beestachtig mooi

beestachtig mooi

wie heeft oog voor de karekiet
als hij haast scheel ziet van verdriet
telt zo’n vogel wel eens schapen
als het ’s nachts niet lukt te slapen
is er een mus, spreeuw of gaai
die hem een zoen geeft of een aai

en als zo’n mooie Friese koe
haar kop laat hangen, veel te moe
om te melken of te grazen
wie loeit dan liefdevol: ‘kom hier,
ook koe zijn is een heel gedoe
kruip in het stro, ik dek je toe’

heeft het varken een nare dag
is hij wat knorrig en van slag
zal dan de kip of de kalkoen
een vleugel om zijn speknek slaan
een liedje voor hem kakelen
tot na zijn laatste stille traan

en word jij gek van sacherijn
liefdesverdriet of levenspijn
zoek dan een vriend die je iets geeft
beestachtig trouw, rustig en zacht
een die niets vraag, niets vindt of zegt
maar zich volledig aan je hecht