiste kans. Als geestelijk begeleider praat ik met mijn cliënten vaak over wat hen in het dagelijkse leven bezig houdt. En steeds weer merk ik hoe belangrijk die  kleine en grote ervaringen zijn; ervaringen die tal van emoties met zich meebrengen en direct te maken hebben met de zin van het leven of de grote vragen die uit het leven voortkomen.

Wat je ook van de WK vindt, het is een feit dat we in ons land zelden op zo’n grote schaal ervaren hebben dat we iets met elkaar delen. Even waren we weer dat leuke gezellige kleine landje dat toch maar in de finale van een wereldtoernooi stond. Dat ‘samen een zelfde gevoel of ervaring delen’, gaat over ‘erbij horen’ of ‘bij elkaar horen’. Een belangrijk thema binnen de christelijke traditie als ik het goed begrepen heb.

De dagen tussen de halve finale en de echte finale waren spannend. Sommige van mijn cliënten hadden er buikpijn van of konden er niet van slapen. Anderen wisten zeker dat we zouden winnen.  Maar allemaal hadden ze het gevoel dat ook zij een beetje in de finale stonden en de kans hadden om op die zondagmiddag een grote overwinning te behalen. Slechts één man merkte op dat hij het allemaal maar moeilijk vond. Want als Oranje zou winnen, zou Spanje verliezen en dat was net zo zielig.

Winnen en verliezen. Een groot thema waarmee we allemaal te maken hebben. Via de gemiste kans van Arjen Robben kwam ik met een oudere man in gesprek over zijn eigen verlieservaringen. Op zijn vijftigste kwam hij in een rolstoel terecht en raakte een groot deel van zijn zelfstandigheid kwijt. En hetzelfde voetbalmoment leidde er een paar uur later toe dat een verlegen jongen met weinig zelfvertrouwen vertelde over het gevoel dat hij had toen iets dat hij graag wilde, mislukte.

De afgelopen weken ging het om meer dan de WK en een serie voetbalwedstrijden. In heel veel mensen is tijdens die kampioenschappen iets aangeraakt dat er wezenlijk toe doet. Achter de emoties die daarbij aan het daglicht kwamen gaan vaak verhalen schuil, verhalen van mensen zoals jij en ik. Ik denk dat we pas echt verliezen, en dat het doodzonde is, als we dit negeren.


27 juni 2010

Zelfmoord onder homojongeren

Homojongeren doen tot vijf maal vaker een zelfmoordpoging dan heterojongeren. Dat blijkt uit Steeds gewoner, nooit gewoon, de periodieke rapportage van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) over homo-emancipatie in Nederland. Het COC roept informateur en fractievoorzitters op om emancipatie van lesbiennes, homo’s, bi’s en transgenders (LHBT’s) in het komende kabinet hoge prioriteit te geven. Er moet een Masterplan Suïcidebestrijding LHBT-jongeren komen. (Klik hier en lees verder – Trouw van 24-06-2010)

We slagen er dus nog steeds niet in om onze jongeren zoveel ruimte en veiligheid te bieden dat ze zich op hun eigen manier kunnen ontwikkelen. De onderzoekscijfers zijn diep triest, maar tegelijkertijd ook begrijpelijk. Je hoeft immers niet meer te doen dan het nieuws te volgen om te weten dat homodiscriminatie ‘in’ lijkt te zijn. Homo’s worden in toenemende mate op straat in elkaar geslagen en onlangs heeft een mannenstel besloten te verhuizen omdat ze de hatelijkheden en vernielingen waarmee ze jarenlang geteisterd werden, zat zijn. Het aantal klachten dat binnenkomt bij de meldpunten voor (homo)discriminatie neemt toe.

Mijn vader is geboren in de jaren dertig. Al vrij jong wist hij dat hij op mannen valt. Hij was begin twintig toen hij genoeg moed verzameld had om zijn ‘probleem’ op te biechten bij iemand binnen de kerk. Van deze man kreeg hij het advies ‘gewoon te gaan trouwen, dan zou het wel overgaan’. Dat heeft hij gedaan. Na vier jaar was hij vader van drie kinderen. Maar het ging niet over. Jarenlang heeft hij geleefd met een geheim. Tot het water hem aan de lippen stond. In fases heeft hij zijn vrouw, zijn kinderen en zijn verdere omgeving op de hoogte gesteld van zijn homoseksualiteit. En nog heel wat jaren later is hij van mijn moeder gescheiden. Zij heeft dit alles op een geweldige manier opgenomen en geaccepteerd en wij, zijn kinderen, hebben gelukkig de kans gekregen om hem te leren kennen zoals hij echt is. Mijn relatie met mijn vader is meer dan goed, maar je hoeft geen psycholoog te zijn om te begrijpen dat dit alles op mijn vader en op ons gezin grote invloed heeft gehad.

Ik was 19 toen ik, om een opleiding te volgen, naar Nijmegen verhuisde. Begin jaren ‘80 was dit één van de meest progressieve steden van ons land. Het was ‘in’ om alles uit te proberen wat nieuw, anders en spannend was. Docenten en studenten rookten samen hasj in de pauze, we demonstreerden tegen alles waar je maar tegen kon zijn, en vrijen met iemand van dezelfde sekse was volgens velen het proberen waard. Het was toen eerder uitzondering dan regel om jong te trouwen en kinderen te krijgen. Kortom, ik werd volwassen in een tijd en omgeving die mij de mogelijkheid boden om in alle openheid te ontdekken wie ik was. Ik deed niet aan alles mee, maar keek wel om me heen, verdiepte me en stelde vragen. Zo had ik de kans om me te identificeren met mensen die ‘anders’ zijn.

Na ruim een jaar werd ik verliefd op een vrouw. Misschien dat het verhaal van mijn vader voor mij die deur al op een kier had gezet? Hoe dan ook, ik was op zoek naar mijn eigen identiteit en vond rust bij een leuke, lieve vriendin. Al heel lang wist ik dat ik geen moeder wilde worden, dus wie weet was ik lesbisch? Of had dat niets met elkaar te maken? Ik maakte me er op geen enkele manier zorgen over. Ik genoot van het leven. In tegenstelling tot mijn vader leefde ik in de gelukkige omstandigheden dat ik me zonder angst kon overgeven aan mijn nieuwsgierigheid en prille  gevoelens. Ik ben met deze vrouw oprecht gelukkig geweest, maar ontdekte na een aantal jaar dat ik toch meer op mannen viel. Hiermee zeg ik overigens niet dat ik voor honderd procent hetero ben. Wel ben ik erg blij en ook weer gelukkig met de man waarmee ik nu samenleef.

Terug naar nu. Wat is er de afgelopen 25 jaar gebeurd? Waar en wanneer zijn die positieve ontwikkelingen vastgelopen?  Als ik bovenstaand bericht lees, heb ik het gevoel dat er een weg terug-in-de-tijd is ingezet. En dan niet terug naar mijn tijd, maar naar die van mijn vader. In mijn tijd werd er, onder andere door het  COC en de vrouwenbeweging, al kritisch op gewezen dat (bijna) alle films, songteksten, tv-reclames en alles wat er verder in de wereld te zien en te koop is uitgaat van een heteroseksuele norm. Het is ‘normaal’ dat je als man een vrouw kiest en andersom. En dat beeld, dat beperkende, discriminerende uitgangspunt, is nauwelijks veranderd. Oké, af en toe zien we eens een homoman, of een lesbische vrouw op tv. En ook in een soap komt er wel eens een homostel voorbij, maar in veel opzichten lijken ‘mijn jaren 80’ een gedroomd sprookje, ver weg van de huidige realiteit.

Ik waardeer de goede bedoelingen van Marcouch, maar ik vrees dat een homoplein met regenboogvlaggen in een wijk of stad niet is waar bovengenoemde jongeren op zitten te wachten. Zij willen zich herkennen in de dingen van alledag. De sfeer op straat, op school en in het uitgaanscircuit. Een billboard met twee zoenende mannen. Een homodocent die openlijk kan vertellen over zijn thuissituatie. Een reclame voor Valentijnsdag met twee mooie verliefde meiden. Een hypotheekreclame waarin een gezin met twee vaders speelt. Zoiets. En waarom geen vacature in de kant met een zinnetje ‘bij gelijke capaciteiten gaat de voorkeur uit naar een lesbische vrouw’? Want op andere punten ben ik het met de Amsterdamse PvdA-man eens.

Als we willen dat de homojongeren, die nu geen andere uitweg zien dan de dood, zich veilig genoeg gaan voelen om uit de kast te komen, moeten we hen een wereld bieden die ook over hen gaat.


22 juni 2010

Waterwoorden

Ik zoek ik zie en ik verzamel
ga kopje onder in een gracht
van teveel waterwoorden
ontoelaatbaar gevaarlijk
stelen ze mijn naam
ontnemen ze mijn kracht
buiten is als rood en geel
in mij alles helder blauw
‘houden van’ is ook van daar
maar binnen mij niet veilig
cijfers zijn rustig helder grijs
en onbetwistbaar waar
zo hard als ijs een beetje heilig
maar een woord zonder getal
maakt duizelig en bang
een wereld waarop ik kan rekenen
is alles waarnaar ik verlang.

Elsz de Roos

 


18 juni 2010

Heimwee naar wat?

Onlangs was ik samen met een vriendin Turkije. Voor ongelooflijk weinig geld hadden we een driekamerappartement gehuurd inclusief vlucht en vervoer van de vluchthaven naar ons vakantieverblijf in Dalyan, waar we heengingen. Terwijl we zaten te wachten tot we aan boord van het vliegtuig mochten, bedacht ik dat het eigenlijk vreemd gedrag is. Met een paar honderd andere mensen in een vliegtuig stappen om elders een paar dagen of weken je vrije tijd door te brengen. De sleur doorbreken? Iets zien wat je nog niet gezien hebt? Zoiets. Het vliegtuig zat bomvol. Ik heb het idee dat in ieder nieuw vliegtuig dat gebouwd wordt de stoelen net weer even iets dichter op elkaar staan. Dan kan er weer een extra rijtje bij. Meer passagiers, meer inkomsten. Het kan niet voor niets zo goedkoop. En wij willen het liefst drie keer per jaar op stap, dus accepteren we veel. De vooruitgang heeft zo zijn voor en nadelen, ging er toen even door me heen.

Maar de reis waren we snel vergeten. Turkije is mooi; het was heerlijk weer; het eten en de wijn waren goed en we hebben lekker gewandeld. Dat wij voor ons plezier wilden lopen daar snapten de Turken die we ontmoet hebben niets van. Er bestaat dan ook geen enkele gedetailleerde kaart van de omgeving. Maar als je de doodlopende wegen en af en toe wat verdwalen voor lief neemt, komt het best goed. De natuur is, vooral in het voorjaar, wonderschoon. En we hebben genoten van de rust die in zo’n land heerst. Mensen hebben minder haast en meer geduld en dat kan zeer aangenaam zijn. Ik genoot van de dorpjes die je met recht primitief kunt noemen. Ik werd geraakt door de mensen die zo in onze jaren veertig of vijftig hadden gepast. Een vrouw die haar tuinpad veegt of een man die met kar en paard passeert. Soberheid en eenvoud. In de winkeltjes, op straat   en zelfs in de houding van mensen. Het lijkt of het ontbreken van haast en moderne kleding mensen bescheidener, verlegen en zelfs ‘meer mens’ maakt. Je kunt er niet echt een vinger opleggen. Maar het is duidelijk dat de tijd daar op een andere manier invloed heeft op het leven dan bij ons.

Tijdens een van onze wandelingen stuitten we op het Turkish Historical House, een kleine,  eenvoudige verzameling antiquiteiten bij elkaar gebracht op het erf van een huisje. Half overdekt, half in de open lucht. Een vriendelijke man liet ons zien dat hij van ieder voorwerp minimaal twee had. Een Ottomaans en een Turks exemplaar. Zo had hij schoenen, kleding, pannen, weegschalen, kleden, serviesgoed, gereedschappen, muziekinstrumenten en nog veel meer. Helaas konden we nauwelijks met hem praten. Met handen en voeten en wat woorden Engels kwamen we het belangrijkste te weten. Helaas zijn al mijn andere vragen zijn onbeantwoord gebleven. Ook waarom zijn museum juist aandacht besteedt aan de verschillen en overeenkomsten tussen het Turkse en het Ottomaanse, heeft hij ons niet echt duidelijk kunnen maken. Maar het enthousiasme waarmee deze man ons zijn verzameling liet zien, was net zo bijzonder als het museum zelf. Hij had alleen zijn voorwerpen. Geen mooi gebouw, geen strak gestuukte muren en al helemaal geen marketingplan. Alleen een met de hand geschilderd bordje met pijl, dat de weg wijst naar dit bijzondere Historical House. Wie het zien wil, ziet behalve al die voorwerpen ook de liefde en trots van een man voor zijn land en de kennis die hij zonder meer van de Turkse en Ottomaanse geschiedenis heeft. Ook hij had iets wat wij in onze cultuur allang kwijt zijn. 

Want ja, ik denk dat wij echt iets kwijt zijn. We hebben het niet bewust overboord gegooid. Misschien is die heerlijke, pure eenvoud ons ontglipt terwijl we geobsedeerd bezig waren met onze individuele en gezamenlijke ontwikkeling. Vooruitgang is heel lang een soort toverwoord geweest. Daar hadden we alles voor over, daar wilden we best een offer voor brengen. Wilden, want ik denk dat we nu langzaam tot het besef komen dat we iets kwijt zijn. De Volkskrant is niet voor niets op zoek naar de Nederlandse identiteit. En hoe vaak hoor je mensen niet verzuchten dat ze de ‘ouderwetse’ gulden missen. Nu wil ik niet zeggen dat we de tijd stil moeten zetten, alsjeblieft niet. Ook ik ben in grote mate afhankelijk van mijn pc, het internetverkeer en de mogelijkheid om een reisje te boeken naar een willekeurige bestemming, waar ook op deze aarde. En ik ben blij met een huis met een moderne keuken, en sanitair zonder gebreken. Maar we zijn iets kwijtgeraakt. En daar ben ik sinds Turkije naar op zoek.
Waar ruikt het bijvoorbeeld nog zoals het vroeger bij mijn oma rook? Dat aparte zuivere, maar ongeparfumeerde zeepluchtje gecombineerd met de geur van haar kolenfornuis. En dan samen met haar de hele middag theedrinken aan haar keukentafel en een potje jokeren. Dat soort dingen. Ik weet het, het zijn symbolen die horen bij herinneringen. Maar waar staan ze voor? Wat gaat er achter schuil dat ik niet goed kan benoemen? Wat zijn we met al die eenvoudige gebruiken kwijtgeraakt? Want schijnbaar hebben ze voor mij een diepe betekenis. Ik mis ze.  Ze komen niet voor niets naar boven als ik tijdens een vakantie terecht kom in een oase van Turkse rust en eenvoud.

Kon ik maar acht dagen boeken aan de keukentafel van mijn grootmoeder.


30 mei 2010

Avondvierdaagse? Natuurlijk wel!

In de volkskrant (het Vervolg,  pag. 4) staat een rubriek, de Enclopedie van Nederland. (Misschien is het een tikfout, maar het staat er echt zo.  ik heb in ieder geval nog nooit van enclopedie gehoord.) Dit om te ontdekken wat de Nederlandse identiteit is. Sinds Máxima heeft opgemerkt dat volgens haar de Nederlandse identiteit niet bestaat, zou ons gebrek aan vaderlandse identiteit er niet beter op geworden zijn. Deze serie moet ons terugbrengen bij onze Nederlandse wortels en het besef dat we zoiets als een gezamenlijke identiteit hebben. Een van de twee onderwerpen die gisteren werd behandeld was de avondvierdaagse. Door wat ik las, werd ik op een vreselijke manier in mijn weemoedige hart geraakt. De schrijvers van het stukje, Wilma de Rek en Bert Wagendorp, laten niet veel heel van de wandeltraditie waar ik in mijn jeugd, maar ook vele jaren later in mijn werk zoveel plezier aan heb beleefd.

Als kind was ik bij een wandelclub in Breda. De avondvierdaagse was voor ons één van de jaarlijkse hoogtepunten. Behalve dat het leuk was dat er niet alleen wandelclubs, maar ook scholen en ander verenigingen aan meededen, vond ik het spannend dat dit festijn ‘s avonds plaatsvond. Het was voor mij één groot wandelend feest. Bovengenoemde auteurs hebben het in hun ‘enclopedie’ op nogal  neerbuigende toon over de liedjes die tijdens het wandelen gezongen worden. Ze geven een voorbeeld van een liedje waar een ‘oud wijf’ voor een kwartje ‘je piemeltje stijf’ maakt. Dit liedje ken ik niet, maar het zal vast bestaan. Al je een jaar of tien, twaalf bent, zijn dat spannende teksten, zeker als je ze op straat met tientallen andere kinderen kan zingen. Wel ken ik een liedje, in het zelfde rijmschema en met vermoedelijk dezelfde melodie, waar we vroeger misschien lichtroze oortjes van kregen: Het hondje van de Bakker(2x) heeft vies gedaan (2x) hij is gaan zwemmen (2x) zonder zwembroekje aan (2x) En van je hela hela hela holala (2x). Rare tekst, geef ik toe, maar ik denk dat zo’n liedje paste bij de uitgelaten stemming die we als kind, ’s avonds in het bos en tussen de weilanden voelden. Maar er waren veel meer liedjes en het ging om veel meer dan spannende ‘vieze’ woorden. Voor veel kinderen is wandelen misschien saai, maar als je dat ’s avonds doet met de halve wijk of de hele klas is het anders. Ook de avondlucht is anders. Die voelt en ruikt naar avond. Ik denk dat ik dat toen geleerd heb. ’s Avonds is eigenlijk alles anders. Aan het eind van de dag loop je anders en voel je je anders. Als je na een avond wandelen naar bed gaat, slaap je met je hoofd vol frisse lucht.

Ik vind het jammer dat die Wilma en Bert zo neerbuigend over deze traditionele en sportieve vorm van volksvermaak schrijven.  Het is bekend dat kinderen meer tijd doorbrengen achter te tv en de computer dan in een speeltuin, op de fiets of in het bos.  Een van de grote problemen waar we in toenemende mate mee te maken hebben, is overgewicht bij kinderen. Dan zou je van weldenkende verstandige publicisten toch iets anders verwachten.De schrijvers suggereren dat kinderen aan het eind van hun prestatie een grote zak snoep krijgen van hun ouders. Dit zal hier en daar best gebeuren, maar ik heb het niet gezien. En dan nog kunnen ze beter snoepen tijdens of na het wandelen dan onderuit gezakt achter de pc op de bank voor de tv.

Wandelen was en is voor mij een manier om te genieten van de natuur en de buitenlucht; om lekker te bewegen en samen met anderen plezier te hebben. De avondvierdaagse heeft precies deze functie voor veel kinderen, gezinnen en schoolklassen, nog steeds ieder jaar. Vorig jaar mocht ik een avond meegelopen met een groep cliënten van mijn werk. Hoewel deze volwassen verstandelijk beperkten enigszins uit de toon vielen tussen al die groepen basisschoolleerlingen viel er geen onvertogen woord. Onderweg werd af en toe een praatje gemaakt, werden ervaringen uitgewisseld en liepen we een stukje met elkaar op. En we zongen samen Het hondje van de bakker. Het was ouderwets gezellig en na afloop was iedereen trots op zijn of haar prestatie. Wat ook mooi is, tijdens de avondvierdaagse hoef je niet de beste te zijn. Daar gaat het niet om. Je krijgt de herinneringsmedaille gewoon omdat je hebt meegedaan. Je hoeft niet de beste te zijn.

 


19 mei 2010

Wandelen en de geest ervaren

Hoewel mijn werk als geestelijk begeleider niet bepaald wordt door de christelijke traditie, sta ik met sommige van mijn cliënten, mensen met een lichte verstandelijke beperking, wel stil bij hun geloof, de rituelen en de feestdagen die daarbij horen. Ik vind het belangrijk om als dat mogelijk is, aan de oorspronkelijke betekenis een eigentijdse invulling te geven. Ik probeer uit te leggen wat die oude feesten en verhalen nu nog voor betekenis kunnen hebben in ons eigen leven. Zondag is het Pinksteren. Dan vieren christenen de uitstorting van de Heilige geest. De Heilige geest is de geest van God en maakt samen met God de Vader en God de Zoon deel uit van de Heilige drie-eenheid. Voor gelovigen is dit gesneden koek.  Zij leven met en in de geest van God. Zij hechten belang aan deze geloofswaarheid.

Omdat ik niet geloof in een persoonlijke God, is er voor mij ook geen Heilige drie-eenheid. Toch heb ik wel iets met het begrip geest. Misschien zelfs met de geest van God. Maar dan neem ik de vrijheid om mijn eigen betekenis te geven aan dat moeilijke, misschien enigszins vastgelopen, begrip. God is voor mij het geheim van Liefde. De geest van God is de energie waardoor die liefde stroomt. Als ik ergens door geïnspireerd ben; als ik werkelijk contact heb met een ander en voel dat we elkaar raken; of als ik ergens in op ga, bijvoorbeeld in de natuur of een mooi muziekstuk, dan is de geest in mij werkzaam. Dergelijke momenten ervaar ik ook tijdens mijn werk, in contact met cliënten. Voor de meeste van hen is de geest een te abstract iets om te begrijpen, maar ik heb het idee dat ze de ervaring wel degelijk kennen.

Gisteren maakte ik een wandeling met Lieske. Dit doen we vaker. We vinden het allebei heerlijk om buiten te zijn en onderweg komt een gesprek meestal beter op gang dan in mijn kamer, tegenover elkaar op een stoel. Als je wandelt, hoeft je elkaar niet aan te kijken en de stiltes die vallen zijn niet pijnlijk of onhandig. Ze lijken soms zelfs ruimte te geven. Zo ging het gisteren ook. We liepen bij de IJssel. Lieske had net verteld over de dingen die haar onrustig maken, ze had haar dag niet, ze was bang. Er volgde een monoloog van bijna tien minuten. Ik luisterde vooral, vragen stellen leek op dat moment overbodig. Toen was ze uitgepraat. We zwegen allebei. We liepen uit de wind, de zon was warm. Er was geen verkeer, alleen wat kwetterende vogels vulden de stilte. Voorzichtig pakte Lieske mijn arm en bleef die vasthouden. Na ik schat twee of drie minuten bleef ze stilstaan, ik ook. Zonder me aan te kijken zei ze zacht: “Zo is het mooi hè, wij samen, wij met alles samen.” Daarna bleef het op een aangename manier stil.

Wat moet ik hier aan toevoegen? Misschien moet ik er toch maar vanaf zien om het zondag uit te leggen.

 


9 mei 2010

Sjef de Roos en de kunst van het sterven

“Een leraar raakt de eeuwigheid
en weet nooit waar zijn invloed zal stoppen.”
– Confucius –

Gisteren stond er in de Volkskrant (het Vervolg pag. 5) een essay van Joep Dohmen: Wij missen een cultuur van goed ouder worden. Hij heeft dit geschreven naar aanleiding van het verschijnen van De kunst van het ouder worden – De grote filosofen over ouderdom. Een boek waarvan hij samen met Jan Baars de redactie heeft verzorgd. In de laatste alinea van het essay, zegt Dohmen:
“Tenslotte moeten we de kunst van het sterven opnieuw leren, een vroegchristelijke en middeleeuwse kunst: ars moriendi. Wij zijn heel erg slecht in het aanvaarden van de eindigheid, terwijl alles maar dan ook werkelijk alles in ons leven eindig is: de kindertijd, het ouderschap, de liefde, vriendschap, kennis, werk, geld en zelfs roem. Dat betekent voortdurende rouwarbeid en de kunst van het opnieuw beginnen. Aan het werkelijke levenseinde staat de dood. Wie willen we geweest zijn? Wat willen we aan onze geliefden, aan andere mensen, aan de aarde nalaten? Als we weten waarom we geleefd hebben, kunnen we ons des te beter verzoenen met de dood.”

Afgelopen dinsdag heb ik afscheid genomen van een mij zeer dierbaar mens, Sjef de Roos. Hij was mijn oom, maar ook een lieve, wijze vriend. Van dichtbij heb ik meegemaakt hoe hij de kunst van het sterven beheerste. Vlak na Pasen kreeg hij te horen dat hij vermoedelijk kanker had. Hij schreef toen in een mail aan zijn familie en vrienden:
“Zelf ben ik er tot op heden rustig onder. Ik vermoed doordat mijn jarenlange zen-beoefening mij voorziet in de mogelijkheid om over de dood heen te kijken.  Als ik weleens een zen-inleiding in een van mijn groepen afsloot met de opmerking: “dan is de dood ook geen probleem”, dan keken de omstanders daar wel even van op.  En ik dacht dan, ik hoop dat ik het zo ook mag ervaren als mijn tijd gekomenis. Overigens is het natuurlijk nog niet zover. Maar de berichten uit het ziekenhuis liegen er niet om.  In het zen heb ik geleerd dat vertrouwen iets anders is dan dat je krijgt wat je hebbenwilt.”
Een paar dagen later was het vermoeden een feit. De arts vertelde dat hij er op moest rekenen dat hij hooguit nog drie weken te leven had. Sjef heeft zich ‘als vanzelf’ met zijn lot verzoend. Vol liefde en mededogen heeft hij afscheid genomen van zijn vrouw, kinderen en kleinkinderen, van zijn broers en zussen en van veel vrienden en kennissen. Hij was niet of nauwelijks bezig met zichzelf, hij leefde in het moment. Terwijl hij bezig was het leven los te laten, was hij met al zijn aandacht bij zijn dierbaren om zo lang mogelijk nog iets te betekenen voor degenen die hem los moesten laten. Sjef is overleden op 28 april jl.

Tijdens zijn uitvaart hebben negen mensen over Sjef gesproken. Ieder van hen vertegenwoordigde een stukje van zijn leven: Zijn zoon en dochter, zijn oudste zus, een van zijn zwagers, een goede vriend, een oud-collega, een buurman, en drie van zijn zen-leerlingen. Verschillende verhalen, met uiteenlopende ervaringen en anekdotes. Maar zonder het expliciet gevraagd te hebben, weet ik zeker dat ze het over een ding met elkaar en met mij eens zijn: Sjef was een ongecompliceerde, wijze man, die de kunst van het leven én het sterven verstond.  Hij zei over zijn dood bijvoorbeeld: “Ik voel me als een voorbijgaand iets. De dood is een verandering binnen een geheel dat altijd doorgaat.” En de vriend die tijdens zijn afscheid sprak, vertelde dat zij vaak filosofeerden over de visie dat ‘het leven een onderbreking is tussen twee oneindigheden’. Tijdens ‘zijn onderbreking’ heeft Sjef voluit geleefd.

En nu nog even terug naar de vragen van Dohmen. Ik denk dat Sjef als zenleraar en als psychotherapeut, maar zeker ook als medemens, was wie hij wilde zijn. En juist daarom heeft hij aan velen van ons iets moois en onvergetelijks nagelaten. Hij wist niet alleen waarom hij geleefd heeft maar ook hoe hij dat leven wilde leven. Zijn zenbeoefening stond hierin centraal. Ja, Sjef had zich verzoend met de dood. Hij is in alle rust teruggekeerd naar de eeuwigheid.

 


1 mei 2010

Dierenlief en -leed

Het liefst zou ik in onze tuin een Ark van Noach nabouwen. Van alle dieren twee. Dit vanuit het verlangen om in ieder geval binnen ons eigen terratorium een vreedzame wereld te realiseren.  Helaas is dat in een stadstuin van twintig bij zeven meter én met het oog op ons leefpatroon niet mogelijk. Daarom prijs ik me gelukkig met Flip en Freek, de konijnen; Fokke en Sukke onze cavia’s en hamster Toby. De laatste woont natuurlijk niet in de tuin, dat laat ons klimaat niet toe. Behalve dit vijftal staat onze tuin altijd open voor alles wat kruipt en vliegt. Onze knaagdieren vinden dit geen enkel probleem. Of het nu om mussen, koolmezen,  egels of muizen gaat, gemoedelijk delen ze hun voer en de ren met iedere gast die aan komt waaien.  Onder onze vaste gasten bevindt zich een groepje kraaien. Alle kraaien heten voor het gemak Koos of Karel.
Afgelopen donderdag zat Koos in het hok van Sukke. Dat is niet helemaal ongebruikelijk, maar ik had al snel door dat het niet goed met hem ging. Zijn linkervleugel hing er een beetje sneu bij. Hij deed geen enkele poging om te eten en bleef ongewoon lang op een plek bewegingsloos zitten.  Hoewel Sukke het geen enkel probleem leek te vinden om zijn huis te delen met een vreemde vogel, had ik toch het gevoel dat er iets niet in de haak was. Een uur later zat hij bij de konijnen. Gemoedelijk begon Flip liefdevol zijn gewonde vleugel te likken. ‘Wat kunnen we als mensheid nog veel van deze beesten leren’ dacht ik maar ging tegelijkertijd toch maar op zoek naar het telefoonnummer van de dierenambulance. Op dat moment was er niemand bereikbaar, maar de voicemailstem zei dat ik mijn boodschap en telefoonnummer kon achterlaten op het antwoordapparaat. Dat heb ik gedaan. De volgende dag werd ik voor dag en dauw teruggebeld door Gerry van de dierenambulance Overgelder. Een een uur later stonden ze voor de deur. Koos had de nacht goed doorstaan in het dagverblijf van Sukke, maar zijn vleugel hing er nog even hopeloos bij. Gerry en haar collega hebben hem voorzichtig gevangen om hem naar de vogelopvang in Brummen te brengen. Met enige weemoed heb ik die gele auto nagekeken.

De dierenambulance is een organisatie die bijna volledig draait op vrijwilligers. Mensen die er voor kiezen om in hun vrije tijd voor zieke en gewonde dieren te zorgen. Wat een mooie vorm van dierenliefde.

Ik wil Gerry en haar collega van dierenambulance afdeling Deventer een groot compliment maken en hartelijk danken voor de goede zorgen voor ‘onze Koos’.

 


24 april 2010

Nog even op Schier…

Het is zaterdagavond. Het einde van ons verblijf hier is in zicht. We hebben zes dagen gevuld met ontbijten, koffie drinken, wandelen, lezen, borrelen, eten en nog meer koffie en nog meer borrelen. We hebben genoten van een dorp waar het straatbeeld nog niet bepaald wordt door auto’s; waar een verkeersongeluk een onmogelijkheid lijkt en waar de politie op zaterdagmiddag rustig door de duinen fietst.
Vanmiddag liepen we over het strand en door de duinen, al wat je hoort zijn dan de meeuwen en de ganzen, hier en daar wat ander vogelgekwetter. Daar wordt je vanzelf stil van. De wind is inmiddels gaan liggen en de zon was warm. We hebben uren gelopen zonder echt moe te worden. Ik denk omdat het er hier niet toe doet wat hierna komt. Geen agenda, geen afspraken. De rust die je hier vindt is in de stad en ons dagelijks leven ver weg. De natuur en de stad… twee geliefden die in mijn hart om de eerste plaats strijden. Vanavond geeft de fanfare van Schier een concert in het dorpshuis. Daar gaan we heen. Een mooi afscheid van een paar heerlijke dagen want morgen gaan we naar huis. Een dag eerder dan gepland omdat Jaap, onze buurman van 87, is overleden. Maandag is het afscheid en daar willen we graag bij zijn. Hoe mooi dit eiland ook is, hoe heerlijk ook om even alles achter te laten, er kunnen zich altijd dingen aandienen die belangrijker zijn, dingen waar je niet omheen wilt. Want thuis is thuis en daar horen de buren bij.
Tot slot nog een paar plaatjes…


22 april 2010

Schier [ vervolg ]

We zijn nog steeds op Schier. We weten inmiddels de weg in het dorp en de supermarkt. We gaan iedere ochtend naar de bakker voor de lekkerste broodjes en kopen een verse krant. En we beginnen ons af te vragen hoe het is om te leven op een eiland als dit. Het natuurgebied is redelijk groot, maar het dorp, de bewoonde kern, is piepklein. Als echte stadsmensen constateren we nu al het leuk is hier, voor een week. Vooral als de lucht blauw is, het weer goed ( het is koud en waait hard, maar zeker niet herstachtig of winters.) In de Spar-winkel zoek ik, terwijl ik dat niet wil, naar mijn vertrouwde merken. Ja, het is hier te Nederlands om mijn eigen gewoontes los te laten. Koken zonder mijn eigen kruiden voorraad is best lastig, maar wat maakt het uit? Improviseren is ook leuk en de helft van de tijd eten we buiten de deur.

Schier is een heerlijk eiland. Als je even iets anders wilt; als je even je hoofd leeg wilt maken; veel wilt wandelen; de wind wilt voelen en zoveel mogelijk boeken uitgelezen mee terug naar huis wilt nemen. Het is voor ons een weekje weg van de realiteit. De dagelijkse drukte even achter ons laten en eindeloos veel tijd voor onszelf en elkaar. Zeker een aanrader. Ik heb op internet een leuke site gevonden met alles wat een mens maar wil weten over dit bijzondere eiland: www.schierweb.nl . Maar, zoals ik al zei, niets zegt zoveel al de plaatsjes.

 


20 april 2010

Een weekje Schier…

Een stapel boeken, wat kleren en vooral een grote behoefte aan rust en even niets bijzonders. We zitten sinds gisteren op Schiermonnikoog. Een Waddeneiland dat ongeveer 20 jaar geleden mijn hart heeft gestolen. Toch ben ik er al zeker 14 jaar niet geweest.
Het begint in de haven van Lauwersoog. Wachten op de boot van 13.30 uur. Samen met een grote groep pubers en een heleboel andere toeristen. Van de vorige keren weet ik nog dat we sommigen van hen iedere dag tegen zullen komen en anderen helemaal niet. Waarom dat zo is weet ik niet, maar zo gaat het.
De overtocht duurt ongeveer 45 minuten en meteen al als je aan wal gaat op het eiland voel je iets van de rust waar je hoe dan ook in ondergedompeld wordt. Misschien is dat wat me zo trekt aan deze plek, je kunt hier niet veel meer dan wandelen, fietsen, en bezig zijn met dagelijkse geneugten als eten, drinken en lezen. Want hoewel we in ons huisje ook een tv met dvd-speler en internetverbinding hebben, heeft mijn hoofd zich de afgelopen twee dagen vooral gevuld met het ruisen van de wind en de golven, beelden van het strand, jonge zeemeeuwen, duinen en de twee vuurtorens, waarvan er nog één in functie is. Voorlopig heb ik dan ook geen diepzinnige gedachten om op deze weblog te zetten. Wel een paar mooie plaatjes.


18 april 2010

Mijn Onze Vader [9]

Vandaag  de negende en laatste bede van het onze vader door mij geinterpreteerd in een gedicht.
Onze Vader
Die in de Hemel zijt
Uw naam worde geheiligd
Uw koninkrijk kome
Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel
Geef ons heden ons dagelijks brood
En vergeef ons onze schulden,
zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven
En breng ons niet in verleiding
Maar red ons van het kwaad

Maar red ons van het kwaad. Ik ben van mening dat het kwaad voortkomt uit angst. Angst voor het tekort aan iets of de angst dat onze vrijheid of veiligheid aangetast of van ons afgenomen wordt. We zetten die angst vaak te snel om in verdediging, en verdediging kan leiden tot machtsvertoon. Angst is negatieve energie die ons gevoel afsluit en schade aanricht. Liefde is positieve energie die uitbreidt, openstelt, onthult, deelt en geneest. Angst leidt tot conflict en haat, liefde leidt tot vrede. Dus….

Als ik het woordenboek mag maken

begin ik lekker met de L

van Langer Leven en van Liefde

van Liefste, Luchtig en van Licht

dan zal ik een bladzij overslaan

om een lege pagina lang

bij de betekenis stil te staan

om heel dicht bij die L te blijven

ga ik verder met de V

van Vrede, Vreugde en Vertrouwen

van Vlinders, Vriend en Veiligheid

dan kruip ik even tegen je aan

om al die begrippen ook te voelen

en na een zoen weer door te gaan

en met de vriendschap op mijn lippen

kom ik vanzelf bij de G

Van Gabber, Gezellig en Gastvrijheid

Van Goede Gezondheid en Gebed

dan kijk ik zwijgend in je ogen

ik hou dit naslagwerk klein

omdat voor de liefste dingen

woorden overbodig zijn.

 


14 april 2010

Nesteldrukte

Het was de afgelopen weken stil op mijn weblog omdat ik het op allerlei fronten rommelig druk heb gehad. Een van de dingen die me in beslag namen, was de verbouwing van onze keuken. Sinds tweeënhalf jaar wonen mijn lief en ik in een heerlijk huis. Iedere keer als we er iets aan opknappen of veranderen voelt het weer een stukje meer als ‘echt van ons’. Settelen heet dat geloof ik. Je zou er romantisch van worden. Ik heb zelfs de neiging om voor de nieuwe keukenkastjes nieuwe koffiekopjes te kopen, terwijl we meer dan 50 kopjes en bekers hebben in allerlei designs maten en kleuren. En binnenkort gaan we op zoek naar nieuwe pannen en leuke ‘spulletjes’. Misschien komt het ook een beetje door de lente. Als ik ‘s ochtends de keukendeur open doe, kwetteren de vogels me tegemoet. Ook zij zijn volop bezig met hun huis. De koolmezen vliegen af en aan, de klimop die onze tuin en die van de buren van elkaar scheidt, zit bomvol mussen en de kraaien jatten hooi uit de konijnenren. Eergisteren heb ik deze foto gemaakt. Een merelnest, gebouwd in het vogelhuisje op het balkon van mijn vader. Wat lijkt dat heerlijk overzichtelijk. Geen stukadoor, installateur, of elektricien. Geen gedoe over het kiezen van kleuren, merknamen of voorzetdeurtjes. Om het al helemaal niet te hebben over een kwestie als de hypotheekrenteaftrek. Nee, gewoon je vleugels uitslaan en de buurt afstruinen naar bouwmateriaal. Maar zo makkelijk is het niet. Dit prachtige nest is verlaten omdat een buurtkat de eitjes heeft gestolen. Wij hebben sinds gisteren een nieuw slot op de tuindeur.

 


10 april 2010

Mijn Onze Vader [8]

Vandaag  de achtste bede van het onze vader door mij gëïnterpreteerd en verwoord in een gedicht. Dit is een onderdeel van mijn afstudeer project.
Onze Vader
Die in de Hemel zijt
Uw naam worde geheiligd
Uw koninkrijk kome
Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel
Geef ons heden ons dagelijks brood
En vergeef ons onze schulden,
zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven
En breng ons niet in verleiding
Maar red ons van het kwaad

en breng ons niet in verleiding. Ik heb nogal wat strenge lezingen van deze bede onder ogen gehad: “We mogen ons niet laten verleiden door te veel van dit of juist te weinig van dat.” En “kijk uit, want het kwaad ligt voortdurend op de loer…” Jammer. Ik vind dat we ons best mogen laten verleiden, in de eerste plaats door het leven: Geniet, wees gelukkig, leer en leef. Maar doe dit samen met, en niet ten koste van de ander. Wees zuiver. Zuiver… ook naar jezelf. Ontdek wie je bent, ontwikkel je talenten. Ook al moet je daarvoor soms ongebruikelijke keuzes maken. Laat je niet verleiden je verlangens te negeren. Laat je niet verleiden te ontkennen wie je bent.
Mijn opa, iemand die het leven echt niet cadeau heeft gekregen en heel goed wist wat naastenliefde was, had een lijflied. Het laatste couplet ging zo:

‘Het leven is heerlijk, het leven is mooi.

Vlieg uit in de lucht en kruip niet in een kooi.

Mens, durf te leven.

Je kop in de hoogte, je neus in de wind

en lap aan je laars hoe een ander het vindt

Hou een hart vol van warmte en van liefde in je borst

maar wees op je vierkante meter een vorst.

Wat je zoekt kan geen ander je geven.

Mens, durf te leven!’

(Tekst: Dirk Witte, geschreven in 1918)


3 april 2010

Mijn Onze Vader [7]

Tijdens mijn studie heb ik me verdiept in het Onze Vader. Mijn onderzoeksvragen waren: Wat betekent dat gebed volgens geleerden door de eeuwen heen en wat kan ik er nu nog mee. Als afsluiting heb ik op iedere bede van dit gebed een reactie gegeven. Vandaag de zevende bede.

Onze Vader
Die in de Hemel zijt
Uw naam worde geheiligd
Uw koninkrijk kome
Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel
Geef ons heden ons dagelijks brood
En vergeef ons onze schulden,
zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven
En breng ons niet in verleiding
Maar red ons van het kwaad

En vergeef ons onze schuld zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven. Schuld… ik vind het een vreselijk begrip. Om allerlei redenen maar vooral omdat er maar heel zelden onderscheid gemaakt wordt tussen de schuld en de schuldige.
Een jaar of zeven geleden werkte ik in een tbs-kliniek. Ik heb toen een gesprek bijgewoond van een psychiater met een 22 jarige tbs-er, hij was sinds zes weken in de kliniek en had al zes weken nauwelijks geslapen. Hij kreeg geen hap door zijn keel omdat hij heimwee had, hij miste zijn moeder. In de eerste minuten had ik geen greintje medelijden. “Eigen schuld”. Ik keek naar hem…

Op zoek naar geweten of iets van spijt

draait zijn scenario door mijn hoofd

hoe makkelijk is hij te reduceren

tot de omvang van zijn schuld

ik lees mijn afkeer in zijn ogen

als mijn bewustzijn wordt gevuld

met het trillen van zijn lip, zijn stem

slaat even over steeds als hij ‘n zin begint

onzeker zoekende gebaren

vertalen de woorden die hij niet vindt

zijn dit handen van ‘n crimineel of verkrampt

de knuisten van een angstig kind.

 


27 maart 2010

Earth hour, symboliek in het donker

Vanavond gaat in veel huizen en steden in ruim honderd landen een uur het licht uit. Het is een symbolische actie die ons de kans geeft om gezamenlijk te laten zien dat we ons bewust zijn van ons enorme energiegebruik en de problemen die daar uit voortkomen. Gisterenavond, bij Pauw & Witteman werd kort aandacht besteed aan dit Earth Hour. De gasten hadden ieder hun eigen reden om wel of niet mee te doen. Ramses Nasir, de dichter des vaderlands zei dat hij niets heeft tegen dergelijke acties, maar bekende dat hij ze domweg vergeet als het moment daar is. Dolf Janssen was geloof ik wel van plan de lichtschakelaar voor een uurtje om te draaien en Peter R. de Vries noemde het ‘nutteloze symboliek’.

En daar heeft meneer De Vries natuurlijk gelijk in. Symboliek, in welke vorm dan ook,  heeft negen van de tien keer geen enkel nut. Het nut van de dingen die we doen, is meestal verbonden aan het praktische gevolg of de te behalen doelstelling. Symboliek en nut zijn over het algemeen dan ook niet met elkaar te verenigen. Wat overigens niet wil zeggen dat symboliek geen resultaat heeft, maar dan gaat het om resultaat op een ander dan het praktische vlak. Symbolen of symbolische handelingen hebben te maken met ons gevoelsleven.

Waar het om symboliek gaat, hebben we het dan ook niet over nut, maar over zin. Hoewel het geen nut heeft, kan het voor mij en voor al die anderen die zich zorgen maken over ons energieverbruik, heel zinvol zijn om dit op symbolische wijze te laten zien, door een uur lang in het donker te gaan zitten. Zo’n symbolische handeling geeft mensen de kans om emoties, ideeën en zorgen met elkaar te delen en te uiten.

Veel symbolen hebben te maken met een of andere vorm van geloof. Een kaars aansteken bij de foto van een overledene maakt niet dat de overledene letterlijk dichterbij is, maar dat brandende kaarsje biedt heel veel nabestaanden wel degelijk troost. Ik heb menig sporter een kruis zien slaan vlak voor een wedstrijd. Natuurlijk beseft zo’n man of vrouw heel goed dat hij of zij het echt zelf moeten doen, maar toch doen ze het niet voor niets. Op 1 januari en de eerste dagen daarna, wensen we elkaar massaal geluk en voorspoed toe. Natuurlijk weten we allemaal dat die Nieuwjaarswens bij niemand rechtstreeks zal leiden tot een topjaar, maar toch geloven we blijkbaar dat het iets uitmaakt.
Symbolische handelingen hebben geen nut, daar zijn ze ook niet voor bedacht. Symbolische handelingen zijn handelingen vanuit het hart. Ze verbinden mensen met elkaar en met datgene waar ze ten diepste naar verlangen of in geloven. Ook als het gaat om het milieu en onze verantwoordelijkheid voor de aarde.


27 maart 2010

Mijn Onze Vader [6]

Vandaag  het zesde deel van mijn interpretatie van het Onze Vader. Ik ben op dit gebed afgestudeerd als geestelijk begeleider.

Onze Vader
Die in de Hemel zijt
Uw naam worde geheiligd
Uw koninkrijk kome
Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel
Geef ons heden ons dagelijks brood
En vergeef ons onze schulden, zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven
En breng ons niet in verleiding
Maar red ons van het kwaad

Geef ons heden ons dagelijks brood.  Als het aan mij ligt gaat deze bede niet over het vragen om ons brood maar over het delen van onze materiële rijkdom. Niet steeds meer willen en steeds meer veilig willen stellen. Het gaat niet om op safe spelen, maar om voluit samen leven. En daarnaast gaat het om het inzetten van je talenten en je kracht voor jezelf en de ander. Dit kan iedereen op zijn eigen niveau binnen zijn eigen mogelijkheden doen. Soms geef je met een glimlach een schat weg.

Geef vanaf heden ons brood eens weg
ik vraag dit niet aan God Onze Vader
maar aan u mevrouw, meneer
geef eens van harte we hebben zoveel
ook iemand met honger is een dame of heer.

Geloof, maar wacht niet op genade of de Geest
inspiratie moet stromen en om ergens te komen
is het toch doodeenvoudig handen uit de mouwen
op elkaar vertrouwen en doen wat je kunt
ons dagelijks brood vraagt gezamenlijk bouwen.

 


24 maart 2010

Hissa Halil succes!

Op de voorpagina van Trouw stond vandaag een artikel bij deze foto. Het artikel vertelt dat het een deelneemster is aan een soort Arabisch Idols dat draait om poëzie. Deze Hissa Hilal staat vandaag in Doebai  in de finale. Ze haalde de eindstrijd met een hekeldicht tegen extremistische geestelijken.

Ik werd geraakt door de dubbele boodschap die ik in dit bericht las: de kans dat deze vrouw die finale gaat winnen. En de kans dat die overwinning haar het leven zal kosten. Ik schrijf zelf gedichten. Dat maakt dat ik me een beetje verbonden voel met deze onbekende vrouw. Ik schrijf, net als zij waarschijnlijk, om uiting te geven aan allerlei gevoelens en ervaringen. Ik heb ook wel eens een gedicht geschreven als aanklacht tegen het beleid van onze overheid. Dit was toen een goede vriend, een asielzoeker uit Soedan, werd opgepakt en vastgezet op de detentieboot in Rotterdam om daar te wachten op zijn uitzetting. Het is me maar amper gelukt mijn gedicht gepubliceerd te krijgen en het uitzetbeleid is niet of nauwelijks verbeterd, maar ik heb me geen seconde druk hoeven maken over vervelende gevolgen voor mezelf.
Halil staat vandaag in de finale. Ik hoop van harte dat ze wint en dat haar gedicht wereldnieuws wordt. Maar meer nog hoop ik dat ze een plek heeft waar ze veilig is. Misschien heeft een burka soms toch zijn voordelen.


 

23 maart 2010

Niets van hem hoort
nog bij mij niet zijn naam
niet de foto’s van ons verleden
als was het kinderspel
liet hij verdwijnen hoe ik
klein was hoe ik droomde
wie ik had kunnen zijn
alle liefde bij me weggemaakt
gevoel gedempt geloof
vertrapt tot lege doffe pijn
ooit was hij mijn held
mijn alles veilig sterk groot
ooit was hij de liefste papa
maar zijn kleine meisje
is al heel lang dood.

Elsz de Roos

 


20 maart 2010

Mijn Onze Vader [5]

Dit is het vijfde deel van mijn interpretatie van het Onze Vader. Het gebed waarop ik tijdens mijn studie tot geestelijk begeleider ben afgestudeerd.

Onze Vader
Die in de Hemel zijt
Uw naam worde geheiligd
Uw koninkrijk kome
Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel
Geef ons heden ons dagelijks brood
En vergeef ons onze schulden, zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven
En breng ons niet in verleiding
Maar red ons van het kwaad

Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel. Ik heb inmiddels begrepen dat het voor veel gelovigen een enorme klus is om te weten wat Gods wil is. Misschien begrijpt u dan hoe lastig het voor mij is om me tot deze bede verhouden? Of juist niet? Want wat is het verschil tussen denken over Gods wil en luisteren naar mijn eigen geweten? Emanuelle Kant noemde het ooit de categorische imperatief. Weet u, ik doe gewoon mijn best iets moois en goeds van mijn leven te maken maar
soms sta ik vertwijfeld stil
met in mijn hand een strohalm
dan zoek ik naar de zin van al wat is,
ademt en stroomt, wat zegt dat over mij? 

soms overvalt mij het gevoel dat ik
meer ben dan ik, en jij meer dan jij
dat we bezield zijn door een gemene deler
en een gemeenschappelijk hoger weten

dat iets in mij dit voortdurend beseft en
die verbondenheid oprecht wil leven
door de ander te zien in wie hij werkelijk is
door mijn stukje god gestalte te geven

of ik zo de wil van God doe? Wat kan ik meer
dan wat schuifelen heen een weer
tussen honger en hunkering, liefde en haat
en af en toe wat naastenliefde

en soms sta ik vertwijfeld stil
met in mijn hand een strohalm.

Elsz de Roos


17 maart 2010

Een meisje van 12

Een meisje van 12 jaar wordt een week na haar vermissing in de tuin van een buurman teruggevonden. Vermoord. Wat moet ik hiermee, is het mogelijk hierover iets zinnigs te zeggen? Er simpelweg over nadenken is al bijna onmogelijk.

Als ik aan dit meisje denk, ben ik vooral bezig allerlei vreselijke scenario’s te verdringen. Wat is er met haar gebeurd? Zo jong, zo gruwelijk, zo dicht bij huis. Iedere gedachte doet haast fysiek pijn. En steeds dringt die ene foto van haar, die op tv was en in de kranten stond, zich aan me op.

Als ik aan haar ouders, haar broer en zus denk, zie ik een kluwen van ongeloof, verdriet en woede. Wat kan ik meer dan hen in gedachten toewensen dat ze alle ruimte en rust krijgen om te rouwen. Dat ze ooit de kracht vinden om zonder hun dochtertje het leven weer op te pakken. Ik hoop dat ze omgeven worden door mensen die tijd voor hen nemen en eindeloos naar hen luisteren.

Dan denk ik ook aan allerlei andere ouders. Hoe zij dit vreselijke bericht tot zich door laten dingen en dankbaar maar misschien ook angstig naar hun eigen kind kijken. Laat hen beseffen dat angst een hele slecht raadgever is.

En haar klasgenootjes. Hoe leeg was haar plekje in de klas vanochtend? Wanneer kunnen haar vrienden en vriendinnen weer zorgeloos sms-en, lachen en huiswerk maken? Hoe gaat het met de jongen die, al dan niet stilletjes, verliefd op haar was? Laat hen de draad weer oppakken en doorleven zoals pubers dat horen te doen. Met een mooie herinnering aan dat vriendinnetje springlevend in hun hart.

Ik denk ook, zij met afschuw en onbegrip, aan de dader. Ik vermoed en hoop dat hij niet wist wat hij deed. Ik wil er niet aan, dat iemand met een gezond verstand tot zoiets in staat is. Laat hem een gepaste straf krijgen. Maar meer nog, laat hem inzien wat hij gedaan heeft en voorkom hoe dan ook dat hij dit ooit weer kan doen.
En dan denk ik weer aan dat meisje, aan Milly. Wat waren haar laatste gedachten? Wat stond er op haar netvlies toen ze voor het laatst haar ogen sloot, was er geluid, had ze pijn? Laat er voor haar een hele mooie hemel zijn. Veilig en liefdevol. Laat het waar zijn dat ze kan waken over iedereen die haar hier op aarde lief is.

Maar nee, iets zinnigs, en zeker iets dat ook nog troost biedt, kan ik hierover niet zeggen.


14 maart 2010

Ministers, vaders en ‘feministes’

In de Trouw van gisteren staat op pagina 5 een artikel van Maaike van Houten. Samen met Cisca Dresselhuys twijfelt ze aan de argumenten die de ministers Eurlings en Bos noemen om uit de landelijke politiek te stappen. Het hele artikel is in mijn ogen een soort keuvelachtig, we-hebben-niets-beters-te-doen damespraatje. De een vindt Camiel nog wel geloofwaardig, maar in Wouter zien geen van de beide feministes een betrokken vader die zijn kinderen mist en ze wil zien opgroeien. Waar zijn deze feministes mee bezig? Er wordt al sinds jaar en dag gevochten om mannen bewust te maken van hun verantwoordelijkheid als vader, nu geven twee vooraanstaande, bekende landgenoten het goede voorbeeld en worden ze daarop afgerekend nog voor ze één dag vrij zijn geweest. En terwijl de dames de argumenten van de heren onder de loep nemen, staat het hele artikel bol van de vooronderstellingen. Een voorbeeldje: “Eigenlijk valt pas na een half jaar te controleren of het gezin écht het argument is om te stoppen (…) als mevrouw en meneer Bos dan evenveel werken en meneer Bos geen topbaan heeft bij Shell, dan pas kan je goed beoordelen hoe betrouwbaar hij is,” aldus Dresselhuys. Volgens mij heeft Bos niet gezegd dat zijn vrouw evenveel wil gaan werken als hij en dat ze naar een fifty-fifty verdeelsleutel zoeken. Hij wil zijn kinderen zien opgroeien en bij de verjaardagfeestjes en andere hoogtepunten aanwezig zijn. Meer is hier door hemzelf niet over gezegd. En, wie zegt dat Eurlings wel in de politiek was gebleven als Balkenende de handdoek in de ring had gegooid, zoals gesuggereerd wordt? Misschien is het wel andersom en voelt Jan Peter zich verplicht om aan te blijven als lijsttrekker en partijleider omdát Camiel voor de eer bedankt heeft.

Nee dames, ik ben een kind van de jaren zestig; ook ik heb met feministische vlaggetjes gezwaaid en draag de strijd om de positie van vrouwen wereldwijd te verbeteren een warm hart toe. Maar hier slaan jullie wat mij betreft de plank behoorlijk mis.

 


13 maart 2010

Mijn Onze Vader [4]

Dit is het vierde deel van een serie over het Onze Vader. Of beter, mijn persoonljike interpretatie van de afzonderlijke beden van het Onze Vader. Ik ben tot die interpretatie gekomen door een grondige studie.

Onze Vader
Die in de Hemel zijt
Uw naam worde geheiligd
Uw koninkrijk kome
Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel
Geef ons heden ons dagelijks brood
En vergeef ons onze schulden, zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven
En breng ons niet in verleiding
Maar red ons van het kwaad

Uw koninkrijk kome. Als we weten wat ons heilig is, zijn we misschien in staat ons eigen ‘koninkrijk’ te realiseren. Voor mij is het van belang dat ik evenwicht ervaar in mezelf. Maar zeker ook evenwicht of harmonie in contact met de wereld om me heen. Want alleen met elkaar kunnen we ontdekken waar het in het menselijk bestaan wezenlijk om draait. Abraham Heschel, een Joodse geleerde, ziet ieder mens als een spaak van het grote wiel, alleen samen kunnen we de as in evenwicht houden. De ene spaak is niet belangrijker dan de ander. Maar ik denk dat je pas een spaak kunt zijn als je weet wie je bent als uniek individu en als je durft te geloven in jezelf. Want…

als je groot durft te zijn

tilt iets je boven alles uit

niet om het groter of het grootst

maar groot zoals een boom soms is

vanuit zijn wortels gegroeid en gedragen

als je klein durft te zijn

blijf je altijd een beetje puur

zoals je was aan het begin nog voor

je begon met vallen en opstaan

vrij van angst voor je eigen vragen

als je er alleen durft te zijn

en luistert naar het verhaal van het leven

verandert zoeken in verwonderd ontmoeten

blijkt er weinig verschil tussen groot en klein

en is de spaak ook het wiel én de wagen

 


12 maart 2010

Lonneke: levenskracht, kanker en Return

Gisteren heb ik kennis gemaakt met Lonneke te Kamp. Lonneke is 27 en woont in Ruurlo, een dorp in Gelderland. Op haar 20e kreeg ze te horen dat ze borstkanker heeft. Een paar jaar later bleek dat de chemokuren hun werk niet grondig genoeg hadden gedaan. De kanker was terug. Lonneke wist toen dat ze niet meer beter zou worden. Binnen vijf jaar werd haar leven totaal op zijn kop gezet en haar toekomstplannen gingen grotendeels in rook op. In plaats van te dromen over het krijgen van kinderen werd ze gedwongen na te denken over de eindigheid van het leven en haar naderende dood. En juist hierdoor kwam ze op het spoor van een  bijzonder originele, nieuwe passie: Return. Tijdens haar ziekte is Lonneke in Gambia geweest. Ze wilde gewoon even op adem komen, haar zinnen verzetten en kennis maken met de Afrikaanse cultuur. Gambia heeft ze inmiddels in haar hart gesloten, maar dat niet alleen. “Al snel vielen mij de prachtige houtsnijwerken op die men daar maakt. Ik heb naar mijn hart geluisterd en een houtsnijder opdracht gegeven een simpele urn te maken. Ik heb het voorzichtig aan moeten pakken. Het cremeren van overledenen, en dus ook het gebruik van een urn, is in strijd met de geloofovertuiging van de meeste Gambianen.

We zijn met simpele modellen begonnen, en nu kunnen ze zelfs naar eigen ontwerp van de klant een urn maken. Ook is er uiteraard een basisassortiment. Mijn eigen urn is gemaakt tijdens een van mijn laatste reizen. Dit alles is te zien in de afleveringen van het programma over mijn lijk.” Return is mijn kindje, vertelt Lonneke trots. En met recht. In haar eigen werkplaats in Gambia werken vier houtsnijders. Dankzij Return kunnen deze mannen voor hun gezin zorgen. De bebossing in Gambia wordt niet geschaad. Er wordt alleen gelegaliseerd hout gebruikt en sinds 2009 heeft Return een eigen boomkwekerij.

Ik kijk terug op een meer dan prettig gesprek met veel diepgang, maar ook gewoon heel gezellig en soms van de hak op de tak. Zoals vrouwen het liefst met elkaar praten zou ik bijna willen zeggen. Alles mocht er zijn: het verdriet, de pijn, haar levenslust, haar enthousiasme én haar gevoel voor humor. En dit terwijl we elkaar nog niet eerder gezien of gesproken hebben. Ik heb Lonneke leren kennen als de trotse eigenares van Return, een spontane vrouw die open en eerlijk vertelt over haar ziekte, wat die haar gekost heeft, maar ook wat het haar heeft gebracht. Wat mij vooral is bijgebleven is de warmte die ik voelde tussen Lonneke en haar moeder bij wie ze woont. “Ze is voor mij evengoed een hele lieve vriendin”, vertelt ze terwijl ze stralend naar haar kijkt. Maar ook de Liefdevolle manier waarop ze vertelt over de mensen die ze door haar ziekte en Return heeft leren kennen.

Het toeval wil dat de eerste uitzending van “Over mijn lijk” gisterenavond werd uitgezonden. Een bijzonder programma, confronterend maar realistisch. Fijn dat er op een zo open manier aandacht wordt besteed aan een lastig onderwerp dat zeker aandacht verdient. Voor mij was het bijzonder dat ik Lonneke net had ontmoet. Ik zal zeker naar de volgende uitzendingen kijken. Maar meer nog kijk ik uit naar onze volgende afspraak.

 


10 maart 2010

Zijn meisje

Hij geeft haar aandacht, stoer haast afwezig afgepast.
Zij blijft hem trouw, hunkerend naar meer en wacht.
Dromend over wat ze samen allemaal binnenkort is
ze weer een hele dag alleen, maar morgen misschien.

In de ban van wat er later vast nog komt, gaat ze
aan zichzelf, haar eigen kwetsbaarheid voorbij.
Blind verlangen stijgt ver uit boven alles wat ze denkt,
wat zij ergens wel weet, maar liever niet wil zien.

Hij is af en toe onhandig in wat hij doet en zegt, maar
ze begrijpt hem als geen ander, ze weet wat hij bedoelt.
Een brave jongen is hij niet, juist spannend vindt ze dat,
maar heel zelden is ze bang, ze is immers al zeventien.

Hij is zo mooi en zij zo trots als hij haar zijn-meisje
noemt en zegt dat alleen hij naar haar mag kijken, maar
wat kan ze er aan doen dat anderen haar zien? Hij was
heel boos, en sloeg, maar haat gezeur en dat gegrien.

Ze wil zijn-meisje zijn meer niet, wat anderen zeggen
laat haar koud. Ze zijn jaloers en gunnen haar geen
greintje liefde of geluk. Hij is de eerste die van haar houdt
en zegt ‘het komt best goed’ als ze hem gewoon vertrouwt.

Elsz de Roos

 


8 maart 2010

Vrouwen in hun kracht

“Meisjes in ontwikkelingslanden hebben het vaak slechter dan jongens. Ze worden miskend, mishandeld en misbruikt, alleen omdat ze meisje zijn. Ze worden van school gehaald, belanden vaak in slechte omstandigheden en in extreme vormen van kinderarbeid zoals prostitutie.”  Een prima plan dus.

 


6 maart 2010

Mijn Onze Vader [3]

Op 13 februari jl. heb ik op deze blog verteld hoe en waarom ik me tijdens mijn studie heb verdiept in het Onze Vader. Dit heeft gemaakt dat ik dat 2000 jaar oude gebed nu als een waardevol gedicht lees. Ook heb ik toen de eerste bede behandeld; over de tweede bede heb ik verteld op de 27e en vadaag dus de derde.

Onze Vader
Die in de Hemel zijt
Uw naam worde geheiligd
Uw koninkrijk kome
Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel
Geef ons heden ons dagelijks brood
En vergeef ons onze schulden, zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven
En breng ons niet in verleiding
Maar red ons van het kwaad

Uw naam worde geheiligd. Ik begrijp heel goed dat mensen de naam van de God waarin ze geloven heiligen. Iemand of iets heilig verklaren, is voor mij de erkenning dat het  bestaan soms heel even belicht wordt door het volmaakt goede. De ervaring hiervan zit vaak in hele subtiele kleine, soms zelfs triviale dingen. Gelukkig zijn we hier niet dagelijks mee bezig, maar juist als het leven even tegenzit, word je wel eens aangeraakt door iets heiligs.

Dit bijvoorbeeld is mijn Tijger,

ik kreeg hem op een angstig moment

hij staat voor vriendschap, en voor troost

dit beestje ontstak voor mij het licht

toen ik hem kreeg, voelde ik me weer veilig

een ervaring van geloof, liefde of hoop is

een ontmoeting met Hem of een dierbare ander

is hoe dan ook een geschenk uit de hemel

maakt het kwetsbare mooi en het kleine weer heilig.

 


4 maart 2010

Beste Agnes,

Vanmiddag heb je bekend gemaakt dat je opstapt als lijsttrekker van jouw partij. Aan het eind van de middag vertelde je dit, nogal witjes en met onvaste stem, tijdens een persconferentie. Bij Pauw en Witteman zag ik de reactie van Jan Marijnissen. Hij had, overmand door emoties, niet veel meer te melden dan dat je wat hem betreft had mogen blijven. Journalisten en de media buigen zich nu over de vraag wie het stokje van je gaat overnemen. Komt Marijnissen terug of is er een andere SP’er die kan voldoen aan de eisen die gesteld worden aan een SP-partijleider? Of er al niet genoeg gaande is in de politiek. Het circus is compleet.

Maar ik wil even terug naar jou. Ik begrijp heel goed dat jij je, terecht of onterecht, verantwoordelijk voelt voor beroerde uitslagen van de gemeenteraadsverkiezingen voor de SP. En de conclusie die je daaraan verbindt, verdient op een bepaalde manier respect.
Maar is dat de oplossing? Tijdens de persconferentie zag je er moe uit. Hondsmoe. Terwijl ik naar je verklaring luisterde en naar je geëmotioneerde gezicht keek, dacht ik: ‘mens jij moet gewoon eens even een paar weken niets anders doen dan slapen, wandelen en lekker eten.  Even geen politiek, maar dingen doen en mensen zien waar je in geen eeuwigheid aan toe bent gekomen. Want ook een politicus is maar een mens en kan door zijn hoeven gaan. Burn-out noemen we dat heel sjiek in de volksmond.

En eerlijk gezegd waren er eigenlijk genoeg signalen. Agnes Kant kennen we als een felle tante, maar die felheid was gekoppeld aan bezorgdheid, verontwaardiging en oprechte betrokkenheid bij allerlei politieke en maatschappelijke kwesties. De laatste weken leek jouw felheid in toenemende mate schreeuwerig en ongenuanceerd. Er zat iets in je toon en uitstraling dat mij doet denken aan mezelf als ik te lang op mijn tenen heb gelopen, als ik niet langer in staat ben om de ballen in de lucht te houden waarmee ik eerder met genoegen jongleerde.

Agnes, wat jammer dat je de komende demissionaire maanden niet gewoon even vrij kunt nemen om straks vlak voor de verkiezingen als herboren terug te komen. We hebben in de Nederlandse politiek bedroevend weinig echt sterke vrouwen. Jij was en bent een sterke vrouw. Je hebt hart voor mensen, je hebt lef en een missie. En je geeft kleur aan onze enigszins grijze politiek.
Voor nu wens ik je vooral heel veel rust.

Elsz

 


3 maart 2010

Stemming en stemmen

Vanmiddag had ik een gesprek met Stef, een man van rond de veertig. Hij was in de ban van de verkiezingen en zijn frustraties daarover. Hij mag namelijk niet stemmen omdat hij onder curatele staat, zo vertelt hij. Stef heeft een lichte verstandelijke beperking. Hoewel ik al lang in de gehandicaptenzorg werk, was ik niet op de hoogte van deze regel. Ik snap het ook niet. Deze man heeft een curator omdat hij niet in staat om zijn eigen financiën te regelen. Maar wat heeft dit te maken met het kunnen bepalen van je politieke voorkeur? Hij is redelijk goed op de hoogte van wat er in de politiek gaande is, hij weet waar de verschillende partijen in grote lijnen voor staan en heeft daar een uitgesproken mening over. Omdat we van dezelfde politieke kleur zijn, bleef een inhoudelijke discussie uit. Maar toen ik vertelde dat ik bij de landelijke verkiezen strategisch wil stemmen liet hij me luid en duidelijk weten dat ‘behoorlijk stom’ te vinden. ‘Dat gaat ten koste van wat je echt vindt’. Stef keek me boos aan om daarna met een spoor van zelfmedelijden in zijn stem te verzuchten: ‘Ik zou het wel weten’. Ik opperde om uit solidariteit met hem ook niet te gaan stemmen. ‘Dat is nog stommer dan strategisch stemmen’ was zijn reactie. En daarna met een brede grijns op zijn gezicht.  ‘Ik zit je hier niet voor niets een stemadvies te geven.’ Ik ben dus gewoon gegaan.

In het stembureau werd een klein meisje dat met haar vader was meegekomen door de man achter de tafel getrakteerd op een dropje. Wat heerlijk Nederlands. Zoiets past wel bij het prettige feit dat we weer ouderwets met het rode potlood onze keus mogen maken. Stemmen is iets persoonlijks en daar past het inkleuren van dat witte rondje helemaal bij. Het is zoiets als een handtekening zetten. En ook het idee dat er vanavond overal in het land handmatig stemmen geteld worden doet me goed. Het is monnikenwerk. Het vraagt aandacht en geduld en zelfs iets van nederigheid. Want hoe belangrijk ook, het is toch een beetje een suf klusje.
Maar laat dit suffe klusje een voorbeeld zijn voor onze toekomstige gemeenteraadsleden. Van aandacht, geduld en nederigheid is er niet snel genoeg. Aandacht voor wat er echt gaande is in de wijk en in de stad. Geduld, neem de tijd om echt goed naar mensen in de stad te luisteren en naar problemen te kijken en nederigheid: ga er niet te snel vanuit dat je weet wat goed is voor anderen, voor groepen voor de gemeenschap.

 


1 maart 2010

Homo en/of hostie?

Je ben homoseksueel, je bent open en eerlijk over je geaardheid, je houdt van je geliefde en koestert je relatie met God. Helaas is er sinds kort een maartje… je bent te zondig om mee te doen aan een van de belangrijkste rituelen van de katholiek kerk, de eucharistie. Je mag niet ter communie, je krijgt geen hostie. Want je hebt ‘een foute beleving van seksualiteit’. Aldus de pastoor die zijn eigen seksualiteit al voor zijn puberteit aan de wilgen heeft gehangen.

Mijn eerste reactie is: ‘welke homo of lesbienne wil er bij zo’n kerk horen?’ Maar zo werkt het natuurlijk niet. Je bent geworteld in die traditie. Het is de plek waar je Christus hebt leren kennen en in je hart hebt gesloten. Het is de plek waar je geleerd hebt wat geloven is. In de kerk heb geleerd hoe je in naam van God iets voor je naasten kunt betekenen. Kortom jij bent deel van de kerk en de kerk is deel van jou.

En dat laatste bedoel ik heel letterlijk. Het christelijk geloof, het evangelie en de eucharistie gaan over het verhaal, het leven en de boodschap van Christus. Het christelijk geloof is ván niemand en vóór iedereen, net zo goed voor een man of vrouw met een roze driehoek als voor de pastoor, de bisschop of de paus. Rituelen als de eucharistie zijn er om mensen bij elkaar te brengen. De communie, het woord zegt het al, geeft uitdrukking aan het ervaren van gemeenschap; het delen van Gods lichaam en zijn liefde  met de mensen om je heen. Wie bepaalt daarvoor de regels?

Jezus was in zijn tijd een moderne jood. Hij schopte regelmatig tegen joodse heilige huisjes. Hij liet mensen zien dat het leven in het licht van God gaat over naastenliefde en barmhartigheid. Hij was in staat mensen de ogen te openen waar het ging om intolerantie, gebrek aan empathie en angst voor het onbekende. Hij leerde zijn leerlingen en iedereen die naar hem wilde luisteren dat regels er zijn voor de mensen en niet andersom.

Als Jezus nu zou leven, hoe zou hij dan reageren op deze rel? Ik denk dat hij hij alle betrokkenen een voor een zwijgend zou aankijken en een grote roze driehoek op zou spelden.

 


28 februari 2010

 

Ik droomde dat je bij me was

Je droogde stil mijn tranen

Je keek me aan, jouw lach, je zei

Ik zal niet meer in levende lijve

maar altijd heel dichtbij je zijn

met allerlei mooie herinneringen

zal ik af en toe eens binnendrijven

drink dubbele whisky’s in ons café

koester onze dronken plannen

en al die dwaze dromen

en als je daaruit wakker wordt

draai dan ons mooiste levenslied

oorverdovend alleen voor ons

huil al je tranen, leef je verdriet,

ga kopje onder om daarna

 – dat moet je me beloven –

met een lach weer boven te komen.

Elsz de Roos

 


27 februari 2010

Mijn Onze Vader [2]

Op 13 februari jl.  Heb ik op deze blog verteld hoe en waarom ik me tijdens mijn studie heb verdiept in het Onze Vader. Dit heeft gemaakt dat ik dat 2000 jaar oude gebed nu als een waardevol gedicht lees. Het raakt, zoals meer mooie gedichten, het onnoembare en benoemt het onkenbare. Want, wat weten we in feite van de hemel, het heilige, het koninkrijk, Gods naam of Zijn wil? In feite onderstreept het Onze Vader dat alles wat met God te maken heeft een groot mysterie is. Of hebben de woorden van het onze vader vooral metaforische waarde? Heeft het daarom eeuwigheidswaarde en biedt het daarom zoveel ruimte voor persoonlijk interpretatie? Hoe dan ook, ik denk dat Jezus ons destijds, aan het meer van Tiberias, met dit gebed uitnodigde om na te denken over een aantal belangrijke levenskwesties.

De komende zaterdagen zal ik steeds mijn gedicht met inleiding bij één van de beden van het Onze Vader op deze blog plaatsen. Vandaag de tweede bede “Die in de hemel zijt”.

Onze Vader
Die in de Hemel zijt
Uw naam worde geheiligd
Uw koninkrijk kome
Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel
Geef ons heden ons dagelijks brood
En vergeef ons onze schulden, zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven
En breng ons niet in verleiding
Maar red ons van het kwaad


Die in de hemel zijt.
Ik geef aan begrip God een andere invulling dan ‘de Vader in de Hemel’. Maar die hemel, wat heb ik daar mee? Ik weet het niet, maar het idee van een paradijselijk mooie plek waar we na onze dood samenkomen, spreek mij zeker aan. Ik denk dat wij allemaal met elkaar verbonden zijn. Dat wij allemaal deel uitmaken van een goddelijk geheim van liefde. En die verbondenheid houdt voor mij niet op bij de dood. Wij blijven verbonden met wie niet meer leven. Zij zijn niet meer de aardse personen die we gekend hebben, maar ze maken nog steeds deel uit van het grote geheel, het mysterie dat wij niet kunnen doorgronden…

Mijn opa was mijn eerste dode

ik was elf en keek naar hem

in zijn beste pak in een kist met satijn

ademloos heb ik bij hem gestaan

ik zag de dood als een verdrietig wonder

maar zeker niet iets om bang voor te zijn

na opa volgden er velen, geloof me,

in mijn hemel is het een drukke boel

maar is het geen goddelijke idee

dat zij daar allemaal samenstromen?

en soms, voel ik me somber of alleen

dan praat ik zacht met een van hen.

om even op verhaal te komen.


25 februari 2010

Akkoordje

Een monnik zit onder een boom te mediteren.
Ineens kruipt er een muis in zijn habijt. De monnik
jaagt het diertje weg, maar de muis komt terug.
Hij jaagt haar weer weg en roept: ‘Houd nou eens op
en verstoor mijn meditatie niet langer, want ik
streef naar éénwording met God!’
De muis piept terug: ‘Ik denk niet dat je dat lukt, als je
het niet eens met mij op een akkoordje kunt gooien.’

Bovenstaand verhaaltje met als titel eenwording las ik vanochtend in Voorbij de woorden van Erich & Leo Kaniok. Ik viel even stil. Wat herken ik me in deze monnik. Hij wil iets bereiken, hij heeft een hoger doel. Voor hem is dat eenwording met God. Zijn gedrevenheid is zo groot dat hij iedere prikkel die hem daarvan afleidt van zich af duwt.

Zo ook de muis.

Twee weken geleden zat ik enorm lekker in mijn vel. Alles wat ik aanpakte, lukte. Nog meer dan anders genoot ik van mijn werk en de mensen om mij heen. Kortom, de zon scheen in mijn hoofd, ik hield van het leven. Ik had het idee dat ik contact had met datgene waar het leven voor mij over gaat. Soms noem ik dat heel voorzichtig God. Na vier dagen maakte deze euforie echter plaats voor een verkoudheid, gevolgd door een voorhoofdsholte ontsteking. Ik viel van mijn wolk en heb me de eerste dagen alleen maar verzet. Ik kon en wilde me niet verzoenen met mijn plaaggeesten: koorts en gedwongen rust.

Terwijl dit door me heenging, met het boekje nog in mijn handen, zat ik zonder iets te zien in de krant voor me op tafel te staren. Tot mijn ogen bleven haken aan een foto van Sven Kramer. Het bijbehorende artikel vertelt dat hij gewoon blijft samenwerken met Gerard Kemkers. Die gouden medaille is hem ontglipt, maar zijn vertrouwen in en loyaliteit aan zijn coach houdt hij vast. Hij gelooft in hun samenwerking.
En dan valt er in mijn hoofd een prachtig ouderwets kwartje op zijn plaats. Die Sven. Hij kan niet alleen keihard schaatsen, maar is ook in staat om het op een akkoordje te gooien met een kanjer van een muis.

 


24 februari 2010

Stichting 2 miljoen handtekeningen streeft naar een ander, maar vooral effectiever donorregistriatiesysteem. Een goede zaak als je weet dat  1289 mensen wachten op een donor-orgaan. Niemand is verplicht een orgaan beschikbaar te stellen na zijn dood, maar zij hebben er minstens recht op om serieus genomen te worden. Helaas heeft de Ja/Nee-campagne van de overheid telleurstellend weinig opgeleverd. Toch denk ook ik dat het probleem niet zit in het feit dat we niet willen, maar eerder dat we er simpelweg niet aan toekomen. Daarom pleit ‘2 miljoen handtekeningen’ voor een actief beleid: Als je geen donor wilt zijn, geeft je dit aan. Zo wordt iedere Nederlander geholpen om over deze levensbelangrijke kwestie eindelijk een keuze te maken.

Om haar doel te bereiken houdt ‘2 miljoen handtekeningen’ een handtekeningenactie en men heeft op 10 februari jl. een brandbrief geschreven naar de minister van Volksgezondheid:
” Deze brandbrief is opgesteld door Stichting 2 Miljoen Handtekeningen, voor de minister van Volksgezondheid, de kamerleden en direct betrokken organisaties. Dit document heeft tot doel om alle betrokkenen een volledig beeld te geven ten behoeve van het spoeddebat over het ADR-systeem dat in week 7 gepland staat.”
Nu het kabinet is gevallen, is de kans groot dat dit onderwerp helemaal uit de aandacht verdwijnt. Dit mag niet gebeuren.

Steun deze actie hier door je digitale handtekening te zetten.
Lees hier de brandbrief.

 


23 februari 2010

Beste Marloes,

Vanmiddag kreeg ik via mijn schoonzus het bericht over jouw vermissing. Het gaf me een enorm akelig gevoel. Net als jij heb ik mijn jeugd doorgebracht in Breda en daarna heb ik jarenlang in Nijmegen gewoond. Op de een of andere manier maakt de overeenkomst tussen die twee steden dat ik me het bericht extra aantrok. Gelukkig hoorde ik een paar uur later al dat je gevonden bent en hopelijk zit je nu weer veilig thuis.
Ik heb geen idee over het hoe en waarom, dat is jouw verhaal, daar heeft de buitenwereld niets mee te maken. Maar de korte oproep van Wilma was voor mij doortrokken van dat ene grote en vreselijke gevoel: gemis.

Ik wens jou en je familie het allerbeste. En hier voor jullie een mooi verhaal van Toon Tellegen over… missen.

Op een ochtend klopte de mier al vroeg op de deur van de eekhoorn.

‘Gezellig,’ zei de eekhoorn.
‘Maar daar kom ik niet voor,’zei de mier.
‘Maar je hebt toch wel zin in wat stroop?’
‘Nou ja… een klein beetje dan.’
Met zijn mond vol stroop vertelde de mier waarvoor hij gekomen was.
‘We moeten elkaar een tijdje niet zien,‘ zei hij.
‘Waarom niet?’ vroeg de eekhoorn verbaasd. Hij vond het juist heel gezellig als de mier zo maar langs kwam. Hij had zijn mond vol pap en keek de mier met grote ogen aan.
‘Om erachter te komen of we elkaar zullen missen,’ zei de mier.
‘Missen?’
‘Missen. Je weet toch wel wat dat is?’
‘Nee,’ zei de eekhoorn.
‘Missen is iets wat je voelt als iets er niet is.’
‘Wat voel je dan?’
‘Ja, daar gaat het nou om.’
‘Dan zullen we elkaar dus missen,’ zei de eekhoorn verdrietig.
‘Nee,’ zei de mier, ‘want we kunnen elkaar ook vergeten.’
‘Vergeten! Jou?!’ riep de eekhoorn.
‘Nou,’ zei de mier. ‘Schreeuw maar niet zo hard.’
De eekhoorn legde zijn hoofd in zijn handen.
‘Ik zal jou nooit vergeten,’ zei hij zacht.
‘Nou ja,’ zei de mier. ‘Dat moeten we nog maar afwachten. Dag!’
En heel plotseling stapte hij de deur uit en liet zich langs de stam van de beuk naar beneden zakken.
De eekhoorn begon hem onmiddellijk te missen.
‘Mier,’ riep hij, ‘ik mis je!’ Zijn stem kaatste heen en weer tussen de bomen.
‘Dat kan nu nog niet!’ zei de mier. “Ik ben nog niet eens weg!’
‘Maar het is toch zo!’ riep de eekhoorn.
‘Wacht nou toch even,’ klonk de stem van de mier nog uit de verte.
De eekhoorn zuchtte en besloot te wachten. Maar hij miste de mier steeds heviger. Soms dacht hij even aan beukenotenmoes, of aan de verjaardag van de tor, die avond, maar dan miste hij de mier weer.
’s Middags hield hij het niet langer uit en ging hij naar buiten. Maar hij had nog geen drie stappen gedaan of hij kwam de mier tegen, moe, bezweet, maar tevreden.
‘Het klopt,’ zei de mier. “Ik mis jou ook. En ik ben je niet vergeten.’
‘Zie je wel,’ zei de eekhoorn.
‘Ja,’ zei de mier. En met hun armen om elkaars schouders liepen zij naar de rivier om naar het glinsteren van de golven te gaan kijken.

Uit: Misschien wisten zij alles – Toon Tellegen.

 


23 februari 2010

Meisje van 13 vermist! (en weer gevonden).

Dit is Marloes. Ze is sinds zondagavond vermist.
Hieronder  de oproep van haar familie.

Onze dochter Marloes (13) is sinds zondagavond vermist. Ze ging even in de tuin een luchtje scheppen en is daarna verdwenen. Ze is daarna nog om 2.00 uur ‘s nachts in Nijmegen gesignaleerd toen ze geld pinde. Marloes kent niemand in Nijmegen voor zover wij weten. We doen er alles aan om haar terug te krijgen i.s.m. de politie en anderen.

graag wil ik jullie vragen dit bericht en de links door te sturen aan jullie contacten. Willen jullie ons zo min mogelijk bellen en contacten via de mail.

Marloes heeft een website: http://marloesvermist.blogspot.com/
en een twitter account: http://www.twitter.com/marloesvermist

Met vriendelijke groet,
Wilma


22 februari 2010

Ireen Proficiat!

Hoewel ik motorisch niet bepaald een handig kind was, wilde ik alles minstens een keer uitproberen. Ik was een jaar of zeven, misschien acht, toen ik eindelijk een klein beetje kon rolschaatsen. Ik had er vertrouwen in. Misschien iets teveel en struikelde ik juist daarom op een mooie zomermiddag met mijn rolschaatsen over een omhoogstekende stoeptegel. Ik had een flink gat in mijn knie, maar dat was niet zo bijzonder, mijn knieën waren zelden heel. Erger, het schroefje van mijn brilletje zat vlak boven mijn oog in mijn hoofdhuid geperst. Ik weet niet meer of het pijn deed. Wel weet ik nog dat ik me schaamde en, wat voelde ik me onhandig. Ik vond het vreselijk dat mijn brilletje kapot was. Ik heb nooit meer op die dingen gestaan. Al mijn rolschaats-zelfvertrouwen was op slag verdwenen.

Ik moest dan ook heel veel overwinnen om tijdens een van die echte winters in mijn puberjaren het ijs op te gaan. Maar de hele klas ging, dus ik ook. Wat heb ik me daar ellendig gevoeld. Mijn aanleg voor wintertenen openbaarde zich op die bevroren waterplas binnen een uur. Ik denk niet dat ik langer dan 15 seconden op het ijs kon blijven staan zonder te vallen. Ik voelde me weer even onhandig. Mijn schaamte heb ik overschreeuwd door de leukste te zijn, van zelfvertrouwen was geen greintje sprake.

Vannacht is Ireen Wüst opnieuw Olympisch kampioen geworden, dit keer op de 1500 meter. Dit nadat ze vorige week op de vijf kilometer de medailles aan zich voorbij zag gaan. Wat een mooie prestatie. Had ik toen maar 1 % van haar zelfvertrouwen gehad.


16 februari 2010

Frida Kahlo in Brussel

Frida Kahlo Y su mundo heet de tentoonstelling die op dit moment te zien is in het Paleis van de schone kunsten in Brussel. Een aanrader wat mij betreft. Frida is voor mij een soort ‘oude bekende’. Althans, zo voelt het.

De Belgische internetsite Bozar zegt er het volgende over: “Negentien schilderijen, een ets, zes tekeningen -afkomstig uit het Museo Olmedo, de meest omvangrijke collectie van haar oeuvre- en een groot aantal foto’s geven een haarscherp beeld van Frida Kahlo’s verbluffende bijdrage aan symbolisme en surrealisme. Maar ook van haar door rampspoed geteisterde leven: Kahlo werd op haar 17de slachtoffer van een busongeval en verzeilde van de ene wankele operatietafel op de andere. Miskramen en een turbulent huwelijksleven met Diego Riviera, schilderchroniqueur van de revolutie laden haar werk op met een aparte kracht en schoonheid. Geprangd tussen levensdrift en de schaduw van de dood: maak kennis met de echte Frida.”

Ik leerde het werk van deze Mexicaanse kunstenares negen jaar geleden kennen toen ik min of meer doelloos een boekwinkel binnenliep en een boekje over haar werk zag liggen. De vrouw op de kaft, een zelfportret ontdekte ik al snel, vond ik uitermate mooi, iets in haar maakte me nieuwsgierig. Ik sloeg een willekeurig aantal pagina’s om en kwam terecht bij een afbeelding van De gebroken zuil. Ik was verbijsterd. Herkenning, afschuw, verwondering? Een van de drie, alle drie tegelijkertijd of geen van drieën? De pijn, de passie, het verdriet, het leek of iemand zonder het te weten had geschilderd waar ik van overliep. Ik heb lang naar het portret staan kijken, misschien was het staren, een soort liefde op het eerste gezicht.

Ik zag Frida, een vrouw met loshangend donkerbruin haar. Met haar donkere ogen kijkt ze de toeschouwer verdrietig maar trots en bijna recht aan. Haar wangen zijn bezaaid met tranen die mij doen denken aan sterren. Haar wenkbrauwen zijn donkerbruin en in een V-vorm met elkaar verbonden. Misschien is het dit, waardoor ze in al haar vrouwelijkheid, iets mannelijks uitstraalt? Ze is afgebeeld tot halverwege haar bovenbenen. Haar bovenlichaam is naakt. Ter hoogte van haar heupen heeft ze een roomkleurige doek omgeslagen die ze losjes met twee handen vasthoudt, op een manier die suggereert dat ze hem ieder moment zou kunnen laten vallen. In dit portret is het lijdensmotief duidelijk aanwezig. Haar torso ligt vanaf haar kin open, alsof er van boven naar onder een reep van tien centimeter breed uit haar lichaam is gesneden. Het opengereten, maar toch nog mooie lichaam wordt bijeengehouden door vier witte banden met schouderbandjes, een korset. In haar lichaam staat een witte zuil die op zes plaatsen gebroken is. Haar kin lijkt op de top van de zuil te rusten. Haar gezicht en haar lichaam zijn bezaaid met spijkertjes die in haar huid zijn gestoken. De spijkertjes volgen een spoor in de richting van haar voeten over de lendendoek op de plaats waar haar rechterbeen zit. Op de achtergrond is een ruw kaal landschap te zien, een soort zandvlakte. De lucht is grijs. Dit decor versterkt de triestheid en eenzaamheid die de vrouw uitstraalt.

Frida vergelijkt in deze afbeelding haar eigen lijden met het lijden van Christus of het menselijk lijden in het algemeen. In het boekje waarin ik portret voor het eerst zag staan, wordt de doek waarmee Frida haar onderlichaam bedekt vergeleken met de lendendoek van Christus. De gebroken zuil zou verwijzen naar de christelijke iconografie. Dit lijkt mij aannemelijk. In een ander portret schildert Frida zichzelf met een doornenkrans om haar hals. Uit haar biografie blijkt dat Frida niet katholiek is in haar manier van leven en denken, het lijkt mij ook onmogelijk om haar communistische ideeën te combineren met het traditionele katholieke geloof waarvan in die tijd in het gekoloniseerde Mexico natuurlijk sprake van was. Wel geeft ze blijk van een fascinatie met de rituelen en symbolen van de kerk.

Frida heeft dit schilderij gemaakt nadat in 1944 haar gezondheidstoestand ernstig was verslechterd. In de biografie die ik als eerste las, staat het volgende dagboekfragment: “Het ongeluk heeft zoveel in mijn leven bepaald, van het schilderen tot aan mijn manier van liefhebben. Ik wilde zo graag overleven dat ik een behoorlijke wissel getrokken heb op het leven. Ik verwachtte veel van het leven, omdat ik me bij iedere stap bewust was van wat ik bijna kwijtgeraakt was. Halve maatregelen waren niet genoeg, het was alles of niets. Ik smachtte naar het leven, naar liefde. En hoe gekwetster mijn lichaam was, hoe meer ik de behoefte had het in handen van vrouwen te leggen: zij begrijpen het beter. Een stilzwijgende overeenkomst, onmiddellijke troost. (Toch geef ik de voorkeur aan mannen, ook al vindt Diego het leuk om het tegenovergestelde te beweren door in een grote groep mensen eraan te herinneren hoe ik in New York  flirtte met Georgia O’Keeffe!)”

In een ander citaat uit haar dagboek zegt ze: “Is het masochistisch, pervers om dit verminkte lichaam af te beelden? Dat oordeel laat ik graag over aan degenen die er verstand van hebben Ik geef echter niemand het recht om te oordelen over mijn echte of symbolische verwondingen. Ze staan in mijn leven gebrand, mijn omhulsel was doorzichtig. Het heeft zich aan me vergrepen, beheerste elke seconde. Ook al was het zwaar, ik heb het leven wel tot in essentie geleefd. Men heeft niet het recht te oordelen over een leven dat zo kort en intens was, noch over de kracht in dat leven die vertaald werd in schilderijen. Was het toeval of noodlot? Er is geen antwoord op een dergelijke pijn.”

Frida Kahlo is overleden op 13 juli 1954.

 


15 februari 2010

Veiligheid

Vanochtend gebeurde er een ernstig treinongeluk in België. Terwijl men in en rondom het wrak alles op alles zet om de lichamen van de doden te bergen, is de discussie over de tekortkomingen van de Belgische spoorwegen al opgelaaid. Mogelijk is het ongelijk veroorzaakt door een menselijke fout, een van de machinisten heeft een rood stoplicht gemist. In andere westerse landen is er ter voorkoming van dergelijk fouten een elektronisch beveiligingssysteem. Als een machinist door rood rijdt, stopt de trein automatisch. België heeft dat systeem niet. Het is voorstelbaar dat het gevoel van veiligheid bij veel Belgische treinreizigers behoorlijk is aangetast.

Veiligheid is een belangrijk fenomeen als het gaat om ons welzijn. Het gaat meestal hand in hand met vertrouwen. Als je geen vertrouwen hebt in de dingen of de mensen om je heen, is het niet vreemd dat je je minder veilig voelt. Het wonderlijke is dat zoiets als veiligheid pas opvalt als het ontbreekt. Zolang het er is, staan we er nauwelijks bij stil. Laatst begon er een lampje te branden op het dashboard in mijn auto. Ik had geen idee wat dit betekende. Daardoor bekroop mij een onprettig gevoel van onveiligheid. Ik heb de auto zo snel mogelijk stil gezet. Het instructieboekje van mijn auto vertelde me dat ik de elektronica van de airbag na moest laten kijken, maar dat er geen enkele reden was voor paniek. Blijkbaar was mijn vertrouwen in dat boekje groot, want ik heb me er geen seconde langer druk om gemaakt en er pas twee maanden later bij de APK naar laten kijken.

Helaas zijn er ook meer ingrijpende voorbeelden van een aangetast veiligheidsgevoel. Bijvoorbeeld als je woont in een land dat in oorlog is of waar een dictatoriaal regiem aan de macht is. Hoe weet je dan zeker wie vrienden en wie je vijanden zijn? In zo’n situatie is er geen geruststellend instructieboekje. Ook als je te horen krijgt dat je ernstig ziek bent, kun je je gevoel van veiligheid kwijtraken. Je lichaam, dat tot dan toe zo gezond en sterk was, laat je in de steek. Veel mensen voelen zich in zo’n geval onzeker en hebben minder vertrouwen in het leven dan voorheen. De kans is groot dat er gevoelens van angst in dergelijke situaties ruim baan hebben.
En vanaf vandaag zullen veel reizigers met minder vertrouwen en een aangetast gevoel van veiligheid in een Belgische trein stappen. Begrijpelijk. En natuurlijk moet er in België zo snel mogelijk zo’n elektronisch veiligheidssysteem komen. Daarnaast hoop ik dat de Belgen zo snel mogelijk het vertrouwen in hun spoorwegen, maar vooral in hun machinisten zullen terugkrijgen.

Angst is een begrijpelijke, en zelfs belangrijke emotie, maar ook een kwelgeest die je leven drastisch kan vergallen. Dus praat over je angst, vertel het hele verhaal en zet van A tot Z op een rijtje wat je hebt meegemaakt, gehoord en gezien. Ik maak in mijn werk regelmatig mee hoe goed het kan helpen om je hele verhaal met iemand te delen. En voor de toehoorders: laat mensen vertellen, blijf luisteren, ook als je denkt dat je het verhaal inmiddels uit je hoofd ken. Waarschijnlijk ben je de eerste stap naar een hersteld gevoel van veiligheid.

Kom naar de rand, zei hij.
Nee dat durven we niet.
Kom naar de rand zei hij.
Ze kwamen, hij gaf hen een duw…
en ze vlogen.

Guilliaume Appollinaire


14 februari 2010

Het woordenboek van Valentijn

Als ik het woordenboek mag maken

begin ik lekker met de L

van Langer Leven en van Liefde

van Liefste, Luchtig en van Licht

dan zal ik een bladzij overslaan

om een lege pagina lang

bij de betekenis stil te staan

om heel dicht bij die L te blijven

ga ik verder met de V

van Vrede, Vreugde en Vertrouwen

van Vlinders, Vriend en Veiligheid

dan kruip ik even tegen je aan

om al die begrippen ook te voelen

en na een zoen weer door te gaan

en met de vriendschap op mijn lippen

kom ik vanzelf bij de G

Van Gabber, Gezellig en Gastvrijheid

Van Goede Gezondheid en Gebed 

dan kijk ik zwijgend in je ogen

ik hou dit naslagwerk klein

omdat voor de mooiste dingen

woorden overbodig zijn.

 


13 februari 2010

Mijn Onze Vader [1]

Tijdens mijn opleiding tot geestelijk verzorger heb ik stage gelopen bij het Kruispunt, het dak- en thuislozenpastoraat in Nijmegen. Behalve dat er veel koffie gedronken en gepraat wordt, is er op zondagmiddag een viering. Een themabijeenkomst die ergens iets heeft van een kerkdienst. Ergens gaandeweg wordt in die viering het Onze Vader gebeden. De pastor begint en de aanwezigen die willen, bidden mee. Soms bidt iedereen mee, soms bijna niemand. Die vieringen zijn heel bijzonder, ik ben er altijd graag bij aanwezig geweest. Ik liep al een paar maanden in de straatkerk rond toen mij werd gevraagd of ik de dienst een keer wilde voorgaan omdat de pastor verhinderd was. Natuurlijk heb ik die kans met beide handen aangegrepen. Een paar dagen voordat het zover was bekroop mij echter een onbehaaglijk gevoel. Dit had te maken met het idee dat ik tijdens die dienst het Onze Vader zou moeten voorbidden. Dit verbaasde mij. Ik ben met dit gebed opgegroeid en tijdens de eerste jaren van mijn jeugd hebben we voor en na iedere maaltijd het Onze Vader en het Wees Gegroet gebeden. En nog steeds vond ik het geen enkel probleem om deze gebeden mee te bidden. Voor mij is een gezamenlijk gebed een symbool van saamhorigheid, zo dacht ik. Maar nu ik als voorganger dat gebed moest voorbidden voelde ik een enorme blokkade. Terecht of onterecht voelde ik me ineens verantwoordelijk voor de letterlijke inhoud van het gebed. Ik kwam in een soort gewetensconflict. Voor mij is er geen persoonlijke God of Vader in de hemel. Wat doe ik dan als ik voorga met een gebed waar ik inhoudelijk niet achtersta?

Vanuit dat dillema heb ik me voor mijn afstudeeropdracht verdiept in de betekenis het Onze Vader.  Allereerst deed ik onderzoek naar wat er door de eeuwen heen door verschillende geleerden over is gezegd. En vervolgens heb ik geprobeerd mijn eigen eigentijdse betekenis te geven aan de verschillende beden, de afzonderlijke zinnen, van dit eeuwenoude gebed. Mijn eigen bevindingen heb ik vervolgens samengevat in een gedicht met daarbij een korte inleiding.

Inmiddels lees ik het Onze Vader als een waardevol gedicht. Het raakt, zoals meer mooie gedichten, het onnoembare en benoemt het onkenbare. Want, wat weten we in feite van de hemel, het heilige, het koninkrijk, Gods naam of Zijn wil? In feite onderstreept het Onze Vader dat alles wat met God te maken heeft een groot mysterie is. Of hebben de woorden van het onze vader vooral metaforische waarde? Heeft het daarom eeuwigheidswaarde en biedt het daarom zoveel ruimte voor persoonlijk interpretatie? Hoe dan ook, ik denk dat Jezus ons destijds, aan het meer van Tiberias, met dit gebed uitnodigde om na te denken over een aantal belangrijke levenskwesties.

De komende zaterdagen zal steeds één bede behandelen. Door mijn interpretatie-gedicht met inleiding bij de betreffende bede van het Onze Vader op deze blog plaatsen.

Onze Vader

Die in de Hemel zijt

Uw naam worde geheiligd

Uw koninkrijk kome

Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel

Geef ons heden ons dagelijks brood

En vergeef ons onze schulden, zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven

En breng ons niet in verleiding

Maar red ons van het kwaad


Onze Vader. 
 Juist in deze eerste woorden, die aanspreking, een lofprijzen, zit mijn moeite. Voor mij is er geen Vader in de hemel of persoonlijke God. Ik ben het met Harry Kuitert (1924, Theoloog, Ethicus) eens waar hij zegt: “Ik beweer niet dat God niet bestaat, maar dat wat wij in doorsnee met God bedoelen, bestaat niet.”

Bent U het God?

o, aangenaam

wat zegt u…U ben de Vader?

maar, ik heb al een vader

weliswaar een die hemels musiceert

maar hij is toch echt

verre van heilig

en daarom des te meer

zo enorm mijn vader

dus U…

wat zegt U?

Ja, ik geloof in hem.

en ja, ik geloof ook in U

althans

in uw geheim

ik noem U het liefst Liefde

maar geloof me

geen naamwoord of

gezegde past bij wat ik ervaar bij U

dus wéés gewoon

mijn God

niet meer dan dat

en ga met mij

 


12 februari 2010

De doden van Haïti

Vandaag las ik in de Stentor op de buitenlandpagina een stukje over de verwarring die er in Haïti heerst over het dodenaantal als gevolg van de aardbeving. Aantallen waarover vanuit de Haitiaanse regering wordt gesproken verschillen van  270.000 en 230.000 tot 170.000 doden. Dat maakt nogal wat uit, dat begrijp ik heel goed. En ik begrijp ook dat het belangrijk is om uiteindelijk te weten hoeveel mensen er door die natuurramp zijn omgekomen. En toch was er ook iets dat aan dit korte, bijna zakelijk geformuleerde bericht dat me in verwarring bracht. Wat ik las sloot niet aan bij wat ik voel als ik aan de getroffen Haïtianen denk.

Zoals altijd hielp het ook nu om hardop van gedachten te wisselen over deze kwestie. Dit gebeurde na het eten met mijn partner. We kwamen uit op het volgende Het berichtje gaat over het gevolg van de ramp op macroniveau: wat is er gebeurd met de stad; hoeveel inwoners zijn er omgekomen, wat is de totale ‘schade’? Mijn hart ligt bij de individuele inwoners en hun naasten, ik denk en voel op microniveau. Ik ben geneigd in de huid te kruipen van een van die weeskinderen die getraumatiseerd is opgenomen in een weeshuis; of mee te leven met de moeder die haar man en kinderen na 12 januari niet meer heeft teruggezien. Hoe moeten zij in een verwoeste stad of in een dorp waar niets van over is de draad weer oppakken?

Natuurlijk vind ik het belangrijk of er 270.000 of 170.000 personen omgekomen zijn en een evenredig aantal families in rouw is achtergebleven. Maar dat is niet het perspectief van waaruit ik betrokken ben bij al die mensen in Haïti.

We zijn vandaag precies een maand verder. Net als heel veel rampen die ver weg plaatsvinden, is ook deze aardbeving geen dagelijks voorpaginanieuws meer. Dat kan en hoeft ook niet. En misschien is het ook logisch dat onze aandacht zich verplaatst van het individuele leed naar de gevolgen voor het hele land. Maar mijn hoofd is nog steeds gevuld met beelden van individuele doden en nabestaanden. Ik ben er van overtuigd dat, al is het aantal doden niet bekend, om ieder van hen in kleine kring gerouwd wordt, dat ieder van hen een leegte achterlaat die niet in cijfers is uit te drukken. En dan zijn getallen met drie nullen koude afstandelijke feiten.

 


11 februari 2010

Een hemels gesprek

Onlangs had ik een bijzonder gesprek met Hiske, een jonge vrouw met een lichte verstandelijke beperking. Haar opa is een paar maanden geleden overleden. ‘En nu’, vertelde ze, ‘knippert er thuis regelmatig een lamp’. Haar tante wist zeker dat opa dit deed. Hiske wist niet of ze dat kon geloven. Ik vroeg haar hoe ze het zou vinden als het waar was. ‘Dat zou tof zijn, maar hoe zou hij dat dan doen?’ Er verscheen een glimlach op haar dromerige gezicht. ‘Zou opa je ook kunnen zien?’ Ze keek me een tijdje zwijgend aan en zei toen zacht: ‘misschien wel, net als God. Die ziet toch ook alles?’ en in dezelfde adem: ‘of misschien toch maar niet. Dan ziet hij ook wat ik fout doe.’ Hiske zuchtte diep. Met haar vader kan ze hier niet over praten. ‘Allemaal onzin’ had hij gezegd. Ze dacht er ook wel eens over na of opa toen hij dood ging ergens naartoe is gegaan. De hemel of zo. Dat zou toch wel heel fijn zijn. Dan was hij weer bij oma, hij miste haar altijd zo.

Terugdenkend aan dit gesprek, word ik weer geraakt. Verschillende beelden dringen zich aan mij op: Hiske, rouwend om haar opa, in een kamer met een knipperende lamp. En haar opa die zijn kleindochter samen met God gadeslaat vanuit hemels perspectief. Mijn gedachten dwalen af naar mijn eigen overleden geliefden. Ik besef dat ik net als Hiske geen enkel benul heb van de omvang van dit mysterie. Het grote geheim dat verlangen oproept. Verlangen naar een knipoog uit de hemel, van die ene lieverd die je zo mist.

Als iemand dood is,
hou je dan op met houden van
en waar blijft dat dan?

Uit Polleke, Guus Kuijer

 


10 februari 2010

Minder mobiel

Om kwart voor zes vanmiddag vertelde de ANWB-man op de radio dat er door het hele land een stoet van 460 kilometer auto’s over de wegen kroop en stilstond. ‘Hoeveel auto’s zouden dat zijn?’ ging er even door me heen. En, ‘hoe groot is de kans dat mijn file, de provinciale weg van Eefde naar Deventer, daar nog niet eens bij is opgeteld?’

Mijn werk en mijn huis liggen iets meer dan elf kilometer uit elkaar. Vandaag deed ik er anderhalf uur over, normaal ben ik binnen twintig minuten thuis. Terwijl ik zo gelaten mogelijk probeerde mijn op niets gebaseerde gevoel van haast los te laten, vroeg ik me af hoe mensen het op kunnen brengen om iedere dag opnieuw aan te sluiten in zo’n woon-werkoptocht. Is het echt zo dat je eraan went?

Op een goed moment drong tot me door dat nogal wat bestuurders in de tegemoet komende file mobiel zaten te bellen: een hand aan het stuur en een hand aan het oor. Waarschijnlijk even melden dat het iets later wordt: ‘Tot straks lieverd’, …, ‘Ja, ik ook van jou.’ Of zitten ze startklaar om 112 te bellen voor het ongeluk dat ze over vijf minuten zelf zullen veroorzaken. Want, hoe haal je je auto met één hand uit een slip? ‘Wat zeg je?’,….., ‘Ja natuurlijk, ik doe voorzichtig.’

 


9 februari 2010

Ik was niet altijd zo alleen ik

zorgde voor hem altijd ging het goed

met ons

als het kooitje open was vloog hij

zo dichtbij bij mij zo klein knuffelde hij

mijn oor

ik wilde dat ik hem zou zijn zo

zacht zo stil die vleugeltjes zo mooi

maar ik

buiten hoef ik niet te zijn de wereld

is te groot ik ben te bang daarvoor

maar hij

ik wist niet dat hij naar buiten wou hij

vloog ik deed mijn ogen dicht het raam

die klap

hoor ik steeds weer in mijn hoofd hij

lag zo stil zo slap zo dood

maar ik?

Elsz de Roos

 


8 februari 2010

Een sprong in het diepe

Ik zie een nieuwe uitdaging het liefst als een parachutesprong.

Het vliegtuigje heeft een snelheid van 250 km. per uur; het deurtje gaat open; ik kijk over de rand en zie in de diepte de aarde een beetje draaien. Daar ergens is mijn doel. Nog één keer diep ademhalen, tot drie tellen en springen. Doodeng. Gelukkig heb ik mijn uitrusting: een helm om mijn hoofd te beschermen; een bril om ondanks mijn vaart en hoogte helder zicht te houden; een hoogtemeter om in te schatten hoe ver ik nog van mijn doel af ben. De parachute die met lijnen aan mij vastzit,voorkomt dat ik te hard ga en zorgt dat ik als het een beetje meezit veilig kan landen.

Die uitrusting en de parachute staan voor mij voor mijn ervaring, mijn talenten en mogelijkheden, maar ook voor mijn overtuigingen en mijn levensenergie. De lijnen die mij met de parachute verbinden, zijn de mensen om mij heen, mensen met wie, ik op wat voor manier ook, een band heb. Mensen die van me houden en er voor me zijn, degenen die in me geloven en me kansen geven. Ze dragen bij aan mijn zelfvertrouwen.

En dan de landing: als je springt zul je hoe dan ook ergens terecht komen. Bij een echte parachutesprong zitten er tussen de sprong en de landing ongeveer zeven minuten. Je kun je dus op de landing voorbereiden. Maar dan nog gaat het niet altijd zoals je zou willen. Grofweg zijn er twee soorten landingen: een prettige, zachte landing, op je voeten tussen de boterbloemen of een minder geslaagde, harde landing, in de struiken op één knie en één elleboog.

Maar waar het eigenlijk om gaat, is het avontuur, de sensatie van die zeven spannende minuten in de lucht, het onderweg zijn. Overgeleverd aan mijn uitrusting en me intens bewust van al die ruimte om me heen en het waanzinnig mooie uitzicht.

Ogenschijnlijk los van de zwaartekracht gaat de vraag door me heen: word ik naar mijn doel gezogen of komt het naar me toe?

 


7 februari 2010

Voltooid of eenzaam?

We staan aan de vooravond van ‘de week van het voltooid leven’, een initiatief van de NVVE. En als je even rondneust op internet zie je dat  er veel aandacht aan besteed wordt. Logisch, zo gaat dat meestal als onze eindigheid en alle angsten en vragen die daaruit voortkomen worden aangeraakt. Ik vind het in ieder geval erg goed dat er weer eens een thema rondom de dood op de agenda staat.  We hebben al een euthanasiewet, die gaat over het gekozen levenseinde bij uitzichtloos en ondraaglijk lijden. Nu gaan we een stapje verder. Mag je, als je een, al dan niet wettelijk, bepaalde leeftijd bereikt hebt zelf bepalen dat het leven voor jou ‘voltooid’ is? Bij mij roept die vraag allerlei verschillende emoties op.

Natuurlijk moet die mogelijkheid er zijn. Mensen die het leven geleefd hebben en er met hart en ziel van overtuigd zijn dat het ‘erop zit’ hebben er wat mij betreft recht op om te besluiten dat ze willen sterven. Maar dan komen de maren. Want wie bepaalt de leeftijdsgrens en wat bedoelen we precies met voltooid? Stel…

Je bent een man van  bijna 66, net een jaar met pensioen. Je enige zoon werkt aan zijn carrière en woont met zijn gezin aan de andere kant van het land. Jarenlang heb je je er samen met je vrouw op verheugd om ‘de tijd aan jezelf’ te hebben. Samen reizen en wie weet een eigen groentetuintje. Dan, geheel onverwacht, overlijdt je vrouw. Na een huwelijk van ruim 45 jaar ben ineens alleen. De dagen zijn leeg, de pijn is groot en de levensvreugde verdwenen. Je ontdekt dat je nauwelijks weet wie je bent zonder die ander en zonder je werk. Het huishouden zou je best kunnen doen, maar voor wie? Je vrouw zorgde altijd voor de sociale contacten. Wie komt er bij je langs als je toch geen zin hebt om te praten? Er verstrijken vijf sombere jaren. Je bent inmiddels 71. Je voelt dat je oud en idee dat er niemand op je zit te wachten groeit met de week. Je zoon komt plichtsgetrouw af en toe op bezoek, maar juist dan mis je haar zo vreselijk. Meer en meer raak je ervan overtuigd dat met het overlijden van je vrouw ook jouw leven voltooid is.

Is het leven van deze man voltooid? Of is hij vastgelopen in een dubbel rouwproces, het verlies van zijn werk en zijn levenspartner. Wil deze man echt niet meer leven of is hij terecht gekomen in een eenzaam isolement? Ik ben het er absoluut mee eens dat mensen het recht hebben om zelf te bepalen dat of wanneer voor hen het leven voltooid is. Maar is het leven voltooid als de cirkel rond is, bijvoorbeeld als je op hoge leeftijd enigzins tevreden terugkijkt op je leven, maar steeds meer last krijgt van fysieke gebreken. Of is het voltooid als je na een ingrijpende gebeurtenis niet meer in staat bent om de draad weer op te pakken of als je het gevoel hebt dat er in de samenleving geen plaats en aandacht meer voor je is?

Misschien is het ook tijd voor een week tegen de eenzaamheid.

 


6 februari 2010

Beeld

Vanochtend zat ik in de trein tegenover een blinde man. Ik begroet hem. Een zachte, zware stem groet terug. Ik kijk mijn medepassagier zoals ik altijd naar mensen kijk.  Ik zie een man van ongeveer 35 jaar met een vriendelijke uitstraling, goed verzorgd, in mijn ogen misschien iets te zwaar. Hij heeft een rugzakje op zijn rug en een tas in zijn hand. In zijn andere hand een blindenstok. Zou hij zich ook afvragen wat voor iemand er tegenover hem zit? Probeert hij zich een voorstelling te maken van mij? Kan dat eigenlijk wel of is het maken van een voorstelling per definitie een visueel iets? Hoe vormt iemand die niet kan zien een beeld van de dingen of mensen die hij tegenkomt? Beeld, nog zo’n visueel begrip. De conducteur komt de coupé in en terwijl mijn overbuurman heel snel zijn kaartje tevoorschijn haalt zoek ik mijn portemonnee in mijn te volle tas. Waar heb ik dat ding? Uiteindelijk zit ie in mijn jaszak. ‘Zoekt en gij zult vinden’, grapt de conducteur terwijl hij mijn kaartje knipt.

Hoe werkt geheugen als je blind bent? Ik heb het idee dat heel veel van mijn herinneringen opgeslagen zijn in de vorm van beelden: het huis waar ik opgroeide, de grijze betonnen randen van de zandbak waarin ik speelde, de intens blauwe kleur van de Middellandse zee toen ik voor het eerst in Spanje was en een paella at op het strand. Hoe zien je herinneringen eruit als je niet beschikt over dergelijke plaatjes? Door de microfoon roept de conducteur om waar we ‘over enkele ongenblikken’ zullen arriveren.  De snelheid van de trein neemt af. We maken allebei aanstalten om uit te stappen. Snel en zelfverzekerd loop de man naar het balkon en de uitgang van de trein. Zijn wijsvinger weet zonder aarzelen het knopje te vinden om de deuren te openen.  Ik heb al talloze keren in treinen gezeten, maar nog altijd moet ik kijken of je de deur open maakt met het rechter of het linker knopje. Ik ben het weer vergeten.


5 februari 2010

Verhaal

In de eerste week van januari heb ik me voorgenomen om een jaar lang iedere dag een foto te maken. Een foto van iets dat ik tegenkom, iets dat me opvalt of iets dat ik bedenk omdat ik nu eenmaal een foto moet maken. Het gaat niet allereerst om mooie, technisch verantwoorde kunstwerkjes. Ik ben benieuwd of dit project invloed heeft op de manier waarop ik om me heen kijk. Vandaag was het avond voor ik het in de gaten had en na het avondeten schoot ineens door me heen: ‘o, mijn foto…!’ Het was al donker, een plaatje van buiten valt dan voor mij al snel af. Ik keek om me heen. De vertrouwde kamer, op onze eigen manier ingericht; de schuifdeuren met glas in lood waar we zuinig op zijn, want waar vind je een nieuw glasplaatje als er eentje breekt? De erker, de schoorsteen. Allemaal mooie, stukjes huis duidelijk bedacht en gebouwd in de eerste helft van de vorige eeuw.  Als geestelijk verzorger sta ik ik met mensen vaak stil bij het verhaal van hun leven. Waar kom je vandaan; wie waren je ouders; wat zijn je mooie en wat zijn je pijnlijke herinneringen; waar en hoe heb je je eerste blauwe plekken opgelopen?
Goed beschouwd heeft een huis ook zo’n verhaal. Wie heeft het gebouwd; wie waren de eigenaren; hoe vaak zijn de muren en is het houtwerk overgeschilderd? Wat is er binnen de muren van dit pand allemaal gezegd of juist verzwegen; wat voor tranen hebben er gevloeid, van vreugde, van verdriet? wie zijn hier geboren en wie bliezen hier hun laatste adem uit? Hebben onze voorgangers zich hier altijd veilig gevoeld? Want pas dan wordt een huis een thuis.Jammer eigenlijk dat een huis geen dagboek heeft. Of, konden de muren maar spreken.

 


2 februari 2010

Aangewakkerd door de wind

waaien zinnen zomaar binnen

wolken passeren wit en groot

in beelden die vanzelf rijmen

muggen fluisteren hun geheimen

en prikkelen stiekem wat gedachten

een hommel zoemend bij mijn hoofd

lijkt geduldig af te wachten

de zon danst kringen in het water

oogverblindend een spel van licht

met zeven eenden in de sloot

in hun gespetter en gesnater

klinkt ongerept en puur natuur

het metrum van een poldergedicht.


 

1 februari 2010

Even stilstaan

Alweer een blog er bij op het toch al zo volle wereldwijde web…
Ik kan veel argumenten noemen om er vanaf te zien en door te gaan met wat ik al zolang doe: dagboek schrijven en verzamelen en bewaren wat anderen schrijven: artikelen, digitaal of van papier en citaten die ik op de gekste momenten heb overgeschreven uit kranten, tijdschrift, boeken of genoteerd tijdens een lezing of tv-uitzending,  met de bedoeling er ‘ooit iets mee te doen.’

Nee, ik denk niet dat iemand bij voorbaat op mijn blog zit te wachten. Het is in eerste instantie iets dat ik zelf graag wil. Mijn gedachten en ideeën opschrijven voor mezelf. En tegelijkertijd hoop ik op toevallige voorbijgangers en mensen die bewust of onbewust op dit blog terecht komen.

Waar deze blog precies over zal gaan weet ik nog niet. Maar ik denk dat “stilstaan bij…” voorlopig de lading dekt. Stilstaan bij de dingen die ik in mijn leven tegenkom. Zowel in mijn persoonlijke leven als in maatschappelijk opzicht. Stilstaan bij ontmoetingen met mensen. Uit ervaring weet ik hoe bijzonder het verhaal van de meest normale mensen vaak is. Maar ook stilstaan bij kunst en literatuur. Samengevat misschien wel ‘Stilstaan bij wat het leven brengt.’

Als bezoeker en lezer  ben je van harte uitgenodigd om te reageren.